Extract uit de Notulen van het verhandelde in de Raad van Tucht voor weezen vondelingen en verlatene kinderen bij het 1 Gesticht te Veenhuizen

Zitting van den 28 Februarij 1859


N: 1
Present
C. W. Rensing, president
Leden: G. J. Hendriks, W. Heidema, L. Vrieze, B. Nijman
& J. F. Morriën, secretaris

De Raad geconvoceerd zijnde, wordt door den voorzitter geopend.

Den wees Jan Willem Wettstein N199 verschijnt, aangeklaagt wegens verregaande brutaliteit jegens den opziener op het land, en het vermisten van twee koloniale borstrokken.

De door zijnen zaalopziener aangeklaagden hier bovengenoemde bestedeling wordt gehoord, en hoewel hij zich tracht te verontschuldigen, was zijn taal hoogst ongepast, en stoutmoedig, terwijl het uit alles bleek dat men hem niets meer ten laste legde, dan werkelijk hadt plaats gevonden.

Gezien art 4 § 9 van het Reglement van Tucht voor Weezen

Wordt besloten

Den wees Jan Willem Wettstein N199 te straffen met opsluiting in de strafkamer gedurende den tijd van 6 dagen.

De Raad wordt gesloten, op datum als in het hoofd dezes vermeld en was onderteekend door:
C. W. Rensing, president
Leden: G. J. Hendriks, W. Heidema, L. Vrieze, B. Nijman
J. F. Morriën, secretaris

Voor Copie Conform
De Secretaris
J. F. Morriën

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, bij post van 31 maart 1859 N5, invnr 910

Notities bij het zittingsverslag