Naar het overzicht
van stukken over ONDERWIJS





Meester Daniel Was(ch) is een vondeling uit Amsterdam die te Wateren wordt opgeleid tot onderwijzer en geleidelijk opklimt tot 2e onderwijzer in het kindergesticht

Daniel Was is als pasgeborene in 1812 in Amsterdam te vondeling gelegd. Later wordt als geboortedatum aangehouden 2 december 1812. Zoals alle vondelingen komt hij onder de hoede van het Amsterdamse Aalmoezeniersweeshuis, dat hem dus ook de naam Daniel Was heeft gegeven. Die komt in de kolonie-administratie ook voor als Wasch.

Twaalf jaar later behoort hij tot een van de drie grote groepen kinderen die augustus/september 1824 (zie bij dit overzicht) naar de kolonie Veenhuizen komen als het Aalmoezeniersweeshuis zijn deuren heeft moeten sluiten. Hij komt op 3 september 1824 aan bij het kindergesticht. Hij staat met het weesnummer 463 in
ē het register van het eerste gesticht met invnr 1571,
ē het wezenregister 1829-1830 met invnr 1410, en
ē het wezenregister 1831-1834 met invnr 1411. Zie bovenaan de pagina hoe de scans van deze en andere invnrs te bereiken zijn.

Op 29 september 1825 wordt hij uitverkoren voor het Instituut voor Landbouwkundige Opvoeding te Wateren. Hij heeft het kwekelingnummer 52 en staat op de diverse overzichten van kwekelingen die bereikbaar zijn via deze pagina. Hij staat met dat nummer op folio 4 van het register van kwekelingen te Wateren met invnr 1610 (daarvan zijn geen scans) en daarna op folio 6 van het register met invnr 1584 (ook geen scans).

Het onderwijs in

Dan gaat hij het onderwijs in. De adjunct-directeur voor het onderwijs Jan Hessels van Wolda vindt hem 'een zedig, ijverig en genoegzaam bekwaam jongeling' en bij besluit van 8 juni 1832 N41, zie hier, wordt hij ad interim aangesteld als onderwijzer van de bijschool in Doldersum. Dat is een klein schooltje waar wel meer kwekelingen het onderwijsvak leren.

Na drie maanden wordt besloten dat schooltje toch aan een ander te geven en Daniel Was eerst nog wat ervaring te laten opdoen als ondermeester bij een hoofdonderwijzer. Per 3 september 1832 wordt hij ondermeester op de hoofdschool van Wilhelminaoord bij onderwijzer Martinus Uhl. Gebruikelijk is dat een ondermeester les geeft aan de kleintjes, terwijl de hoofdonderwijzer de oudere kinderen voor zijn rekening neemt.

Ondermeester 6e klasse

Daniel Was is dan ondermeester van de 6e klasse voor 104 gulden per jaar. Die bezoldiging is gebaseerd op artikel 6 van de Verordeningen nopens het schoolonderwijs, later in 1832 aangepast. Hij wordt formeel ontslagen als wees op 10 maart 1833 en staat voortaan in de personeelsregisters, invnr 997 folio 9 en invnr 998 de folio's 20, 56 en 84. Van die personeelsregisters zijn geen scans. Alle hierna genoemde besluiten komen uit deze registers.

Als de adjunct-directeur voor het onderwijs Jan Hessel van Wolda eind augustus-begin september 1833 de school bezoekt, zie hier, wijst hij de ondermeester Was er op dat 'de eerstbeginnenden, die letters en kleine woorden leeren, voordeeliger op het bord, dan altijd in de boekjes onderwezen kunnen worden'.

Tevredenheid

Na een soortgelijk bezoek in 1834, zie hier, meldt de adjunct-directeur: 'De ondermeester Was beantwoordt aan zijne bestemming.' Er wordt bij vermeld dat ook meester Uhl 'geheel te vreden' over hem is. Het leidt een jaar later zelfs tot een geldelijke beloning:

In het jaarverslag 1835 meldt de adjunct-directeur: 'De onderwijzer Uhl (...) genoot wederom gewigtige diensten van den ondermeester Was, die zich wel beijvert en regt te vreden is met, en dankbaar voor de genoten gratificatie van É 25,-, houdende ik mij volkomen verzekerd, dat die som goed besteed is en voor het onderwijs veelvoudige intrest zal opbrengen.'

Overplaatsing/bevordering

Al die lof moet op enig moment wel leiden tot promotie. Op 7 april 1836 doet de adjunct-directeur het voorstel, zie hier, om Daniel Was te benoemen tot onderwijzer van de bijschool te Doldersum, waar hij eerder drie maanden ad interim gewerkt heeft. De permanente commissie neemt dat besluit op 22 april 1836 N4.

Per 1 mei 1836 geeft Daniel Was les in die bijschool. Volgens het personeelsregister met invnr 998 wordt hij bij hetzelfde besluit bevorderd tot onderwijzer van de 5e klasse voor 150 gulden per jaar. In het jaarverslag 1836 heet het dat de voormalige 'ondermeester van de hoofdschool der Kolonie no.2, de bekwame Daniel Was', nu de 2e bijschool van die kolonie runt.

In bijschool no 1

Een jongen die er van wordt beschuldigd de deur van het schoollokaal te hebben opengebroken en zelfs in de schoollamp gewaterd te hebben, meldt dat hij van meester Was al straf daarvoor gekregen had. Zie bijlage 2 op deze pagina.

Als begin 1837 de adjunct-directeur bij alle scholen de avondscholieren heeft geŽxamineerd of ze van school af kunnen, worden bij de school van Daniel vier leerlingen opgeroepen, waarvan er drie slagen. Bij de examens begin 1838 worden er vier van zijn schooltje opgeroepen, die alle vier slagen en dus voortaan niet meer naar school hoeven.

Volgende overplaatsing/bevordering

Na de dood van de hoofdonderwijzer Otten van Willemsoord, moet er een heleboel geschoven worden met de onderwijzers, schrijft Van Wolda op 9 februari 1838, zie hier. Als gevolg daarvan gaat Daniel Was van de tweede bijschool van Wilhelminaoord naar de (veel grotere) eerste bijschool. Bij besluit van 19 maart 1838 N9 wordt hij dan ondermeester van de 4e klasse voor 200 gulden per jaar.

Op 12 juli 1838 schrijft meester Was aan de directie dat hij heeft gezien welke kwajongen met stenen op het dak van die school gegooid heeft, zie bijlage 10.

Dit is allemaal in kolonie nummer 2, Wilhelminaoord, en hij moet ook ergens wonen, maar ik kom er niet achter waar hij woont. Hij zal bij een of ander koloniaal gezin ondergebracht zijn, maar ik heb dat tot nu toe in de stamboeken niet gevonden.

Naar Veenhuizen

Bij besluit van 1 augustus 1839 N1 wordt tot de volgende overplaatsing van Daniel Was besloten. Hij wordt aangesteld als 2e onderwijzer bij het derde gesticht te Veenhuizen voor 250 gulden per jaar. Op 10 augustus 1839 komt hij daar aan vanuit kolonie 2 en begint hij zijn werk.

Op 2 december 1839 rapporteert Van Wolda over het onderwijs in Veenhuizen-3: 'In het 2e school vertrek (...) werden 90 kinderen onderwezen', door Daniel Was en een hulpmeester..'52 lezen Moeder Anna en Vader Jacob; 17 schreven lesjes op de lei en 21, die meerendeels pas uit de kleine school waren gekomen, leerden lezen bij het bord.'

En ook in het jaarverslag over 1839 noemt Van Wolda het onderwijs in het derde gesticht, waar sinds enige tijd meer bedelaarskinderen, en dus kinderen met een achterstand komen.

Maar Daniel Was heeft in Wilhelminaoord meer opgedaan dan alleen onderwijservaring. Ook verkering met een kolonistendochter. En hij heeft nu een inkomen waarmee hij een gezin kan stichten.

Huwelijk

Hij trouwt op 5 juli 1840 te Vledder met de kolonistendochter Cornelia van Puffelen, geboren 23 december 1815 te Oudewater en in 1821 met haar ouders naar de kolonie Wilhelminaoord gekomen. Over de familie Van Puffelen heb ik ook mijn aantekeningen op een rijtje gezet. Uiteraard staat in de huwelijksakte bij vader bruidegom 'NN' en bij moeder bruidegom ook 'NN'.

Het echtpaar krijgt te Veenhuizen drie kinderen:

● Gerhardina Cornelia Was, geboren 13 april 1841,
DaniŽl Anthonie Was, geboren 7 oktober 1842, en
Jacobus Petrus Was, geboren 27 april 1845. Hij zal echter 25 november 1847 overlijden.

Naar het eerste gesticht

In de loop van 1842 wordt het derde gesticht van wezengesticht tot bedelaarsgesticht omgeturnd, alle wezen verhuizen van het derde naar het eerste. Dat heeft gevolgen voor het onderwijs, schrijft Van Wolda in het jaarverslag 1842: 'Het getal kinderen bij het 1e Gesticht werd telkens groter, terwijl dat bij het 3e Gesticht afnam. Dientengevolge ging de 2e onderwijzer van het 3e Gesticht tot het 1e over.'

Dat heeft al in 1842 plaatsgevonden, maar de officiŽle datum dat Daniel Was overgaat van het derde gesticht naar het eerste is 19 januari 1843.

● Na de dood van Jan Hessels van Wolda is het voortaan de 'opziener der scholen' Jan Hendrik Geraets die de scholen langs. Voor het eerst bezoekt hij Veenhuizen in juli 1844. Geraets maakt januari 1845 voor het eerst een jaarverslag over het onderwijs, dat over 1844. Maar hij noemt veel minder onderwijzersnamen dan Van Wolda altijd deed.

Overlijden

Maar dan. Volgens overlevering uit de familie is Daniel Was op een voettocht naar Assen achter een stapel hout door de kou bevangen en doodgevroren. Dat blijkt niet waar te zijn.

In het 'Verslag van de Ziekten en Sterften in de kolonie Veenhuizen over het jaar 1846' schrijft dokter Schunlau over de 'Catarr: & haemat: Ziekten', waarbij 'de Koortsen een zenuwachtig Caracter aannamen; twee Ambtenaren de Boekhouder MorriŽn en de Onderwijzer Was overleden daaraan'. Daarna vertelt hij nog, zie deze pagina, dat bij Daniel Was er al langer 'eene sleepende aandoening der lever' was, waarvoor geen medische hulp was ingeroepen.

De overlijdensdatum is 7 december 1846. Daniel Was is 34 jaar geworden.

Echtgenote Cornelia Was-van Puffelen blijft met de kinderen in Veenhuizen-1 wonen, want zij is volgens het personeelsregister met invnr 998 'naai en breijvrouw aan het 1e gesticht'. Op 24 december 1857 verlaten zij en de kinderen Veenhuizen. Vijf dagen eerder is ze te Norg hertrouwd met:

Coenraad Hauser, geboren 27 februari 1828. Hij is op 25 mei 1835 (dus zeven jaar oud) naar het wezengesticht gebracht door Amsterdam. Net als Daniel Was dus. Coenrad Hauser staat met het weesnummer 1198 in het wezenregister met invnr 1412. Hij zat ook in het wezengesticht toen van 1843 tot zijn dood in 1846 Daniel Was daar les gaf, dus de kans is groot dat Coenraad Hauser bij hem in de klas heeft gezeten. Hij is 3 augustus 1848 met ontslag uit het kindergesticht vertrokken, maar is dus duidelijk wel in de buurt gebleven.

Het echtpaar Hauser-van Puffelen vestigt zich in Assen en heeft - behalve dat er in de vrije koloniŽn nog de nodige Van Puffelens wonen - verder geen relatie tot de koloniŽn meer.