Naar het overzicht
van stukken over de proefkolonie





De verdere geschiedenis van Klaas Visser en familie voor zover het op de kolonie speelt

Als op grond van dit besluit alles per 1 juni 1825 opnieuw is ingedeeld, worden nieuwe stamboeken gemaakt. Die zijn bewaard gebleven en daarvan zijn scans, zie helemaal bovenaan de pagina hoe die te bereiken zijn.

■ Ze staan in het stamboek Wilhelminaoord 1825-1828 met invnr 1352 op scan 32 als bewoners van hoeve 90. Dat is tegenwoordig de Jongkindt Conincklaan 6, kadastraal Vledder A 236, met de coůrdinaten 52.892413 en 6.222918. Dit wordt later de onderwijzerswoning van Boschoord.

■ Op onbekende datum ruilen ze van hoeve met de familie Lagerweij en komen ze op hoeve 74. Tegenwoordig ook Jongkindt Conincklaan, kadastraal Vledder A 264, met de coŲrdinaten 52.887514 en 6.216944.

■ Op 1 maart 1828 vertrekt dochter Jantje Visser om 'te gaan dienen'. Ze komt niet meer terug en ze trouwt 1830 te Beemster.

Rond deze tijd speelt ook de kwestie van het boekje met de Vlugtige Waarnemingen waarop Klaas Visser reageert. Zijn reactie staat op een aparte pagina.

■ De inschrijving loopt door in het stamboek Wilhelminaoord 1828-1830 met invnr 1353, waar ze op scan 18 staan als, nog steeds, bewoners van hoeve 74.

■ Op 30 april 1829 vertrekt dochter Trijntje Visser met ontslag.

■ Op 1 mei 1829 vertrekt dochter Niesje Visser om te proberen in de gewone maatschappij een baantje te zoeken. Daar is inmiddels een regeling voor. Het lukt en ze keert niet meer terug, ze trouwt 1836 te Ursem met een 'landman'.

■ Het gezin staat in het stamboek Wilhelminaoord 1830-1835 met invnr 1354 op scan 73 als bewoners van hoeve 74.

■ Op 2 februari 1830 wordt Klaas Visser (ongetwijfeld mede als beloning voor zijn reactie op de Vlugtige Waarnemingen) aangesteld als wijkmeester in kolonie 1, Frederiksoord. Omdat wijkmeesters moeten wonen bij de wijk die ze bestieren, verhuist het gezin op die dag naar hoeve 61 van Frederiksoord. Dat is tegenwoordig de Koningin Wilhelminalaan 55, kadastraal Vledder D 205, met de co"'ordinaten 52.856874 en 6.167847. Tegenwoordig is dat Wilhelminaoord, maar toentertijd werd het tot Frederiksoord gerekend.

■ In het nummer van januari 1830 van De vriend des Vaderlands, zie hier, wordt daarover geschreven:
Wij hebben het verlies te betreuren van den wijkmeester Jan Aukes van kolonie No 1, welke aan eene longtering is overleden. In zijne plaats is de bekende kolonist Klaas Visser aangesteld, wiens benoeming wij hopen, dat aan de verwachting moge beantwoorden.

■ Ze staan in het stamboek Frederiksoord 1830-1835 met invnr 1348 op scan 63 als bewoners van hoeve 61.

■ Maar al op 5 april 1830 wordt het gezin overgeplaatst naar hoeve 55 van Frederiksoord. Koningin Wilhelminalaan 64, kadastraal Vledder D 172, met de coŲrdinaten 52.852887 en 6.174508. Daar staat nu nog een aangepaste kolonistenwoning. Ze staan nu op scan 57 van invnr 1348.

■ Op 13 maart 1831 gaat zoon Dirk Visser zijn militaire dienstplicht vervullen.

■ Dan komt er een einde aan het wijkmeesterschap van Klaas Visser. De aanleiding daarvoor heb ik (nog) niet kunnen vinden. Het heeft tot gevolg dat het gezin op 18 augustus 1831 wordt overgeplaatst naar hoeve 138 van de kolonie Willemsoord. Dat is tegenwoordig de Amsterdamselaan, kadastraal Steenwijkerwold B 20, met de coŲrdinaten 52.839769 en 6.092112.

■ Ze staan nu in het stamboek Willemsoord 1830-1835 met invnr 1360 op scan 138 als bewoners van hoeve 138.

■ Op 30 november 1833 keert zoon Dirk Visser terug uit militaire dienst.

■ Het gezin staat in het stamboek Willemsoord 1835-1840 met invnr 1361 op scan 139.

■ Op 22 juli 1835 gaat dochter Grietje Visser met drie maanden verlof om te proberen een baantje te vinden. Het lukt en ze keert niet meer terug. Ze trouwt in 1837 te Purmerend, zie kwartierstaat díEngelbronner.

■ Op 17 februari 1836 verlaat zoon Dirk Visser de kolonie zonder toestemming te vragen, hij deserteert, en keert niet meer terug. Hij trouwt 1840 als Ďdienstknechtí te Bovenkarspel met een 'dienstbode'.

Aardappelen

En dan stort in 1837/1838 alles in. Op de zitting van de raad van toezicht van Willemsoord van 17 augustus 1837, bijlage 2 op deze pagina, verschijnt Klaas Visser omdat zijn dochter Koosje Visser 'op zaterdag den 29 Julij aardappelen van de Maatschappij op de door hem bewoonde hoeve staande heeft uitgerooid'.

Klaas Visser zegt er niet van geweten te hebben, maar vraagt 'de toe te passen straf op genoemd misdrijf hem in plaats van zijn dochter op te leggen. Verder zegt hij dat de onderdirecteur 'zijn ongeluk zoekt'. Volgens de raad komt die brutaliteit omdat 'Visser beschonken voor den Raad gekomen is'.

Klaas Visser herhaalt zijn verzoek om niet zijn dochter maar hem te straffen in een fraaie brief, die als bijlage 3 op dezelfde pagina staat, maar die ik hier ook afdruk:

Willemsoord 31 Julij 1837

Mijn Heer!

ít Is dan waar dat UEd mijn dogter naamentlijk Koosje Visser, op den 29 deezer bevonden hebt, op Hoeve No 138 in Wijk No 4 van genoemde kolonie, daar ?? bij zig hebbende in een mandtje volgens zeggen van de wijkmr A Koppe 40 a 50 aardappels

Gelieve zoo goed te zijn de straf daaromtrent volgens de wet bepaald, aan mij als een verkeerd gebiedende of een Elie gelijkende vader op te leggen.

Ofschoon ik niet met de wet maar wel met de magt van de directie van kolonie bekend ben

Klaas Visser

Het baat niet, de raad van politie en tucht, hoger op diezelfde pagina, trekt zich er niets van aan en veroordeelt Koosje Visser tot acht dagen opsluiting.

De genadeklap

En de genadeklap volgt op zaterdag 3 februari 1838 als de wijkmeester komt zeggen dat Klaas Visser straks voor de tuchtraad moet komen. Dat doet hij niet, want hij weet wel hoe laat het is, en hij schrijft opnieuw een hele mooie brief:

Mijn Heer

Ik ben heden morgen door de wijkm P. Hazeloop bescheijden om van Avond tegen zeven uuren voor de raad te komen, dog de daar voor bestaande redenen, komt mij voor van te kunnen gissen, daar ik op uw onderzoek reeds bekend heb, van een deeken verkogt te hebben
Houd nu de wet in dat ik van goederen dewelke door arbeid verdiend en betaald zijn straf schuldig ben, dan zal ik mij welligt daar aan moeten onderwerpen.

Ook heb ik U reeds bekend van te veel aardappels volgens de bepaaling van de maatschappij gebruijkt te hebben, en deels niet genoegzaam voor de vorst bezorgd te hebben.
Edog om mij nu op anderen met mij daar en gelijkstaande te beroepen of om te meenen door een ander ongeluk te zoeken zelve behouden of gelukkig te worden, is mijn geloof niet
Handel dus maar met mij volgens de wet in de Kolonie.

Mijn verzoek, en wel bizonder mijn vrouw is om na veenhuizen als arbeiders huisgezin verplaast te mogen worden om reden dat zij van daar nog eenmaal in t jaar haar kinderen mag gaan bezoeken, ofschoon wij er niets op tegen hebben om van hier verplaast te worden niet om u nog om onze tegenwoordige wijkm of onderwijzer, maar alleen om mijn meede koonisten, die mij alle geveijnsd haaten omdat ik de waarheid tegen Wardenburg geschreven heb, en nog heden tegen alle vol houd om te zeggen, dat een man die niets anders bezit dan een aantal kinderen, zig gelukkig mag achten op de koloniŽn te zijn.

Ofschoon ik hoop dat Heer het mij niet kwalijk zal nemen dat ik meen dat de Maatschappij van Weldadigheid en hun doel en beloften, waar op ik voor bijna twintig jaar na de koloniŽn vertrokken ben in veele opzigten tekort schied.

Ben met alle Achting

Visser

De brief komt terecht bij de raad van toezicht van Willemsoord van diezelfde 3 februari 1838, bijlage 2 op deze pagina, die zich buigt over de beschuldiging dat Visser 'eene deken die hij pas nieuw ontvangen had verkocht heeft, en de aardappelen waarvan hij nog voor aangewezen voorraad moest hebben, reeds nagenoeg weg zijn, waarvan hij zeer zeker ook een gedeelte zal verkogt hebben'.

Overeenkomstig de wens van Visser besluit twee dagen later de Raad van Politie en Tucht voor de Vrije KoloniŽn, hoger op diezelfde pagina, om 'het huisgezin van Klaas Visser te verwijzen naar een der gestichten te Veenhuizen'.

Veenhuizen-1

Het gezin verhuist 29 maart 1838 naar Veenhuizen en betrekt een woninkje aan de buitenkant van het derde gesticht. Met nog acht kinderen in huis is zo'n woning van 4.20 bij 4.70 meter behoorlijk aan de krappe kant. Ze staan op scan 50 van het register van arbeidershuisgezinnen met invnr 1574

De rest van de gebeurtenissen doe ik kort en chronologisch, met helemaal onderaan de twee zoons die in de koloniŽn een gezin stichten.

● Op 3 oktober 1843 overlijdt dochter Maria Visser.

● Op 9 mei 1845 gaat zoon Jan Visser in militaire dienst, maar hij is 19 augustus 1845 alweer terug.

● Op 6 juni 1846 trouwt Nicolaas Visser met Aaltje Femer, dochter van het voormalig hoevenaarsgezin, nu arbeidersgezin van Hendrik Femer en Femmetje Schenkel, zie over dat gezin deze pagina.
Het jonge stel trekt eerst in bij het toch al volle huishouden Visser, maar krijgen dan de woning van femmegien Schenkels weduwe Femer, oftewel de moeder van de bruid, scan 33 van invnr 1574. Zie verder onderaan.

Koosje Visser krijgt een onecht kind, gaat naar de strafkolonie op de Ommerschans, waar ze blijkens dit overzicht op 15 mei 1847 aankomt. Ze overlijdt te Ommerschans op 20 maart 1848. Haar onechte kind, Maria Visser, komt 14 april 1848 vanuit de Ommerschans in huis bij haar grootouders Klaas Visser en Marijtje Ruiter. Maar die laatste kan daar niet lang van geniten.

Veenhuizen-2

De inschrijving loopt door in het arbeidersregister met invnr 1575 op scan 95.

● Op 29 juli 1848 overlijdt echtgenote Marijtje Ruiter.

● Op 7 april 1849 gaat Jan Visser uit huis om te gaan dienen, maar hij is 4 augustus 1849 weer terug om het dan op 18 mei 1850 opnieuw te proberen en dan met succes. Hij zal in Drenthe blijven en in Vries trouwen, zie het geslacht Vedder van Yde.

● Op 5 mei 1849 gaat ook Catharina Visser het huis uit om te gaan dienen.

Remmelt Visser trouwt 8 juni 1850 met Barendje Hilberts, geboren 25 mei 1821 te Amsterdam, dochter van Hilbert Hilberts, voormalig modderman en thans arbeiderskolonist, en Barendina Pipers (inmiddels overleden). Ze beginnen op scan 54 van invnr 1575, zie verder hieronder.

Antje Visser verlaat 5 september 1851 de kolonie om te gaan dienen. Zij trouwt 1856 te Oosthuizen een 'kleedermaker'.

Er zijn dan alleen nog in huis Klaas Visser en zijn kleindochtertje Maria Visser.

Op 9 april 1853 neemt Klaas Visser, inmiddels 65 jaar oud, ontslag. Het kleindochtertje Maria Visser wordt gedetacheerd in het eerste of kinderetablissement te Veenhuizen. Omdat detacheringen niet goed geadministreerd worden is haar verdere lot onbekend.

Waar Klaas Visser de eerste jaren uithangt is niet bekend. Volgens een aantekening bij zoon Remmelt Visser in het register met invnr 1583 wordtdoor de permanente commissie op 19 februari 1856 bij agendapunt 4 'toegestaan de inwoning in zijn gezin van zijnen vader' dus vanaf die tijd woont Klaas Visser bij zijn zoon Remmelt.

Klaas Visser overlijdt te Veenhuizen als langstlevende van de eerste proefkolonisten op 14 juli 1863.

Nicolaas Visser

Het gezin van Nicolaas Visser en Aaltje Femer. Nicolaas wordt eerst kolonist-wijkmeester en op scan 71 van invnr 1575 staat dat hij op 28 juli 1849 wordt bevorderd tot hoevenaar. Het gezin staat nu in het register van hoevenaars met invnr 1583, waarvan (nog) geen scans zijn. Ze wonen op de hoeve nummer 6 bij het derde gesticht veenhuizen.

In de kolonieadministratie staan de volgende kinderen:
● Hendrik Visser, geboren 31 maart 1847, hij heeft een graf op de begraafplaats Veenhuizen, overleden 10 januari 1898,
● Klaas Visser, geboren 1 februari 1850, hij wordt later notarisklerk Ė zie genealogie Zwiers,
● Gerrit Visser, geboren 13 december 1851, maar hij overlijdt 28 december 1855,
● Jan Visser, geboren 26 mei 1854,
● Gerrit Visser, geboren 30 september 1856,
● Remmelt Visser, geboren 1 december 1858.

Stamboeken van NA 1859 doe ik niet, maar uit genealogieŽn neem ik over:
● Fenna Visser, geboren 13 mei 1861, zij overlijdt 23 januari 1881,
● Marijtje Visser, geboren 2 november 1863, zij overlijdt 17 april 1885,
● Aaltje Visser, geboren 28 maart 1866, zij overlijdt 5 mei 1872,
● Berendina Visser, geboren 26 juli 1868.

Remmelt Visser

Het gezin van Remmelt Visser en Barendje Hilbert  Remmelt wordt zelf kolonist en op 30 maart 1852 wordt hij bevorderd tot hoevenaar. Volgens het register van hoevenaars met invnr 1583 (daarvan zijn geen scans) wonen hij en zijn gezin dan op hoeve nummer 3 bij het derde gesticht Veenhuizen. Een van zijn zoons wordt later hulponderwijzer in Veenhuizen. Remmelt heeft een graf in Veenhuizen, maar op de steen staat Remment.

In de kolonieadministratie staan de volgende kinderen:
● Hilbert Visser, geboren 15 mei 1851,
● Klaas Visser, geboren 9 december 1852,
● Maria Berendina Visser, geboren 17 juni 1854,
● Hendrik Visser, geboren 24 april 1856, maar hij overlijdt 15 september 1858,
● Jan Visser, geboren 6 augustus 1858.

Stamboeken van NA 1859 doe ik niet, maar uit genealogieŽn neem ik over:
● Hendrik Visser, geboren 8 november 1861, maar hij overlijdt 24 augustus 1880, en
● Naamloos, geboren en overleden 1 januari 1863.

Zie ook de archiefstukken over Visser of de pagina over de Vlugtige waarnemingen of ga terug naar zijn openingspagina.