Extract uit de Notulen van het verhandelde in de Raad van Tucht voor Weezen, Vondelingen en verlatene Kinderen, bij het 1 Gesticht te Veenhuizen

Zitting van den 28 Mei 1858


Present
Rensing  Presidt
Leden: G. J. Hendriks, W. Heidema, L. Vrieze, B. Nijman
J. F. Morriën Secret

De Raad wordt door den Voorzitter geôpend.

De bestedelingen Johanna Catharina Groenendijk N1102 en Maria Boot N1136 als mede de strafkolonist Marregien Wettenaar N2 hebben zich in afzondering begeven met twéé alhier werkende bedelaars kolonisten, het geen hun niet past, en waarvoor ze straf verdiend hebben

Gezien art. 3 § 5 van het Reglement van Tucht voor Weezen

In aanmerking nemende, dat de bestedeling Groenendijk wegens onzedelijkheid en diefstal uit de gewone maatschappij verwijderd en naar dit Gesticht is overgeplaatst geworden.

Wordt besloten

De 3 voornoemde meisjes te straffen met 8 dagen opsluiting in de strafkamer-

Dit vonnis aan hun lieden bekend gemaakt zijnde, wordt de raad gesloten.

Aldus opgemaakt op datum als in het hoofd dezes vermeld en onderteekend:
Rensing, president
leden: G. J. Hendriks, W. Heidema, L. Vrieze, B. Nijman
J. F. Morriën, secretaris

Voor Copie Conform
De Secretaris
J. F. Morriën


Bijlage: reactie van de gecommitteerde der regering


No
6
’s Gravenhage, den 8 Julij 1858

De Gecomm der Regering bij de Maats V Weld enz.

Gelezen den brief van den Dir der Kolonien van den 18 Junij ll. N 1727 en de daarbij ingezonden Processen Verbaal van de Raden van Tucht bij de Gestichten te Ommers en Veenhuizen over de maand Mei ll

Gelet op de resolutie van 8 Sept ll. N. 2

Besluit

2. in verband tot de omstandigheid dat de bestedelingen J. C. Groenendijk N1102 en M. Agtseribbe N545 zich bij herhaling aan wangedrag hebben schuldig gemaakt,

den Directeur te verzoeken de aandacht van den Raad van Tucht voor Weezen te Veenhuizen te vestigen op art 9 van het Reglement van Tucht krachtens welk artikel die bestedelingen om hunne herhaalde overtredingen naar de Ommerschans hadden dienen te worden verwezen,

waartoe bovendien eerstgemelde, met het oog op de aangehaalde resolutie van 8 Sept ll N 2, in de termen verkeerde,

wordende de Directeur wijders uitgenoodigd op de verdere gedragingen der bedoelde bestedelingen naauwlettend te doen toezien met aanbeveling om hen bij vernieuwde overtreding overeenkomstig het Reglement ten stengste en dus met verwijzing naar de Ommerschans te straffen.

de Gecomm enz

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, bij post van 8 juli 1858 N6, invnr 892

Notities bij het zittingsverslag