Extract uit de Notulen van het verhandelde in de Raad van Tucht bij het 1e Gesticht te Veenhuizen

Zitting van den 21 Junij 1859


Tegenwoordig
C. W. Rensing, President
Leden: G. J. Hendriks, W. Heidema, L. Vrieze, B. Nijman
J. F. Morriën, secrt

De Raad wordt door den voorzitter geopend.
wordt voorgebragt.

De bedelaars kolonisten jongens
Hendrikus van Veelen N588
& Jacobus Werkendam N3782

Welke zich hebben schuldig gemaakt aan ontvreemding van gras toebehoorende aan boeren van Westervelde, beide deze jongens waren grassnijders op Hoeve N. 4 bij den wijkmeester M. Huisman.-

Gehoord bovenstaande persoonen welke te kennen geven, dat zij zulks bepaaldelijk met het doel hebben gedaan om spoedig hun opgelegde taak van werk af te hebben

Ingevoegd: vermits dáár meer gras aanwezig was dan op de plaats waar zij aan het snijden waren Rg

welk land over de limiet, grenzende aan dat van Hoeve N. 4, gemakkelijk kon geschieden.

Gezien art 13 van het reglement van Tucht voor Bedelaars kolonisten

Wordt besloten te straffen

voornoemde H. van Veelen N588 en J. Werkendam N3782 gedurende den tijd van 4 dagen met boeijen aan om den anderen dag te water en brood.

Aldus gedaan op dato als in het hoofd dezes vermeld.

De President & Leden
(Get.) C. W. Rensing, President
Leden: G. J. Hendriks, W. Heidema, L. Vrieze, B. Nijman

Voor Copij Conform
De Secretaris
J. F. Morriën

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, bij post van 25 juli 1859 N5, invnr 919

Notities bij het zittingsverslag




.