Extract uit de Notulen van het verhandelde van den Raad van Tucht voor Weezen, Vondelingen en Verlatene Kinderen bij het 1e Gesticht te Veenhuizen

Zitting van Vrijdag den 13e December 1844


Present
J. Poelman, President
Leden: A. Textor, G. Kuipers, J. van de Ven, L. Vrieze
J. F. Morriën, Secretaris

De Raad door den President geconvoceerd zijnde waren al de Leden tegenwoordig.

De President opent de vergadering en maakt aan den Raad bekend de desertie voor de tweede maal van den wees Evert Andries Kok N336, oud 18 Jaren van Medenblik.

De Raad heeft den aangeklaagden doen binnen staan en hem gehoord.

Daar hij niets ter zijner verontschuldiging had in te brengen, heeft de Raad hem doen aftreden om over de aan hem op te leggen straf te delibereeren.

In aanmerking genomen dat hij vrijwillig is terug gekomen is op hem toegepast art 3 § 2 van het Reglement van Tucht hetwelk hij had overtreden, waarop art 4 § 2 van genoemd Reglement de straf bepaald
Verwijdering uit de koloniën zonder verlof: hetzij die volvoerd en men van desertie terug gebragt is, hetzij die verhinderd is geworden.
Opsluiting van een tot acht dagen in de strafkamer, om den anderen dag te water en brood en bij herhaling met de boeijen aan.

Met algemeen stemmen heeft den Raad genoemde Jongeling de straf opgelegd:
Opsluiting in de strafkamer voor den tijd van vier dagen met de boeijen aan, om den anderen dag te water en brood.

Waarvan Proces verbaal is opgemaakt en den gecondemneerde hebbende doen binnen staan is hem dit vonnis voorgelezen.

Op rondvraag van den President niemand der leden iets meer hebbende voor te dragen wordt de vergadering gesloten.

Aldus naar waarheid opgemaakt dag en datum als boven is vermeld.
Namens de leden van den Raad
De President
(get) J. Poelman, enz.
Voor Copie Conform
De Secretaris
J. F. Morriën

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1619

Notities bij het zittingsverslag