Extract uit de Notulen van de Raad van Tucht voor Weezen, Vondelingen en Verlatene kinderen, in het 1 Gesticht te Veenhuizen. Zitting van den 24 April 1857


Present
C. W. Rensing, Prest
Leden: G. J. Hendriks, W. Heidema, L. Vrieze, B. Nijman
J. F. Morriën, sect

De Raad bij een geroepen zijnde wordt door den Voorzitter geopend, alle de leden zijn tegenwoordig.

Worden voorgenomen

1e De Bedelaars Kolonist Petrus Johannes Jaspers N4532, wegens verkoop van 1 Witte voerlaken broek en 1 paar kousen

2e De Bedelaars Kolonist Johannes Georgius Ikler N213, wegens verkoop van 1 Halsdoek.-

3e de wees Adrianus van der Parren 91 PK wegens verkoop van 1 halsdoek-

4e De Bedelaars Kolonist Marinus Schuiling N1804 wegens desertie voor de 1e maal

Gehoord bovenstaanden die niets geldigs ter hunner verontschuldiging kunnen inbrengen

Gezien art 3 § 2 & 8 van het Reglement van Tucht voor weezen, Vondelingen en verlatene Kinderen-

Wordt besloten te straffen als volgt:

De bovenstaande Wees en Bedelaars Kolonisten met opsluiting in de strafkamer voor den tijd van 8 dagen om den anderen dag te water en brood en de drie eerstgenoemde met dubbele vergoeding van de verkochte kleeding op rekening hunner oververdiensten.-

De bedelaars kol. P. J. Jaspers, J. G. Ikler, M. Schuiling en de wees A. van der Parren worden binnen geroepen en de president maakt hun bekend met de straf die de Raad bepaald heeft.

Geen der leden van de Raad iets meerders hebbende voor te dragen, sluit de President de vergadering.

Aldus opgemaakt op datum als in het hoofd dezes vermeld en onderteekend door
C. W. Rensing, Pres.
Leden: G. J. Hendriks, W. Heidema, L. Vrieze, B. Nijman
J. F. Morriën, Dect.

Voor Copij Conform
De Secretaris
J. F. Morriën

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, bij post van 27 mei 1857 N2, invnr 857

Notities bij het zittingsverslag