Naar het overzicht
van stukken over de proefkolonie





Jan Cornelis Westerveld en familie in de archieven van de Maatschappij van Weldadigheid, voor zover ik er weet van
heb, van 1818 tot 1822



Op 5 juli 1818 schrijft iemand (de schout?) uit Broek in Waterland aan de burgemeester van Monnickendam, later blijkbaar door die burgemeester doorgestuurd aan de permanente commissie, want de brief bevindt zich in invnr 48 :

Broek 5 julij 1818

Geachte Neef!

Volgens afspraak kan ik UE berichten dat Jan Westerveld genegen is om met vrouw en kinderen naar de colonie te gaan, alzoo hij in die provincien is geboren en opgevoed en met de gesteldheid der gronden is bekend. Hij is oud 53 jaaren, nugter en bekwaam, verstaat de bouwe en boerderij, en zijn vrouw het spinnen; heeft vijf kinderen waar van de oudste is 14 en de jongste 2 jaaren.
Zoo UE mij van het een en ander betreffende deze colonie nog iets nader weet te berichten, zul ge hem verplichten.

Die de eer heeft te zijn,
UWEdW neef,
Klaas Bakker Harmensz.


De Westervelds behoren tot de gezinnen die op doorreis naar de proefkolonie in de kazerne in Amsterdam worden opgevangen



Uit een brief van directeur Benjamin van den Bosch dd 15 februari 1819, invnr 50:
Al de greppen aan deze zeiden van de weg, die naar het grote gebouw en het Broek loopt, leggen geheel schuin. Zo dat Visser met zijn land achter zijn buurman Westervelt, deze achter Weender enzo voorts heen schiet.


Bij de liefde giften op 3 februari 1820 voor slachtoffers van de watersnood staat Westerveld ook vermeld als donateur.


Uit een brief van directeur Benjamin van den Bosch dd 29 december 1819, invnr 53:
Visser, Westerveld en beide de joden hebben de beste gronden gehad. Alleen Westerveld heeft in aardappelen, zijne huur geheel afbetaald.


Bij het beoordelingsrapport door de directie op 29 juni 1820 wordt over het gezin gezegd: 'De man oppassend, de vrouw zonder overleg, en niet zeer zindelijk, ech ter werkzaam, heeft de gehele landhuur betaald' en worden ze voorgedragen voor een zilveren medaille.


Gezinsuitbreiding: Vledder, geboorteakte, 31 december 1820, aktenr. 35:
Kind: Jan Westerveld, geboren te Frederiksoord (Vledder) op 29-12-1820, zoon van Jan Westerveld, beroep: arbeider; oud: 54 jaren, en Vrougje Hendriks Crul, oud: 43 jaren.


Bij de jaarinkomens 1820 die zijn afgedrukt in de Star 1821 zit Westerveld boven het gemiddelde met 492 gulden.


Bij de medaille-uitreiking op 24 augustus 1821, krijgt het gezin een zilveren medaille.


Volgens het stamboek van hoevenaars bij de Ommerschans met invnr 1579 betrekken de Westervelds op 13 augustus 1822 een boerderij daar.


In het maandblad van de Maatschappij van Weldadigheid de Star van september 1822, zie hier, wordt over de Ommerschans-hoevenaars gemeld:
De kolonisten HARMELING en WESTERVELD zijn reeds voor eenige dagen derwaarts vertrokken, en staan door TYMES en ARENDS te worden gevolgd.

Zie verder hun tijd als hoevenaar op de Ommerschans, of zie de notities over hun latere leven of ga terug naar de overzichtspagina van Westerveld.