Naar het overzicht
van stukken over de proefkolonie





Sietsen Jansz van Lubeck ('Sytze Jansz') en familie in de archieven en in de stamboeken van de Maatschappij


Op 11 februari 1819 schrijft de directeur der koloniŽn, invnr 50:
Het huisgezin uit Steenwijk is gister hier aangekomen.

Op 17 juli 1819 schrijft de directeur der koloniŽn, invnr 52:
De vrouw van Sissen Jans uit Steenwijk is heden morgen voorspoedig van eene dochter bevallen.

Bij de Ďliefde giftenĎ op 3 februari 1820 voor slachtoffers van de watersnood staat 'Jansz' ook vermeld als donateur.


Bij de beoordeling van kolonisten ten behoeve van de komende uitreiking van de medailles op 29 juni 1820, zie hier, noteert de directeur:
Jansz: Een vrij goed huisgezin, koperen medaille.

Bij de medaille-uitreiking op 24 augustus 1821, krijgt het gezin een koperen medaille.


Als dokter Schuurman in juni 1822 verslag doet over de besmettelijke ziekte in de kolonie, zie hier, schrijft hij:
In het midden der verloopene maand april vertoonde zich eerst in de kolonie no. 1, in de huishouding van de kolonist DE WALS, eene ziekte bij twee der kinderen; kort daarop werd de moeder en nog eene dochter ernstig ziek; zoo ook de vrouw, zoon, en ingedeelde meid van SITZE JANS.


In het op 19 februari 1823 gedateerde schoolrapport over 1822 worden genoemd als hebbende uitgemunt in gedrag en vorderingen: Jan en Maarten Sietzen.

Bij de medaille-uitreiking op 31 augustus 1824 krijgt het gezin een zilveren medaille.


Het gezin woont in hoeve 28 van Frederiksoord, zie de locatie op dit kaartje.


Ze staan in een stamboek van Ī 1823 tot Ī 1825 dat in te slechte conditie verkeert om in de studiezaal te raadplegen, maar dat ik wel een keer op foto heb gezet:



Daarna staan ze als bewoners van hoeve 28 geregistreerd in de stamboeken van Frederiksoord met de invnrs 1346 tot en met 1349.
Daarvan zijn scans, zie helemaal bovenaan de pagina hoe die scans te bereiken zijn.
((grappig is dat iemand, een bezoeker?, met postlood 'van Lubeck' achter de naam 'Sitse Jansz' in de eerste drie stamboeken geschreven heeft))

Uit die stamboeken komt de navolgende informatie, waarbij ik de geboortes oversla omdat die al op de hoofdpagina van Van Lubeck staan:

■ Op 3 november 1827 overlijdt dochter Geertje van Lubeck.

■ Op 1 februari 1828 vertrekt zoon Maarten van Lubeck om 'te gaan dienen'.

■ Er is een onduidelijk notitie dat zoon Jan van Lubeck hetzelfde doet op 28 april 1828, maar op 1 augustus 1828 weer terugkeert.

■ Op 5 februari 1830 krijgen ze voor het eerst een ingedeelde in huis: Neeltje Rensen uit Jisp. Die vertrekt weer op 26 juli 1830.

■ Op 17 maart 1831 wordt bij hun ingedeeld Cornelis Dikkeboom uit Haarlem. Bij mijn weten geen familie van de voorgangers van de familie Van Lubeck. Hij vertrekt weer op 16 juli 1831.

■ Op 25 april 1831 gaat Rieken van Lubeck, die eigenlijk Rijkent heet, met drie maanden verlof om te proberen in de gewone maatschappij een betrekking te vinden, zie de regeling waar dat op gebaseerd is. Het lukt en hij keert niet meer terug.

■ Op 30 april 1833 gaat Jan van Lubeck als milicien in militaire dienst.

■ Op 23 september 1833 wordt bij hun ingedeeld Jan Nobbe. Hij vertrekt weer op 14 februari 1834.

■ Op 18 mei 1834 wordt bij hun ingedeeld Pieter Joannes Vetter. Hij vertrekt weer op 7 april 1837.

■ De verdere ingedeelden heb ik niet bijgehouden, het worden er steeds meer en het zijn er gewoon te veel.

■ In het stamboek met invnr 1349 staan het gezinshoofd voor het eerst niet meer als Sytze Jansz maar als Sitze Jans van Lubeck.

■ Op 30 april 1836 gaat Rensje van Lubeck met drie maanden verlof, maar op 24 september 1836 is ze weer terug.

■ Op 7 april 1837 wordt het gezin overgeplaatst van hoeve 28 naar hoeve 20 van Frederiksoord, zie de locatie op dit kaartje. Ze staan als bewoners van die hoeve in de stamboeken met de invnrs 1349, 1350 en 1351.

■ Rensje van Lubeck deserteert van de kolonie op 6 juni 1838 (maar zie ook hieronder).

■ Op 11 januari 1840 keert Jan van Lubeck terug van militaire dienst, maar hij heeft blijkbaar iets op zijn kerfstok want hij wordt op 16 april 1840 'uitgeleverd aan Justitie'.

■ Op 2 mei 1840 overlijdt de vrouw des huizes Annigje Beute, 50 jaar oud, dochter van Marten Harms Beute en Geertje van der Kolk.

■ Op 1 september 1840 keert Rensje van Lubeck terug van desertie. In dit overzicht is te zien dat ze op 7 november 1840 voor de raad van politie en tucht in de gewone koloniŽn moet komen.
Op desertie staat altijd een verbanning voor onbepaalde tijd naar de strafkolonie op de Ommerschans, waar ze blijkens dit overzicht op 13 januari 1841 aankomt.
Ze wordt slechts negen maanden vastgehouden en ze keert 11 oktober 1841 terug op hoeve 20. Ze vertrekt van de kolonie op 24 september 1843, wat de dag is dat ze in het huwelijk treedt met de kolonistenzoon Jan Kremer, zoon van de Groningse kolonist Edo Jans Kremer (daar komt nog een pagina over).

■ Op 16 februari 1843 vertrekt Jannetje van Lubeck om te gaan dienen, maar ze wordt weer opgenomen op 29 februari 1844.

■ Diezelfde dag, dus 29 februari 1844 vertrekt Grietje van Lubeck om te gaan dienen, maar ze wordt weer opgenomen op 22 juni 1845.

■ Op 31 mei 1844 vertrekt Harmen van Lubeck met ontslag, wat me erg jong lijkt dus vermoedelijk gaat hij naar familie.

■ Op 6 juli 1847 overlijdt het hoofd van het huisgezin Sitze Jans van Lubeck.

■ De nog op de kolonie verblijvende gezinsleden, Jannetje van Lubeck en Grietje van Lubeck, vertrekken met ontslag op 5 februari 1848. Grietje trouwt met de kolonistenzoon Johannes van der Heijde, zoon van de kolonist Wijnand van der Heide en kleinzoon van de proefkolonist Johannes van der Heijde.

Dan zijn ze allemaal van de kolonie verdwenen.

Terug naar de hoofdpagina van Van Lubeck.