Extract uit de Notulen van het verhandelde in de Raad van Tucht bij het 1e Gesticht te Veenhuizen

Zitting van den 3 December 1858


Tegenwoordig zijn
C. W. Rensing, prs
G. J. Hendriks, W. Heidema, L. Vrieze, B. Nijman

De Raad wordt door den Voorzitter geopent.

De wees Mathilda Paulina Adriana Mangels N735 verschijnt voor de Raad wegens het aanwenden van pogingen om aan de mannen kant te komen waarin zij verhindert is geworden.

Daarna komen binnen, de Gedetacheerde Pieter Steenpoorte N22, wegens ongehoorzaamheid en de weezen Pieter Bruneel N76, desertie voor de 2e , Cornelis Paulus de Rijk N679 deserteur voor de 2e, en Cornelis Johannes Franciscus Ombag N228, deserteur voor de 1e maal.

Na dat alle deze weezen waren afgetreden, wordt den bedelaars-kolonisten-man Dirk Berkel N1857 ontboden, wegens ontvreemding van een bedlaken uit de zaal, en twéé hemden van den bedelaars kolonisten man Benjamin de Jong N4260, waarvan is terug bekomen, het bedlaken en 1 hemd.

Gezien art: 4 van het Reglement van Tucht voor Weezen, en wel onderdeelen 1,2, en 6, als mede art: 13 van het Reglement voor bedelaars kolonisten.

Wordt besloten te straffen als volgt:

De wees Mathilda Paulina Adriana Mangels met opsluiting in de strafkamer gedurende den tijd van 8 dagen, en daar na overplaatsing uit de zalen van J. van de Ven, naar die van den Zaalopziener J. Visscher, alwaar zij beter onder toezigt is.

De Gedetacheerde Pieter Steenpoorte met 3 en de weezen Pieter Bruneel, Cornelis Paulus de Rijk en Cornelis Johannes Franciscus Ombag tot 8 dagen opsluiting in de strafkamer, om den anderen dag te water en brood, en daar en boven Pieter Bruneel, en Cornelis Paulus de Rijk, als bij herhaling met de boeijen aan, zullende wijders de bij desertie verkochte kleeding stukken, dubbel moeten vergoed worden, uit hunne oververdiensten, waarna het restant van dit te goed casu quo als vervallen, zal afgeschreven worden.-

Den bedelaars kolonisten man Dirk Berkel met 8 dagen opsluiting in de boeijen, en dubbele vergoeding van het ontvreemde, uit zijn te goed op rekening, met bepaling, dat de opsluiting aan het 2e Gesticht zal verzocht worden.

Eindelijk worden de Weezen Johannes Elias Hermanus Dantz N287, en Johannes Willemse N958 die van hun werk zijn geloopen, en des middags niet aan tafel geweest zijn, gestraft met 8 dagen opsluiting in de provoost.

Alle de beklaagden worden wederom binnen gelaten, en hun Vonnis bekend gemaakt.

De werkzaamheden afgeloopen zijnde, wordt de Raad gesloten.

Aldus gedaan op dato als in het hoofd dezes vermeld.
De President en Leden
(was get:) C. W. Rensing, pr, G. J. Hendriks, W. Heidema, L. Vrieze, B. Nijman

Voor Extract Conform
De Secretaris
J. F. Morriën

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, bij post van 18 januari 1859 N24, invnr 905

Notities bij het zittingsverslag