Extract uit de Notulen van de Raad van Tucht voor Weezen, Vondelingen en Verlatene Kinderen in het 1e Gesticht te Veenhuizen

Zitting van den 7 Augustus 1857


Present
C. W. Rensing, Prest
Leden: G. J. Hendriks, W. Heidema, B. Nijman, L. Vrieze
J. F. Morriën, Sect

De Raad bij een geroepen zijnde, wordt door den Voorzitter geopend, alle de leden zijn tegenwoordig.-

Worden voorgenomen:

1e De wees Pietje Roest N1014 wegens belediging van haren zaalopziener

2e De wees Anna Christina Bosman N97 wegens vloeken en onwilligheid in hare werkzaamheden op het land.

3e De wees Pieter Verweij N862 wegens brutaliteit tegen zijnen zaalopziener, bij gelegenheid dat hij zich van de Kerkrei verwijderen wilde hetgeen de zaalopziener hem belette

4e De Bed. Kolonist Pieter Bakker N1053 wegens desertie voor de 3e maal en verkoop van zijne kleeding

5e De Bed. Kolonist Gerrit Jansen N4881 wegens poging tot desertie, in aanmerking nemende, dat hij reeds vroeger twee malen als deserteur is opgebragt geworden

Gehoord bovenstaanden die niets geldigs ter hunner verontschuldiging kunnen inbrengen.

Gezien art. 3 § 1, 2 & 7 van het Reglement van Tucht voor Weezen, Vondelingen en verlatene kinderen

Wordt besloten te straffen als volgt.

1e De drie bovenvermelden weezen met opsluiting in de strafkamer, voor den tijd van acht dagen

2e De Bedelaars Kolonisten P. Bakker N1053 en G. Jansen N4881 met acht dagen opsluiting in de strafkamer, om den anderen dag te water en brood, en eerstgenoemde, met dubbele vergoeding van het ontvreemde op rekening zijner oververdiensten, en laatstgenoemde naar Expiratie van straftijd terug plaatsing naar het bedelaars Gesticht, vanwaar hij in der tijd is overgenomen geworden.

De Weezen P. Roest N1014, A. Bosman N97 en P. Verweij N862 en de Bed: Kol: P. Bakker N1053 en G. Jansen N4881 worden binnen geroepen en de president maakt hunl. Bekend met de straf die de Raad bepaald heeft.

Niemand der leden iets meerders hebbende voor te dragen, sluit de President de vergadering.

Aldus opgemaakt op datum als in het hoofd dezes vermeld en onderteekend door
C. W. Rensing, Prest
Leden: G. J. Hendriks, W. Heidema, B. Nijman, L. Vrieze

Voor Copij Conform
De Secretaris
J. F. Morriën


Bijlage: Besluit van de gecommitteerde der regering


’s Gravenhage, den 6 Oct 1857

De Gecomm der Regering bij de Maats V Weld enz

Gelezen den brief van den Dir der Kolonien van den 15 Sept ll. N 2889 en de daarbij ingezonden Processen Verbaal van de Raden van Tucht bij de Gestichten te Ommerschans en Veenhuizen over de maand Augs: ll.

Besluit

Aan den Directeur voornoemd te schrijven als volgt

Blijkens de Processen Verbaal van den raad van Tucht bij het 1e Gesticht te Veenhuizen, worden gedurig gedetacheerde bedelaars kolonisten, om desertie of ander wangedrag gestraft.-

Daar de verpleging van bedelaars kinderen onder de weezen een voorregt is, dat zij behooren te waarderen, verdienen zij, die toonen dat vooregt niet op prijs te stellen of zich slecht gedragen, naar de bedelaars gestichten terug te keeren.-

Ik verzoek UwEd dan ook de Plaatselijke Directie van het Kinder Gesticht aan te schrijven, om alle in dat gesticht gedetacheerde bedelaars kolonisten, die zich aan desertie of poging tot desertie schuldig maken of zich op eenig andere wijze slecht gedragen, van daar te verwijderen en naar de bedelaars Gestichten terug te plaatsen.-

de Gecomm enz 

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, bij de post van 6 oktober 1857 N3, invnr 871

Notities bij het zittingsverslag