Extract uit de Notulen van het verhandelde in de Raad van Tucht bij het 1e Gesticht Veenhuizen

Zitting van den 12 November 1858


Tegenwoordig zijn:
C. W. Rensing, Presd
G. J. Hendriks, W. Heidema, L. Vrieze, B. Nijman
J. F. Morriën, Secr

De Raad vergaderd zijnde, wordt door den voorzitter geöpend.

Worden voorgebragt

1 Den Wees Dirk de Bruin N996 en den bedelaars kolonisten jongen, onder den Weezen verpleegd wordende, H. G. Bolder N1153 die op de hoeve van den Onder Directeur Heidema, en wel op het heem zijner woning werkzaam waren, hebben op een oogenblik dat zij niemand in de particulier winkel in dit huis aanwezig zagen, van die gelegenheid gebruik gemaakt, om uit de Winkel lade f 2,75 weg te nemen.

Gezien art: 4 onderdeel 8 van het Reglement van Tucht voor weezen.

Gelet op zijne verwijzing in de zitting van den Raad van Tucht dd. 5 Januarij JL. terzake van het afsnijden van voerlaken van het Getouw, op hetwelk hij als wever op de fabriek geplaatst was.-

Wordt besloten

Den Wees D. de Bruin en den bedelaarskolonisten jongen H. G. Bolder te straffen met opsluiting in de strafkamer gedurende den tijd van 8 dagen om den anderen dag te water en brood, en dubbele vergoeding van het ontvreemde op rekening hunner oververdiensten.

Wijders, om na expiratie van straf, den bedelaarskolonisten jongen H. G. Bolder terug te plaatsen naar het 2e gesticht, van waar hij naar hier overgekomen is, en insgelijks, edoch onder approbatie van het Beheer, den Wees Dirk de Bruin voor eenen onbepaalden tijd te verwijzen naar de Ommerschans.-

Aldus gedaan op dato als in het hoofd dezes vermeld.
De President en Leden
(was geteekend)
C. W. Rensing, Presd
G. J. Hendriks, W. Heidema, L. Vrieze, B. Nijman

Voor gelijkluidend afschrift
De Secretaris
J. F. Morriën

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, bij post van 14 december 1858 N1, invnr 902

Notities bij het zittingsverslag