Naar het overzicht
van stukken over de proefkolonie





Verhaal:
Onwaardig om in de kolonie te wonen en
daarom uit dezelve gebannen


Hendrik Metz heeft wel heel weinig moeite hoeven doen om door zijn woonplaats uitgezonden te worden. Het aantal paupers dat zich in Amersfoort vrijwillig aanbood voor de proefkolonie was volgens de plaatselijke subcommissie ‘zeer gering’.
Het enthousiasme bij de donateurs is blijkbaar groter dan bij de doelgroep.

Tot die weinige vrijwilligers behoorde dus Hendrik Metz, die echter ook Merts of Mertz of Meerts zou kunnen heten. Spellingvariaties in namen zijn niet ongebruikelijk, vooral als de drager van de naam die niet kan corrigeren omdat hij analfabeet is. Maar de Amersfoortse notabelen lijken wel erg weinig behoefte te hebben om zich in ’s mans individualiteit te verdiepen en lijken hem vooral als eentje van de soort te beschouwen.

Zowel de door hen opgegeven leeftijd, vierendertig jaar, als zijn geboorteplaats, Baireuth in Beieren, zijn volgens latere onderzoekers hoogst discutabel en naar het kindertal van het gezin is maar een slag geslagen.

Zekerder is dat Metz enkele jaren als soldaat in het Franse leger heeft gediend en in Amersfoort is getrouwd met de inmiddels zevenendertigjarige Wilhelmijntje van Koot of Kooij uit Doorn. Ze hebben vier kinderen, of vijf, en Wilhelmijntje arriveert donderdag 29 oktober 1818 hoogzwanger van nummer vijf, of zes. ‘Wij hebben,’ schrijft Amersfoort, ‘geen geschikter huisgezin kunnen vinden.’

Het klinkt niet bijster bevlogen, noch van de kant van de subcommissie noch van de kant van haar proefkolonisten. En inderdaad, het zal geen moment boteren tussen de Maatschappij van Weldadigheid en het gezin Metz.

‘Zonder hemd kwam deze familie hier aan,’ schrijft de directeur der koloniën Benjamin van den Bosch, ‘als vagebonden, en zij onderscheiden zich reeds in den beginne door den verregaanste onbescheidenheid.’

Amersfoort had volgens hem niet het welslagen van de proefneming voor ogen gehad, maar had zich van een lastig echtpaar willen ontdoen. De Metzen vertonen ‘allerslechst gedrag’, ze maken zich aan ‘onbetamelijkheden tot de orde en zedelijkheid’ schuldig, aan arbeid komt er niets noemenswaardigs uit hun handen, ze lijken meer te vertrouwen op hun ‘aanhoudende bedelzucht’.

De irritatie is snel, heftig en groeiende. Bij een blijde gebeurtenis begin december kan er nauwelijks een vriendelijk woord af. ‘Op den 3 dezer is de vrouw van Metz van eener dochter bevallen, zijnde dit de eerste vrucht van dat soort op onzen koloniale bodem.’

Het geslacht is fout – de allereerste wereldburger met Frederiksoord als geboorteplaats heet Simon Metz –, maar wat de directeur de nieuwgeborene aan heilwens op het levenspad meegeeft spreekt boekdelen: ‘Mijne hartelijkste en welmenenste wensch is, dat zij nimmer haare ouders moge gelijk worden.’

In februari 1819 schrijft hij: ‘Het huisgezin van Metz uit Amersfoort zou verdienen in een werkhuis opgesloten te worden. Aan vrouw Metz heb ik uithoofde van slegt gedrag het gevraagd verlof geweigerd.’

En dan is het begin april 1819. Benjamin van den Bosch heeft de hele kolonie bijeengeroepen. Dan deelt hij ‘aan de gezamentlijke kolonisten, en aan Metz en Rigagneau in het bijzonder’ mee dat laatstgenoemde twee gezinnen de kolonie moeten verlaten.

Terwijl Rigagneau 'ongeschikt' wordt verklaard, is Hendrik Metz ‘onwaardig’ om hier te mogen wonen en wordt hij daarom ‘uit dezelve gebannen’. Eén ding wordt dit gezin vooral kwalijk genomen. In een aantal gevallen heeft Benjamin niet kunnen beletten dat zij ‘zelfs binnen de koloniën somtijds den vreemdeling een aalmoes afvroegen’.

Rampzaliger gedrag voor de reputatie van de kolonie is niet denkbaar: bedelen bij armbestuurders die komen kijken of dit experiment het middel is om hun stadgenoten te verlossen van de gruwelijke plaag van de bedelarij. Logisch dat de Metzen hier niet te handhaven zijn.

Maar de verbanning is een vreemde reactie. Metz had namelijk zelf gevraagd uit de kolonie weg te mogen. Volgens Benjamin uit ‘geene andere motief dan zucht naar hun vorig luij bedelend leven’. Het gezin zelf zegt in Amersfoort meer mogelijkheden te zien om de kost te verdienen dan op de kolonie.

Het verzoek om ontslag wordt doodgezwegen. In de verklaring van de permanente commissie die aan de kolonisten wordt voorgelezen, in de brief waarin Amersfoort om een beter gezin gevraagd wordt en in het maandblad van de Maatschappij de Star. Overal heet het dat de permanente commissie op eigen initiatief heeft besloten het gezin te verwijderen. Niemand zal te weten komen dat Hendrik Metz dat wel prima vindt.

Zie ook de archiefstukken over Metz, enkele notities over het gezin, of ga terug naar zijn overzichtspagina.