Extract uit de Notulen van het verhandelde in de Raad van Tucht voor Weezen, Vondelingen en verlatene Kinderen, bij het 1 Gesticht te Veenhuizen

Zitting van den 29 Mei 1858


Present
Rensing  president
Leden: G. J. Hendriks, W. Heidema, L. Vrieze, B. Nijman
J. F. Morriën Secrt

De Raad door den president geopend waren alle de Leden tegenwoordig

Wordt voorgenomen den wees Mozes Agtseribbe N545 deserteur voor de 4e maal-

Gehoord bovenstaande, die niets geldigs ter zijner verantwoording kan inbrengen.

Gezien artikel 3 § 2 van het reglement van Tucht voor Weezen

Wordt besloten

den wees M Agtseribbe N 545 te straffen met 8 dagen opsluiting in de strafkamer, om den anderen dag te water  en brood.

Deze straf wordt aan den belanghebbende bekend gemaakt, en daarna sluit de President de vergadering.

Aldus opgemaakt op datum als in het hoofd dezes vermeld, en onderteekend
Rensing, president
leden: G. J. Hendriks, W. Heidema, L. Vrieze, B. Nijman
J. F. Morriën, Secretaris

Voor Copie Conform
De Secretaris
J. F. Morriën


Bijlage: reactie van de gecommitteerde der regering


No
6
’s Gravenhage, den 8 Julij 1858

De Gecomm der Regering bij de Maats V Weld enz.

Gelezen den brief van den Dir der Kolonien van den 18 Junij ll. N 1727 en de daarbij ingezonden Processen Verbaal van de Raden van Tucht bij de Gestichten te Ommers en Veenhuizen over de maand Mei ll

Gelet op de resolutie van 8 Sept ll. N. 2

Besluit

2. in verband tot de omstandigheid dat de bestedelingen J. C. Groenendijk N1102 en M. Agtseribbe N545 zich bij herhaling aan wangedrag hebben schuldig gemaakt,

den Directeur te verzoeken de aandacht van den Raad van Tucht voor Weezen te Veenhuizen te vestigen op art 9 van het Reglement van Tucht krachtens welk artikel die bestedelingen om hunne herhaalde overtredingen naar de Ommerschans hadden dienen te worden verwezen,

waartoe bovendien eerstgemelde, met het oog op de aangehaalde resolutie van 8 Sept ll N 2, in de termen verkeerde,

wordende de Directeur wijders uitgenoodigd op de verdere gedragingen der bedoelde bestedelingen naauwlettend te doen toezien met aanbeveling om hen bij vernieuwde overtreding overeenkomstig het Reglement ten stengste en dus met verwijzing naar de Ommerschans te straffen.

de Gecomm enz

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, bij post van 8 juli 1858 N6, invnr 892

Notities bij het zittingsverslag