Naar het overzicht
van stukken over ONDERWIJS





Meester Janus Meijer Drees, van wees uit Hillegom tot onderwijzer op een bijschool in Wilhelminaoord, daarna tot 2de onderwijzer in het kindergesticht en tenslotte tot hoofdonderwijzer van Willemsoord

Janus Meijer Drees begint in de kolonieadministratie als Janus Meijer. Zo staat hij met weesnummer 64 op de scans in het register van Veenhuizen-1 met invnr 1571. Pas later, in de wezenregisters met de invnrs 1410, 1411 en 1412 wordt er 'Drees' achter gezet. Hij is volgens die administratie geboren op 17 maart 1815, gereformeerd en afkomstig uit Hillegom, waar hij ook geboren is.

Hij komt op 27 maart 1828 in het kindergesticht aan. Designatienummer 72/1. Na vier jaar, naar ik aanneem maar niet zeker weet op 16 juli 1832, gaat hij naar het Instituut voor Landbouwkundige Opvoeding te Wateren. Hij krijgt daar het kwekelingnummer 11 en staat op de overzichten van kwekelingen die bereikbaar zijn via deze pagina.

Kort verblijf in Wateren

Wateren is de plek waar normaliter ingedeelden uit de vrije koloniŽn en weeskinderen uit Veenhuizen worden geschoold voor het onderwijs, maar blijkbaar heeft Janus Meijer Drees die capaciteiten al, want al op 3 september 1832 gaat hij weer uit Wateren weg en wordt hij actief in het koloniale onderwijs. Vermoedelijk heeft hij voor zijn komst naar de kolonie al zo'n goede opvoeding gehad dat hij meteen voor de klas gezet kan worden.

Hij wordt ondergebracht op hoeve 83 van Wilhelminaoord, bij het gezin van Ide Jan Gerrits Leltz en Elisabeth Brand Steeringa, die op 11 december 1827 als kolonisten uit Harlingen gekomen zijn. Na eerst Willemsoord en een tijdje als bakkersknecht op de Ommerschans zijn ze in Wilhelminaoord terechtgekomen.

De hoeve is tussen 1872 en 1880 afgebroken, maar lag in Doldersum aan wat nu de Jongkindt Conincklaan is, kadastraal Vledder A 269, met de coŲrdinaten 52.889746 en 6,220335. Janus Meijer Drees zal daar lang blijven inwonen, met alle gevolgen van dien... (zie bij zijn huwelijk)

Doldersum

Hij begint september 1832 als onderwijzer in het schooltje te Doldersum, ook wel genoemd 'kolonie no 7', zie ook hier, maar sinds 1825 een onderdeel van kolonie no 2, Wilhelminaoord. Dat schooltje staat dan ook bekend als de 'tweede bijschool van kolonie no 2', en is met zo'n 30 leerlingen een van de kleinere onderwijsinstellingen in de kolonie.

Bij de schoolbezoeken van de adjunct-directeur voor het onderwijs Jan Hessel van Wolda wordt Janus Meijer Drees steeds genoemd. Zie bijvoorbeeld het verslag van 16 september 1833, waar de adjunct-directeur 'het onderwijs met genoegen eene heele schoolles bijgewoond' heeft. Janus Meijer Drees blijft daar werken als hij op 1 april 1835 formeel ontslagen wordt als weeskind.

Overplaatsing/bevordering

Wat niet goed te begrijpen is, is dat hij begin 1836 blijkbaar nog in Veenhuizen komt en dat ook nog wees genoemd wordt. Want op de tuchtzitting van het eerste gesticht van 20 februari 1836 is er sprake van dat een andere wees geld van hem gestolen heeft, zie het zittingsverslag. Je noemt een schoolmeester toch geen wees? En wat heeft hij in Veenhuizen te zoeken?  Geen idee.

De adjunct-directeur voor het onderwijs wordt steeds lyrischer over de gaven van Janus Meijer Drees. Zie het jaarverslag over 1835 op deze pagina ergens halverwege: 'Met hoogen lof kan er melding worden gemaakt, van het doelmatige onderwijs van Meijer Drees.' Van Wolda is van mening dat Drees meer aan zou kunnen dan alleen dat kleine bijschooltje. 'Deze jongeling is bevordering waardig, daar hij in staat is, veel meer te doen dan kol. 7: te doen heeft.'

Hij wil hem overplaatsen naar Veenhuizen, zie hier de brief van 7 april 1836, maar op voorstel van de directeur gaat Janus Meijer Drees per 1 mei 1836 over naar de veel grotere bijschool in de Oostvierdeparten. Bekend als bijschool no 1 van Wilhelminaoord. Hij blijft bij de familie Leltz wonen en moet dus elke dag een flink stuk wandelen om op zijn werk te komen.

Mishandeling

Het leven daar is niet helemaal zonder problemen. Bij de Raad van Toezigt van Wilhelminaoord van 23 september 1836 klaagt hij twee jongens aan wegens ongeregeldheden bij de school, zie het zittingsverslag (bijlage 2).
En op de zitting van 11 februari 1837 is er zelfs sprake van 'mishandeling' van 'den Schoolonderwijzer Meijer Drees', zie het zittingsverslag (en ook bijlage 3).

Intussen blijft Van Wolda de loftrompet over hem steken. Bijvoorbeeld in het jaarverslag van het koloniale onderwijs over 1836, zie hier. 'Hij helpt de achterlijken voort en zorgt, bij eenen doelmatige orde, dat de geheele schooljeugd, zoo spoedig mogelijk, op de hoogte der andere gebragt worde.' Een bevordering kan niet uitblijven.

Naar Veenhuizen

Die wordt aangezwengeld door een brief van Van Wolda van 9 februari 1838, zie hier. Door 'het vroegtijdig afsterven van den zeer verdienstelijken hoofdonderwijzer van Willemsoord H.B. Otten' moet er met het onderwijzend personeel geschoven worden.

Op 19 maart 1838 onder agendapunt N9 (heb ik niet gezien maar moet in invnr 470 zitten) neemt de permanente commissie een besluit over dat geschuif en op 1 april 1838 komt Janus Meijer Drees terug in het kindergesticht te Veenhuizen waar hij tien jaar eerder aangekomen was. Nu als 'tweede onderwijzer' op een salaris van 250 gulden per jaar.

Gezin

Met zo'n inkomen wordt het tijd in het huwelijk te treden. Dat gebeurt op 13 april 1839. De bruid is:

Aaltje Ides Leltz, geboren 30 oktober 1816 te Harlingen. Inderdaad, de dochter van zijn hospita !! Het echtpaar krijgt de volgende kinderen:

Willemijntje Elisabeth Drees, geboren 14 maart 1840  Zij wordt maar twee jaar oud en overlijdt op 21 juni 1842,
Anne Marie Drees, geboren 23 juli 1842,
Ebertus Drees, geboren 20 mei 1845,
Willemijntje Elisabeth Drees, geboren 26 oktober 1848,
Hendrik Drees, geboren 27 juni 1852,
Alida Drees, geboren 2 maart 1855, en
Jan Drees, geboren 10 maart 1858.

Naar Willemsoord

Die laatste wordt niet in Veenhuizen geboren, maar in Willemsoord. Voordat die overplaatsing ter sprake komt moet eerst even gemeld worden dat Janus Meijer Drees in 1843 examen doet en onderwijzer van de tweede rang wordt, zie dit boek.
En het tweede dat nog even vermeld moet worden is dat vanaf 23 november 1853 de schoonmoeder van Janus Meijer Drees bij het gezin inwoont (de schoonvader is inmiddels overleden).

In het personeelsregister met invnr 998 (helaas nog niet op scan) staat op folio 55 vermeld dat Janus Meijer Drees per 16 januari 1857 vertrekt naar kolonie 3, Willemsoord. Hij is daar benoemd als hoofdonderwijzer en vervult daarmee een van de hoogste functies in het koloniale onderwijs.

Volgens het personeelsregister met invnr 1675 verdient hij dan 365 gulden per jaar. Een tijdlang werkt ook zoon Ebertus Drees op die school als 'tweede ondermeester'. Tot hij het huis uitgaat. Andere kinderen volgen.

In de daaropvolgende personeelsregisters wordt geleidelijk 'Meijer Drees' als achternaam gehanteerd in plaats van alleen 'Drees'. Sommige gezinsleden komen met die achternaam ook in de burgerlijke stand.

Tot wanneer Janus Meijer Drees als hoofdonderwijzer in Willemsoord blijft werken, weet ik niet. Daarvoor zouden alle latere personeelsregisters nog eens doorgevlooid moeten worden. Hij en Aaltje Leltz overlijden allebei in Deventer, waar kinderen van hen zijn gaan wonen. Aaltje Leltz in 1902 en Janus Meijer Drees in 1909. Jongste zoon Jan gaat ook in het onderwijs en wordt hoofd van een school.