Extract uit de Notulen van het verhandelde in den raad van Tucht voor weezen, Vondelingen en verlaten Kinderen bij het 1e Gesticht Zitting van den 20 Maart 1857


Present
C. W. Rensing, President
Leden van den Raad: G. J. Hendriks, W. Heidema, L. Vrieze, B. Nijman
J. F. Morriën, Secretaris

De raad bij eengeroepen zijnde, waren alle de leden tegenwoordig.

Worden voorgenomen:

1: Maria Jacoba van der Vecht N2072 (wees fabrijkwerkster wegens ongehoorzaamheid

2: Pieter Elsboom N609 fabrijkwerker wegens ongehoorzaamheid (wees

3: Gerhardus Alink N2051 welke zich heimelijk buiten de Kolonie heeft begeven naar de buurtschap Westervelde, alwaar hij een verboden huis bezocht heeft

4: den Bed: Kol: Johannes Burggraaf N1368, verkoop van een witte voerlaken broek Mans 3 taille aan Simon Minikus N1919, die dezelve weder verkocht heeft aan Eleazar Knegje N5369

Gehoord bovenstaanden die niets ter hunner verschoning kunnen inbrengen.

Gezien Art 3 § 1, 2, 6 & 8 van het Reglement van Tucht voor Weezen, Vondelingen en verlaten Kinderen

Wordt besloten te straffen:

1. de Weezen M. J. van der Vecht en

2 P. Elsboom, respectivelijk met 4 dagen opsluiting in de strafkamer om den anderen dag te water en brood

3 den wees G. Alink N2051, met 8 dagen opsluiting in de strafkamer om den anderen dag te water en brood

en 4e De Bedelaars Kolonisten J. Burggraaf N1368, S. Minikus N1929, en E. Knegje N5369 met 4 dagen opsluiting in de strafkamer om den anderen dag te water en brood, benevens vergoeding van 1 Wit voerl: broek M 3 taille op rekening zijner oververdiensten.

Niets meer door de leden voorgesteld zijnde sluit de President de vergadering.

Aldus opgemaakt op datum als in hoofd dezes vermeld en onderteekend door
(wgt) C. W. Rensing, President
Leden van den Raad: G. J. Hendriks, W. Heidema, L. Vrieze, B. Nijman
J. F. Morriën, Secretaris

voor Copij Conform
De Secretaris, J. F. Morriën

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, bij post van 22 april 1857 N2, invnr 857

Notities bij het zittingsverslag