Extract uit de Notulen van het verhandelde in den raad van Tucht voor weezen, vondelingen en verlatene kinderen bij het 1e Gesticht te Veenhuizen

Zitting van Maandag den 8 December 1845


Present
C. W. Rensing,  president
Leden    A. M. J. Textor    G. H. Kuipers    L. Vrieze    J. van de Ven
J. F. Morriën, secretaris,

De raad door den president geconvoceerd zijnde, waren alle de leden tegenwoordig, en deel dan den raad mede de hierna vermelde feiten door de navolgende weezen bedreven; als:

Evert Andries Kok, oud 19 Jaren, van Medemblik, geregistreerd sub N. 336, ontvreemding van 1 ½ pond Vleesch, ter waarde van f -37 ½ , van eene koopman buiten de Koloniën woonachtig.

Pieter Wijnand Smit, oud 17 Jaren, van ’s Gravenhage, geregistreerd sub N. 11 PK, mede ontvreemding van 5 knipmessen a f -.50 van iemand wonende buiten de Koloniën.


De raad heeft ieder hunner na vervolg doen binnen staan, om hen in dezen te horen; beide hadden niets ter hunner verontschuldiging in te brengen.

De raad heeft hen doen buiten staan om over de aan hen op te leggen straffen te delibereeren.

Daar zij zich aan overtreding van art 3, § 8 hebben schuldig gemaakt, waarbij wordt gezegt
Ontvreemding, verwaarloozing en beschadiging van eens anders goed of dat der Maatschappij,  tot welk laatste mede gerekend wordt te behooren de eigen kleeding der kinderen en de bij hen in gebruik zijnde koloniale goederen.
waarop artikel 4 § 8 de straf bepaald:
Ontvreemding, verwaarlozing en beschadiging van eens anders goed
Dubbelde vergoeding van het ontvreemde, verwaarloosde of beschadigde uit zijn tegoed bij de Maatschappij, benevens opsluiting van één tot acht dagen in de strafkamer; om den anderen dag te water en brood, en bij herhaling met de boeijen aan.

Aangezien genoemde Jongelingen van een zeer slechten inborst zijn, en hoogst schadelijk op hunne kameraden werken, en onderscheide malen voor den raad hebben teregt gestaan, en wel
E. A. Kok, zie de processen verbaal dd 28 October 1842 wegens desertie, 16 Junij 1843 poging van verkoop van oud ijzer, & 13 December 1844 mede desertie.
P. W. Smit
idem als voren, dd 6 September 1844 voor ontvreemding van 2 messen op de Norger kermis;- wijders dat hij van Kolonie N.3 in 1841 voor straf naar dit Gesticht is overgeplaatst.

Zoo heeft de raad met algemeene stemmen besloten voornoemde jongelingen voor eenen onbepaalden tijd naar de strafkoloniën Ommerschans te verwijzen, onder goedkeuring der Permanente Commissie;- wijders hun te debiteren op rekening oververdiensten, Kok voor f -.75, Smit voor f 1.- zijnde dubbelde vergoeding van het ontvreemde.

De raad heeft de gecondemneerden doen binnen staan, en hen dit vonnis voorgelezen, waarna zij konden aftreden.

Op rondvraag van den president niemand der leden iets meer hebbende voor te stellen, sluit de vergadering.

Aldus opgemaakt als boven is vermeld en ondertekend door de Onderstaande:
C. W. Rensing, President
A. M. J. Textor, G. H. Kuipers, L. Vrieze & J. van de Ven, Leden
J. F. Morriën, Secretaris

Voor Extract Conform
De Secretaris
J. F. Morriën

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1619

Notities bij het zittingsverslag