Extract uit het Register der Notulen van het verhandelde in den Raad van Tucht voor weezen, Vondelingen en verlatene Kinderen bij het Eerste Gesticht te Veenhuizen

Zitting van Vrijdag den 16 Juny 1843


Present
J. Poelman president
Leden: A. Textor, G. Kuipers, L. Vrieze, J. van de Ven
L. Coelen secretaris

De raad door den President geconvoceert zijnde waren alle de Leden tegenwoordig.

De president maakt aan den Raad kennelijk dat bij hem waren ingekomen twee aanklagten tegen de wees August Spieze wegens stelen van een ijzeren pot toe behorende aan een Schipper die bij het gesticht bezig was aardappelen uit te lossen
en tegen Lieve Kok die aangehouden was met een doek inhoudende oud ijzer dat hij van voornemen was te Westervelden te gaan verkoopen.

De aangeklaagde hebbende doen binnen staan, zoo ontkende A. Spieze den misdaad te hebben gepleegd, waar op men de aanklager zijnde den Kolonist Ige Heeres heeft gehoord, die verklaarde dat werkelijk genoemde A. Spieze den ijzer pot van den Schipper had ontvreemd en hem Spieze had aangeraden die terug te geven, dat des niet tegen staande hij deze voor 40 Ct ter koop had aangeboden aan de Koloniste weduwe Lijsen die dit had geweigerd, deze ook gehoord hebbende, verklaarde dit conform de waarheid was, daar Spieze op deze beide verklaringen niets konde in brengen, zoo heeft de raad hem doen buiten staan om over de aan hem op te leggen Straf te delibereren.

L. Kok hebbende doen binnen staan had niets ter zijner verontschuldiging in te brengen daar het was gebleken dat hij dat ijzer had ontvreemd op de Hoeven waar hij werkzaam was en bij elkander vergaard- ook hem deed de raad aftreden

daar zij beiden Art 3 van het reglement van Tucht hadden overtreden vervat onder § 8 Ontvreemding, verwaarloozing en beschadiging van eens anders goed of dat der Maatschappij,  tot welk laatste mede gerekend wordt te behooren de eigen kleeding der kinderen en de bij hen in gebruik zijnde koloniale goederen,

waar op Art 4 § 8 de Straf bepaald
“Ontvreemding, verwaarlozing en beschadiging van eens anders goed
Dubbelde vergoeding van het ontvreemde, verwaarloosde of beschadigde uit zijn tegoed bij de Maatschappij, benevens opsluiting van één tot acht dagen in de strafkamer; om den anderen dag te water en brood, en bij herhaling met de boeijen aan,

met algemeene Stemmen heeft de raad beiden aangeklaagde gecondemneert  tot opsluiting in de Straf kamer voor de tijd van acht dagen om den anderen dag te water en brood en te debiteren A. Spieze voor eene Somma van Drie Gulden, L. Kok voor Twee Gulden zijnde dubbelde vergoeding van het door hen ontvreemde.

De gecondemneerde hebbende doen binnen staan is dit vonnis hen voorgelezen waar van Proces Verbaal is opgemaakt.

Aldus gedaan te Veenhuizen als boven is gemeld
was get. J. Poelman, Pres
A. Textor, G. Kuipers, L. Vrieze, J. van de Ven, Leden,
lager stond mij bekend L. Coelen, secretaris

Voor Extract Conform,
De secretaris, L. Coelen

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1619

Notities bij het zittingsverslag