Extract uit de Notulen van de Raad van Tucht voor Weezen, Vondelingen en Verlatene Kinderen, aan het 1e Gesticht te Veenhuizen. Zitting van den 27 Februarij 1857


Present
C. W. Rensing, Pres
Leden: G. J. Hendriks, W. Heidema, B. Nijman, L. Vrieze
J. F. Morriën, Sect

De raad bij een geroepen zijnde, wordt door den voorzitter geopend, alle de leden zijn tegenwoordig:

Worden voorgenomen

1e De wees Willem Groenboom Mendersing N74 P.K. wegens desertie voor de 2e maal en verkoop van een borstrok.

2e De wees Ibele Ubeles Stamhuis N1825 welke zich zonder permissie buiten de kolonie heeft begeven en wel naar het Buurschap Westervelde, en aldaar een verboden huis bezocht

Gehoord bovenstaanden, die niets geldigs ter hunner verontschuldiging kunnen inbrengen.

Gezien Art 3 § 2 & 6 van het Reglement van Tucht voor weezen, Vondelingen en Verlatene Kinderen

Wordt besloten te straffen als volgt

De bovengenoemde weezen met opsluiting in de strafkamer voor den tijd van 8 dagen, om den anderen dag te water en brood, en eerstgenoemde met dubbele vergoeding van het ontvreemde op Rekening zijner oververdiensten.

De Weezen W. G. Mendersing en I. U. Stamhuis worden binnen geroepen en de President maakt hun bekend met de straf die de Raad bepaald heeft.

Niemand der leden iets meerders hebbende voor te dragen, sluit de President de vergadering.

Aldus opgemaakt op datum als in het hoofd dezes vermeld, en onderteekend door
C. W. Rensing, Pres.
Leden: G. J. Hendriks, W. Heidema, B. Nijman, L. Vrieze
J. F. Morriën

Voor Copij Conform
De Secretaris
J. F. Morriën


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, bij post 21-03-1857 N20, invnr 855

Notities bij het zittingsverslag