Extract uit de Notulen van het verhandelde in de Raad van Tucht voor Weezen, Vondelingen en Verlatene kinderen, in het 1e Gesticht te Veenhuizen

Zitting van den 5 Januarij 1858


Present
C. W. Rensing  Presd
Leden: G. J. Hendriks, W. L. Heidema, L. Vrieze, B. Nijman
J. F. Morriën Sect

De Raad vergaderd zijnde, wordt door den Voorzitter geopend.

Worden voorgenomen

De Wees Jannetje Brief N1518, wegens ontvreemding van een Hemd en verkocht aan Hendrika Christina Kronmeijer N620; en vervolgens

de weezen Dirk de Bruin N996 en Diderich Hendrik van Tongeren N1311, die als wevers zich hebben schuldig gemaakt aan het afsnijden van Voerlaken van hune getouwen, hetwelk echter terug bekomen is.

Niemand heeft iets ter zijner verontschuldiging in te brengen.

Gezien art 3 § 8 van het Reglement van Tucht voor Weezen, Vondelingen en Verlatene Kinderen

Wordt besloten te straffen als volgt:

De Weezen J. Brief N1518. H. C. Kronmeijer, N620, D. de Bruin, N996 en D. H. van Tongeren N1311 met acht dagen opsluiting in de strafkamer om den anderen dag te water en brood en vergoeding van het ontvreemde op rekening hunner oververdiensten.

Niemand der Leden iets meerders hebbende voor te dragen, wordt de vergadering gesloten.

Aldus opgemaakt op datum las in het hoofd dezes vermeld en onderteekend door
C. W. Rensing, Presd
Leden: G. J. Hendriks, W. L. Heidema, L. Vrieze, B. Nijman
J. F. Morriën, Sect.

Voor Copij Conform
De Secretaris
J. F. Morriën

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, bij post van 17 februari 1858 N14, invnr 881

Notities bij het zittingsverslag