Naar het overzicht
van stukken over de proefkolonie





Leonardus Biemans en familie in de archieven van de Maatschappij van Weldadigheid, voor zover ik er weet van heb


Uit de voordrachtsbrief van de subcommissie Gorinchem van 9 oktober 1818:

Dat het huisgezin t welk wij naar de kolonie wenschen overgebragt te zien, bestaat uit de vader genaamt Leonardus Biemans, oud 44 jaren, geschikt tot allerlei boeren werk, hoe ook genaamd waarin de breuk die hij heeft hem niet hinderlijk is, en een bekwaam linnenwever, uit de moeder genaamt Aaltje Riem, oud 43 jaren, welke niet kan spinnen, doch overigens tot alle vrouwelijk bedrijf in staat is, uit vier zoonen en twee dochters, genaamt Johannes Kiens oud 17 en Ignatius Kiens oud 14 jaren, de laatste enigzins kreupel, en beide vóórkinderen van de moeder, Hendricus en Lena, beiden 7 jaren, tweelingen, Maria oud 4 jaren, Andries oud twintig maanden; de vier laatste voeren den familie naam van Biemans.
Op het zedelijk gedrag van alle deze personen valt niets aantemerken; dezelve behoren tot den Roomsch Catholijke Godsdienst.
Alleen tegenspoeden en de talrijkheid van het huisgezin hebben hetzelve tot armoede gebragt; zoo dat wij hopen dat hetzelve zal worden aangenomen.


De familie behoort tot de gezinnen die op doorreis in de kazerne in Amsterdam worden opgevangen.


Ze behoren tot de eerste vijf gezinnen die op donderdag 29 oktober 1818 op de kolonie aankomen, zie hier..


Staatscourant 15 december 1818:
Gorinchem, den 12 December
De sub-commissie van weldadigheid alhier heeft het genoegen, te kunnen melden, dat de persoon van Leonardus Biemans, die reeds, op den 25 october ll., met zijn huisgezin, sterk acht personen, naar Frederiksoord vertrokken en aldaar met de eerste koloniserende huisgezinnen aangekomen is, zijne bloedverwanten en alle menschenvrienden verblijd heeft, door eene mededeeling van de gunstiger omstandigheden, waarin hij zich thans verplaatst ziet.
Zijne brief bevat de duidelijkste blijken van tevredenheid over zijne standsverwisseling, en van dankbaarheid voor de aan hem bewezen weldaad.
De sub-commissie durft zich dus te vleijen, dat de gewenschte uitslag dezer eerste proeven de ingezetenen van Gorinchem aansporen zal, om hare fondsen te helpen vergroten, op dat deze stad, in het aanstaande jaar, op nieuw eenige harer verarmde inwoners in den zege mag zien deelen, welke door de maatschappij van weldadigheid verspreid wordt.

Vermoedelijk behoort Biemans tot degenen die Benjamin van den Bosch bedoelt met ‘een ongeschikt werkman die in het bosch woond en dus zwaren arbeid heeft’ en die daarom van hoeve ruilt met ‘een bekwamen die op vlak terrain woont’, want de Biemansen beginnen op hoeve nummer 1 en blijken na een tijdje te wonen op hoeve 29.


Op 12 juni 1819 doet directeur Benjamin van den Bosch verslag van een inspectie van de huishoudens, invnr 51, en meldt hij de vermissing van diverse goederen, zie hier, waaronder:
Bimans - 2 laakens, 1 tafellaaken, 1 handdoek

Bij de beloningen voor kolonisten op 23 augustus 1819 krijgt Biemans drie gulden voor zijn hulp bij het bestrijden van een veenbrand.



Bij de ‘liefde giften‘ op 3 februari 1820 voor slachtoffers van de watersnood staat Berends ook vermeld als donateur.


In een brief dd 1 juni 1820, zie hier, wordt Biemans door spinbaas Anthonie Brouwer ‘een slecht spinner, maar niet brutaal’ genoemd..



Bij het beoordelingsrapport door de directie op 29 juni 1820 wordt over het gezin gezegd: 'Een slordig huisgezin, zonder oppassendheid.'


Uit een brief van Benjamin van den Bosch van 5 januari 1821: 
Uit mijne verantwoording over deze maand zal de Kommissie zien, dat de meesten hunne landhuur gehele en andere gedeeltelijk hebben voldaan, en dat het hooi voor de koeijen door hen zelf betaald is.
Biemans en Houtman maken daarop eene uitzondering en hunner toestand is aller ellendigst.
Luiheid en verregaande slordigheid zijn daar van oorzaak en geven geen hoop meer op beterschap.
Niettegenstaande zij nog aanzienlijke betalingen op hunne kleeding te doen hebben, zijn deze schulden nog veel verhoogd geworden, dewijl de beide huisgezinnen bijna naakt waren en door de strenge koude zouden hebben moeten bezwijken.
Ter menagering van kosten heb ik na taxatie hen zo veel doenlijk, oude kleeding stukken gegeven.


In het op 19 februari 1823 gedateerde schoolrapport over 1822 worden genoemd als hebbende uitgemunt in gedrag en vorderingen: Hendricus Bymans.

Uit een brief van Wouter Visser van 23 juli 1825:
Ten slotte heb ik de eer te vragen authorisatie tot het geven van ontslag aan Willem, zoon van den kolonist Joh. Willem Steenhuizen kol. N2 – oud N4 – en aan Johannes Kiens, zoon van den kolonist Biemans kol. N1.

Zie over de expansiedrift van de Biemansen (begonnen met één hoeve bezetten ze er na verloop van tijd vier): https://www.geschiedenisvanzuidholland.nl/verhalen/gorinchem-en-de-proefkolonie-door-will-schackmann-

Zie ook aantekeningen over de verdere geschiedenis in de koloniën van de familie of ga terug naar Biemans zijn overzichtspagina.