Procesverbaal van het verhandelde bij den raad van tucht van Weezen , Vondelingen en Verlatene Kinderen bij het 1e gesticht te Veenhuizen

Zitting van Dingsdag den 18 September 1832


De Raad door de President geconvoceerd zijnde, waren alle de leden tegenswoordig.

Door de President werd aan den Raad kennelijk gemaakt, een bij heden ingekomen aanklagten gedaan door de Wezen Anthonie Dircks, en Johannes Kamerling dewelken op grond van zekerheid ontdekt hadden dat gedurende enige tijd goederen uit het magazijn, toebehorende aan de Maatschappij, waren ontvreemd en hebben als daders hiervan aangeklaagd de Weezen Willem de Vries en Jan Ajessen Hemme en als Heelders of Verkoopers van het gestolenen Araham Starts, Hendrik Bakker en Johannes Hilverda.

Blijkens het hier aan geannexeerde Proces Verbaal van den magazijnmeester blijkt het dat werkelijk de daar op enkel bei dezen omschrevene goederen de somma van zeven & dertig guldens & tien Centen uit het magazijn vermist waren.

De Raad heeft de beschuldigden voor zich doen komen teneinde hun over de aan hen opgelegde beschuldiging te horen.

De Wees Willem de Vries is in bekentenis genomen dat hij op eenen avond tusschen 10 en 11 uren alleen en drie onderscheidene nachten met mede hulp van de mede beschuldigde Jan Ajessen Hemme door middel ener ladder op het dak van het Gesticht is geklommen en door het openen van een fengster op het magazijn is gekomen en daar te hebben ontvreemd als bij de inklimming van de

1e maal na gissing een pond boter
2e maal na gissing een pond boter & negen geruite halsdoeken
3e maal na gissing een peyen buis
4e maal na gissing een idem idem

De Wees Jan Ajessen Hemme heeft bekend hieraan medeplichtig te zijn en bij deze gelegenheid te hebben medegenomen bij de inklimming
Op de 1 maal een gissing Een pond boter
Op de 2 maal een gissing 4 halsdoeken, een linnen broek, een peijen buis
Op de 3 maal een gissing twee paren kousen

Al verder heeft genoemde Hemmen verklaard dat hij door middel van den vierde inklimming op het magazijn had teruggelegd:
drie gevouleerde lakens
Een linnen broek
& 2 paar kousen van het door hem gestolene zodat zijn geheele ontvreemding zoude bestaan in
een pond Boter
Een doek
Een peijen buis
& een paar kousen

De raad is vervolgens overgegaan tot het horen van de meede beschuldigden wezen Araham Starts, Hendrik Bakker en Johannes Hilverda, die bekend hebben die gestolenen goederen met voorbedachten rade op de weg naar, en te Haulerwijk bij aan hun onbekende personen te hebben verkocht.

De beschuldigde alzoo door hun eigen bekentenis zich aan gepleegde diefstal met mede hulp en door middel van inklimming bij nacht zich hebbende schuldig gemaakt, heeft de raad de schuldigen doen buiten staan om over de aan hen op te leggen straf te delibereren

Niettegenstaande de Beschuldigden tot gene volledige bekentenis van ontvreemding van de uit het magazijn vermiste zijn gekomen heeft de Raad het uit den samenhang hunner verklaring daarvoor gehouden zij hier de daders in zijn.

Waarop de Raad heeft besloten zoals dezelve besluit op heden om de beschuldiging deshebbende Art 3 in het Reglement in tucht vervat bij § 2 ontvreemding, verwaarlozing en beschadiging van een anders goed of dat der Maatschappij tot welke laatste mede gerekend wordt te behoren de eigene kleding der kinderen en de bij hen ingebruik zijnde Coloniale goederen, waar op de straf , bij art. 4 van meergenoemd reglement is toegepast.

Dubbelde vergoeding van het ontvreemde, verwaarloosde of beschadigde, uit zijn tegoed bij de Maatschappij, benevens opsluiting in de Strafkamer van een tot 8 dagen, om den andere dag te water en brood, en bij herhaling met boeijen aan,

te condemneren volgens boven aangehaald art 4 als de weezen Willem de Vries, Abraham Sturts, Hendrik Bakker en Johannes Hilverda tot opsluiting in de strafkamer voor de tijd van acht achtereenvolgende dagen, om den anderen dag te water en brood, met dubbelde vergoeding in het ontvreemde uit het hun tegoed bij de Maatschappij en wel ieder voor zijn aandeel met veertien Guldens, vier en tachtig Cents,

en Jan Ajessen Hemme tot dezelfde straf en vergoeding van gelijke som met boeijen aan als bij herhaaling van dezelfde misdaad blijkens het tegen hem opgebrachte Proces Verbaal van de Zitting van 28 maart 1830.

Verlangende de Raad, dat hier onverwijld executie aan worden gegeven, na ontvangene Aprobatie op de dadelijkse opzending van dit vonnis aan de permanente Commissie tengevolge haar besluit dd 28 maart j.l. Nr 20b.

En is hiervan procesverbaal geformeerd, waarna men de beschuldigde heeft doen binnen staan en na aan hen gedane voorlezing is dit tegenswoordige door de President met de leden der Raad ondertekend.

Gedaan aan het 1e Gesticht te Veenhuizen op dag en datum als boven is gemeld
J.Poelmans, adjunct president
J.Kluvers onderdirecteur (binnen)
Kuipers ond
L.Vrieze zaalopziener
J.H. Kloekers, zaalopziener
Coelen secr


Bijlage: Proces Verbaal


De Ondergetekende C.A.Brandt,
magazijnmeester bij het 1e Gesticht bij naziening en overtelling tegen zijne boeken, bevonden hebbende dat de volgende hieronder gespecificeerde goederen op het Magazijn waren vermist geraakt, als

jongens. grijs linnen broek  f 1,-  f 1,-
2e.. 2 peije buizen f 3,30 6,60
13 grijs linnen broeken  f , 80  10,40
3e .. 1 peije buis f 3, 3
1 grijs linnen broek  f ,75 75
1 flanellen broek f 1,10 1,10
4e… 6 grijs linnen broeken f ,70 4,20
vrouwen 2 paar kousen f ,60 1,20
meisjes. 1e. 8 halsdoeken f ,40 3,20
2e 8 halsdoeken f ,40 3,20
3e 1 halsdoek f ,35 ,35
1 laken 2,10 2,10

Zijnde een gezamenlijke waarde van 37,10

Heeft ter opsporing der oorzaak naar opgemelde zo  dan mogen kennelijk worden dat de wezen de Vries en Einman des avonds bij inklimming door een der dakfengsters zich aan het ontvreemden der goederen hebben schuld gemaakt en te zoek gebragt op een peijen buis na, dat nog onder berusting was van de Vries en van de wees Einman en alzoo bij hem is bevonden.

En heeft de ondergetekende voornoemd hiervan dit Proces Verbaal opgemaakt om te strekken waar zulks behoort.

Aldus opgemaakt te Veenhuizen den 4en September 1832
De magazijnmeester
C.A. Brandt



BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1618

Notities bij het zittingsverslag