Raad van Tucht gehouden te Frederiksoord, den 4e October 1860


Alle leden zijn tegenwoordig.

de Raad van tucht

Gelezen een procesverbaal van den raad van  toezigt van Kolonie N: 1 betreffende het voorloopig verhoor van den kolonist C. J. Thosse die beschuldigd is van onzedelijken omgang onder verzwarende omstandigheden, met de kolonisten dochter Jannetta de Kruiff ten gevolge  waarvan deze den 30e Augustus ll. buiten de koloniën zou bevallen zijn van een zoon, welk procesverbaal ter verdere uitvoering aan den Voorzitter van den raad van tucht is ingezonden.-

Gezien een schrijven van genoemden Thosse waarin hij zijne schuld bekennende, zegt door schaamte en berouw niet voor den raad te durven verschijnen en verder verzoekt hem op zijne oude dag, toch niet uit de koloniën te verwijderen.

Overwegende dat de door den beschuldigde afgelegde verklaring zijn begaan misdrijf voldoende staaft en verzwarende omstandigheden bovendien het feit allesins strafschuldig maken.

Gelet op Hoofdstuk VII § 1 , art 104, litt G, in verband tot art. 105, onderdeel 5 van het reglement van Beheer voor de Maatschappij van Weldadigheid.-

Besluit

Den kolonist Conrath Joseph Thosse, het verder verblijf in de koloniën te ontzeggen.

En zal afschrift van dit besluit ter bekrachtiging aan den Heer voorzitter Commissaris der Maatschappij van Weldadigheid worden toegezonden.
De Raad van Tucht.-
C. Hulst
T Burks
W Wolffs
M. A. Overhoff
Borger


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 3283

Notities bij het zittingsverslag