Extract uit de Notulen van het verhandelde in de Raad van Tucht voor weezen vondelingen en verlatene kinderen bij het 1e Gesticht te Veenhuizen

Zitting van den 13 April 1859


Present
Rensing, president
Leden: G. J. Hendriks, W. Heidema, L. Vrieze, B. Nijman
J. F. Morriën, secretaris

De Raad wordt door den voorzitter geopend.

Den wees Bernard Wettstein N200 verschijnt voor de Raad, hebbende hij zich zonder verlof buiten de kolonie begeven, zijnde hij te Groningen gearresteerd, en dien ten gevolge als deserteur terug gebragt.

Gehoord den beschuldigde, welke te kennen geeft met het doel te zijn ontvlugt, om als matroos dienst te nemen.

Gezien artikel 3 § 2 van het Reglement van Tucht voor weezen vondelingen en verlatene kinderen.

Wordt besloten:

voornoemde wees B. Wettstein N200 te straffen met 8 dagen opsluiting in de strafkamer, om den anderen dag te water en brood, en zijn tegoed op oververdiensten ad f 44,78½ aan Fonds van Onderhoud af te schrijven.-

Dit vonnis hem bekend gemaakt zijnde, sluit de president de vergadering op dag en datum als in het hoofd dezes vermeld.
(get: Rensing, president
Leden: G. J. Hendriks, W. Heidema, L. Vrieze, B. Nijman
J. F. Morriën, secretaris

Voor Copie Conform
De Secretaris
J. F. Morriën

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, bij post van 19 mei 1859 N18, invnr 914

Notities bij het zittingsverslag