Extract uit de Notulen van het verhandelde in de Raad van Tucht voor weezen en bedelaars kolonisten te Veenhuizen 1e Gesticht

Zitting van den 8 Januarij 1859


Tegenwoordig zijn:
C. W. Rensing, president
leden: G. J. Hendriks, W. Heidema, L. Vrieze, B. Nijman
J. F. Morriën, secrt

De voorzitter opent de Raad, alle leden zijn present.

Worden voorgebragt, den wees Johannes Elias Herman Dantz N287, en de bedelaars kolonisten jongens Adrianus Smit N3179 en Fredrik Veltman N5672, die betrapt zijn aan het openmaken van een aardappel kuil.

Hier omtrent ondervraagt zijnde, gaven zij te kennen, niets kwaads daarmede in de zin gehad te hebben, maar slechts eens in dien kuil te hebben willen zien naar de soort van aardappelen.

De Raad is overtuigd, dat het braden van aardappelen in de zaalkagchels zoo goed als ondoenlijk is gemaakt, en dezelve tot dat einde niet behoeven ontvreemd te worden.

Gezien art: 4 sub 8 van het reglement van Tucht voor weezen, en art: 13 van dat voor bedelaars kolonisten.-

Wordt besloten:

Den wees Johannes Elias Herman Dantz N287 en de bedelaars kolonisten jongens Adrianus Smit N3179 en Fredrik Veldman N5672 te straffen met 8 dagen opsluiting.

Niets meer te behandelen zijnde wordt de Raad gesloten.

Aldus gedaan op dato als in het hoofd dezes vermeld.

De President en leden
C. W. Rensing, G. J. Hendriks, W. Heidema, L. Vrieze, B. Nijman
& J. F. Morriën, secretaris

Voor Copie Conform
De Secretaris
J. F. Morriën

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, bij post van 19 februari 1859 N4, invnr 907

Notities bij het zittingsverslag