Extract uit de Notulen van het verhandelde in den raad van Tucht voor Weezen, vondelingen en verlatene kinderen bij het 1 Gesticht te Veenhuizen

Zitting van Zaturdag den 19 Julij 1845


Present
C. W. Rensing,  president
Leden    A. M. J. Textor    G. H. Kuipers    L. Vrieze    J. van de Ven
J. F. Morriën, Secretaris,

De raad door den president geconvoceerd zijnde, waren al de Leden tegenwoordig.
De president opent de vergadering, en maakt den raad bekend de navolgende feiten door de onderstaande weezen gedaan

Evert Andries Kok oud 19 Jaar van Medemblik, geregistreerd sub N. 336, belediging tegen den Brigadier Timmermans van het 2e Gesticht op den publieken weg.

Daniel Mulder, oud 17 Jaar van Amsterdam, geregistreerd sub N. 1134, ongehoorzaamheid en belediging tegen zijnen Zaalopziener A. van den Berg.

Sophia Lazarus Vrieslander, oud 16 Jaar van Purmerende, geregistreerd sub N. 394, ontvreemding in de zaal, uit het kistje van M. de Goede f 1.60.

De raad heeft ieder hunner na vervolg doen binnen staan en gehoord; allen hadden zij niets ter hunner verontschuldiging in te brengen, waarna de raad hen heeft doen buiten staan om over de aan hen op te leggen straf te delibereeren.

E. Kok, overtreding van art. 3 § 9 van het reglement, waarop art: 4 § 9 de straf bepaald “opsluiting van een tot drie nachten in de strafkamer en, bij herhaling, van een tot acht dagen, om den anderen dag te water en brood”.

D. Mulder, overtreding van art: 3 § 1 van genoemd Reglement, waarop art. 4 § 1 de straf bepaald, opsluiting van een tot drie nachten in de strafkamer en bij herhaling van een tot acht dagen, om den anderen dag te water en brood.

S. L. Vrieslander, overtreding van art. 3 § 8 van genoemd Reglement, waarop art. 4 § 8 de straf bepaald, ontvreemding, verwaarlozing en beschadiging van eens anders goed,- Dubbele vergoeding van het ontvreemde, verwaarloosde of beschadigde uit zijn tegoed bij de Maatschappij, benevens opsluiting van één tot acht dagen in de strafkamer; om den anderen dag te water en brood, en bij herhaling met de boeijen aan.

Met algemeene stemmen heeft de raad de straffen opgelegd; als:

Kok en Mulder ieder acht dagen opsluiting in de strafkamer om den anderen dag te water en brood, zijnde herhaling van één en dezelfde misdaad;-

en aan Vrieslander, dubbele  vergoeding van het ontvreemde, a f 1.60, en dus f 3.20, waarmede haar rekening oververdiensten zal worden belast, en 4 dagen opsluiting in de strafkamer.

De gecondemneerden ieder na vervolg hebbende doen binnen staan, zij hun deze vonnissen voorgelezen, waar na men hen heeft laten aftreden, en waar van proces verbaal is opgemaakt.

Op rondvraag van den president, niemand der leden iets meer hebbende voor te stellen, sluit de vergadering.

Aldus opgemaakt als boven is vermeld, en ondertekend door:
C. W. Rensing, President, A. M. J. Textor, G. H. Kuipers, L. Vrieze & J. van de Ven, Leden
J. F. Morriën, Secretaris

Voor Extract Conform
De Secretaris
J. F. Morriën

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1619

Notities bij het zittingsverslag