Extract uit de Notulen van het verhandelde in de Raad van Tucht voor Weezen bij het 1e Gesticht te Veenhuizen Zitting van den 18e Julij 1857


Present
C. W. Rensing, Pr.
G. J. Hendriks, W. Heidema, B. Nijman, L. Vrieze
J. F. Morriën, Sect

De Raad te zaâm gekomen zijnde, wordt door den Voorzitter geopend.

Wordt voorgebragt de wees Johanna Catharina Groenendijk N1102 oud 17 jaar, op den 7 Augustus 1856 uit ’s Hage alhier aangekomen.

Dit meisje is wegens brutaliteit en onbetamelijke uitdrukkingen op de fabriek, alwaar zij werkzaam was, aangeklaagd door den ploegbaas, en ook haren zaalopziener klaagt, dat zij in de zaal haar levensloop verhaald, die alles behalve deugdzaam is.

Zij heeft onder anderen gezegd, dat zij reeds moeder, en haar kind nog leefde en uitbesteed was, en dat zij ter zake van diefstal van een zilveren beursknipje 3 maanden in de gevangenis was geweest.-

Voor de Raad van Tucht verschenen, heeft zij zulks ook werkelijk bekend, en daarom is het noodig, dat zij van hier verwijderd wordt.

Gezien het reglement van Tucht voor weezen, vondelingen en verlatene kinderen, waarin echter geen artikel voorkomt, volgens hetwelk zij (Groenendijk) naar de Ommerschans kan verwezen worden; artikel 9 kan niet op haar worden toegepast om dat zij vroeger alhier geen straf heeft ondervonden.

De Raad is alzoo van gevoelen, het Beheer der Maatschappij te moeten voorstellen, zoo als geschied bij dezen, de bestedeling J. C. Groenendijk N1102 naar de Ommerschans over te plaatsen, om dat zij ten onregte naar het weezen Gesticht is gezonden geworden.

Niets meer te behandelen zijnde, wordt de vergadering gesloten.

Aldus gedaan op datum als in het hoofd dezes vermeld.
De President en Leden
was geteekend: C. W. Rensing, Pr., G. J. Hendriks, W. Heidema, B. Nijman, L. Vrieze

Voor Copie Conform
De Secretaris
J. F. Morriën


Bijlage: Besluit van de gecommitteerde der regering


No.
2
’s Gravenhage, den 8 Sept 1857

De Gecomm der Regering bij de Maats V Weld enz.

Gelezen den brief van den Dir der Kolonien van den 11 Augus ll. N 2494 en de daarbij ingezonden Processen verbaal van de Raden van Tucht bij de Gestichten te Ommerschans en Veenhuizen over de maand Julij ll.

Besluit

bedenking te maken in de door den Raad van Tucht bij het 1e Gesticht te Veenhuizen voorgestelde overplaatsing naar de Ommerschans van de bestedeling J. C. Groenendijk N1102, doch te bepalen dat zij overeenkomstig het reglement van Tucht zal gestraft worden met opsluiting in de strafkamer, na dat zij ernstig zal zijn onderhouden over hare schaamtelooze en bovendien met de waarheid in strijd bevonden opgave, dat zij moeder zoude zijn van een kind in ontucht verwekt, en na haar overigens nadrukkelijk te hebben doen vermanen wel toe te zien verder geene reden tot klagten te geven, in het tegen overgestelde geval waarvan zij in de termen zal vallen om naar de Strafkolonie te Ommerschans te worden overgeplaatst.

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, bij post van 8 september 1857 N2, invnr 868

Notities bij het zittingsverslag