Proces Verbaal van het verhandelde bij den Raad van Tucht voor Weezen, Vondelingen en Verlatene Kinderen bij het 1e Gesticht te Veenhuizen

Zitting van Saturdag den 5e Maart 1836


De Raad door den president geconvoceert zijnde waren alle de Leden tegenswoordig

Door den president wordt ter tafel gebragt eene aanklachte tegen de wees Jan Jansen N.   als beschuldigd van diefstal door middel van braak van een hoeveelheid van ruim twee pond spek uit de door den winkelhouder C. A. Brandt in gebruik zijnde koloniale woning hun dienende tot bergplaats van winkelwaren.

De Raad heeft den aangeklaagde doen binnen staan om hem hier over te horen.

Het is uit zijne eigene bekentenis gebleken dat hij op de avond van den tweede dezes zich bediend hebbende van een spijker, door welk middel hij het slot geforceert hebbende, binnen gezegde woning geraakt zijnde de genoemde hoeveelheid spek had ontvreemd.

Daar de beschuldigde zich dus heeft schuldig gemaakt aan diefstal door middel van braak uit eene onbewoonde kamer of koloniale woning, dienende tot eene bergplaats van winkelwaren  zoo heeft de raad hem doen buiten staan om over de aan hem op te leggen straf te delibereren.

Het is uit de Notulen van de Raad gebleken en wegens het door haar opgemaakt en ingezonden Proces Verbaal van den 7 November 1835 dat genoemde Jansen zich toen ook had schuldig gemaakt aan diefstal

Ook dat wegens de tegen hem telkens door zijne Zaalopziener gedane aanklachte wegens verregaande onzindelijkheid, verwaarlozing zijner Kleeding Stukken…….???????

daar meergenoemde J. Jansen ……..???? door zachte en soms door strengere middelen die men onderscheidene malen heeft beproeft……..???? school of zedelijk onderwijs al evenmin tot eenige koloniale Arbeid het geen schijnd te moeten worden toegeschreven aan een vroeger door hem geleid Vagebondig leven of verregaande verwaarloosde zedelijke opvoeding dus geheel ongeschikt om in de Kindergestichten te blijven.

Dat heeft de Raad dus op voordragt van de President besloten zoo als dezelve besluit bij deze om aan de Permanente Commissie voor te stellen dat genoemde Jan Jansen van(?) hier worde verwijderd zich tevens voorbehoudende genoemde vondeling???? Tot zoo lange in verzekere bewaring te houden tot de Permanente Commissie in deze zou hebben uitspraak gedaan ten einde te beletten dat gedachte Jansen niet meer in staat is verdere  kwaade praktijken uit te richten waartoe hij toch op neigt schijnd.

En zal hier onverwijld van afschrift worden gezonden aan de Permanente Commissie ter fine van Advys en Approbatie.

Waar van Proces Verbaal is opgemaakt en door de President met alle de Leden der Raad ondertekend.
Gedaan te Veenhuizen op Dag en Datum als boven is gemeld
Poelman, adj dir    Laarman, Onder dir    Kuipers        Van der Mey de Bie

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1618

Notities bij het zittingsverslag