Naar het overzicht
van de MUNT-pagina's





Besluit van de permanente commissie 10 maart 1826, houdende bepalingen der goederen welke in de koloniale winkels verkocht zullen worden en instelling van twee soorten van koloniale munt

Op 10 maart 1826 neemt de permanente commissie een besluit over winkelkaartjes dat schijnt te willen benadrukken dat men alles graag zo ingewikkeld mogelijk maakt. De notulen van 10 maart 1826, invnr 39, melden bij agendapunt N36:

Besloten te arresteren het door den Heer 2e Adsessor voorgedragen koncept van een besluit ter bepaling van den inslag voor de koloniale winkels, als mede van den verkoop dezelve (fiat inserto)

Dat houdt in dat onderstaande besluit komt uit de koker van Johannes van den Bosch, die 2e assessor is, en dat zijn doel is de inkoop van winkelwaren beter te regelen. Het onstaan van twee soorten kaartjes is een bijprodukt van die bedoeling. Van den Bosch volgt niet altijd trouw het in 1816 ingevoerde matenstelsel. Met 'lood' kan hij 10 of 15 gram bedoelen, een 'oxhoofd' is 210 liter en een 'musje' (met dank aan Michel Doortmont & Harry Perton) is hetzelfde als een maatje en is een deciliter. Het besluit staat in invnr 961, invnr 964 en invnr 1288 en luidt:

De Permanente Commissie

Overwegende de noodzakelijkheid om te beperken en zoo veel mogelijk te verhinderen het overdadig gebruik van winkelwaren van vreemde oorsprong, en in het bijzonder van snoeperijen, hetwelk als verkwisting van inkomsten, even schadelijk voor de kolonisten als hoogst nadeelig voor de algemeene koloniale en Maatschappelijke belangen is. en als zoodanig volgens de voorwaarden en bepalingen van overneming en verpleging der huisgezinnen en verdere personen behoort te worden tegengegaan.

Overwegende dat hiertoe meer gepaste bepalingen van den inslag voor den koloniale winkels en van de verkoop van dezelve kunnen genomen worden.

Heeft besloten gelijk zij besluit bij deze

Art 1.
De voor de koloniale winkels in te slane goederen zullen in twee hoofdsoorten verdeeld zijn, als in onontbeerlijke en minder noodzakelijke.

Tot de eerste soort worden geacht te behooren:
Zeep
Zout
Olij
Peper
Koffij
Rook en snuif- tabak
& Azijn.

En tot de tweede
Siroop
Suiker
Leidsche kaas
Thee
En andere nog niet opgenoemde waren.

Art 2
De hoeveelheid van iedere soort der bij het vorig art vermelde waren voor de koloniėn in te slaan, wordt bepaald als volgt:

Wekelijks:
Voor de vrije koloniėn onontbeerlijke behoeften
½ pond zeep voor 10 zielen ofwel per ziel voor 1 1/10 ct
1¼ pond zout voor 10 zielen ofwel per ziel voor 1 ¾ ct
8 musjes olie voor 10 zielen ofwel per ziel voor
(het laatste alleen des winters tot dit bedrag)
2 ct
½ lood peper voor 10 zielen ofwel per ziel voor 1/20 ct
¼ pond koffij voor 10 zielen ofwel per ziel voor 2 1/10 ct
¼ pond rook en snuif tabak voor 10 zielen ofwel per ziel voor 1 ½ ct
½ oxhoofd azijn voor de geheele bevolking ofwel per ziel voor  ¼ ct
Voorts nog aan artikelen ter verstelling van de kleeding per ziel
¼ ct
Dus te zamen per ziel voor
9 ct
Minder noodzakelijke behoeften van vreemde waren per ziel voor
3 ¾ ct
en van eigen voortbrengselen per ziel voor
1 ¾ ct
Totaal per ziel
14 ½ ct

Voor de Ommerschans
Voor het magazijn

½ pond zeep voor 10 zielen ofwel per ziel voor 1 1/10 ct
1¼ pond zout voor 10 zielen ofwel per ziel voor 1 ¾ ct
6 musjes olie voor 10 zielen ofwel per ziel voor
1 ½ ct
½ lood peper voor 10 zielen ofwel per ziel voor 1/20 ct
¼ oxhoofd azijn voor 1200 zielen per ziel voor  ¼ ct
Totaal
4 13/20 ct
Onontbeerlijke behoeften voor den winkel:

1/5 pond koffij voor 10 zielen per ziel
1 ¼ ct
¼ pond tabak voor 10 zielen per ziel 1 ½ ct
4/10 pond Leidsche kaas voor 10 zielen per ziel
1 ct
Minder noodzakelijke behoeften voor den winkel:

voor alle artikelen te zamen per ziel voor
1 7/10 ct
Totaal
10 ct
Voorts nog van eigene waren als brood, boter, spek enz per ziel voor
20 ct
gezamenlijk totaal
30 ct

zullende de hoeveelheid waren eigenlijk naar de vorengemelde sommen per ziel en niet naar de daarnevens gestelde begroting kwantiteiten moeten worden ingeslagen.

Voor etablissementen van weezen
Voor het magazijn dier etablissementen zal dezelfde hoeveelheid als voor de Ommerschans bepaald is worden ingeslagen, en voor de winkel voor ééne cent per kind tot aankoop van siroop, als anderzins, en voor een en een halve cent voor andere minder noodzakelijke behoeften van die soort als de kinderen zelve zullen verlangen, en zij van hunne oververdiensten kunnen koopen.

Voor de arbeiders etablissementen
Voor deze zal dezelfde hoeveelheid als voor de vrije koloniėn ingeslagen worden
Daar de arbeiders kolonisten echter meerdere noodwendigheden van eigene oorsprong moeten kunnen koopen, als brood, boter, boekweitenmeel enz, zo zal hun daartoe de gelegenheid worden verschaft, zullende zij bovendien 1½ ct voor gort, erwten, boonen enz kunnen besteden.
Ten gebruike van geemployeerden en bouwlieden zal de hoeveelheid in te slaan 1/3 meer bedragen dan voor de arbeiders kolonisten, doch van dezelfde soort van waren.

Art 3
De algemeen winkelier zal eene nauwkeurige lijst maken van de hoeveelheid, soort en prijzen der onderscheidene goederen, welke van de bepalingen van het voorgaande artikel voor al de etablissements per maand zullen moeten en kunnen worden ingeslagen; dezelve zal, na door den directeur te zijn gezien verzeld des nodig van dezelfs aanmerkingen ter goedkeuring van de PC worden ingezonden.

Art 4.
Mocht het gebruik van onontbeerlijke behoeften in de eerste maand de bepaalde hoeveelheid te boven gaan, dan zal er eene suppletoire leverantie van het ontbrekende kunnen plaats hebben, doch zal deze vermeerdering alsdan in de volgende maand of op de waren waarvan in de vorige minder dan het bepaalde was gebruikt ofwel op de minder noodzakelijke behoeften moeten worden gekort zodanig dat de bepaalde som voor de geheelen inslag voor de 3 maanden in geen geval worden te boven gegaan, ten zij met speciale autorisatie van de Permanente Commissie zonder welke het meerder ingeslagene door dezelve niet zal worden betaald.

Art 5.
Behalve de winkelwaren van de leveranciers in te slaan zal vanwege de Maatschappij verkrijgbaar worden gesteld: brood, boter, gerookt spek, vleesch, boekweiten meel, boekweiten gort, aardappelen, grutten. En zulks in de hoeveelheid als volgens de reglementen benoodigd is.

Art 6.
Indien enige dier artikelen bij de Maatschappij echter mogten ontbreken, zal aan de PC tijdig worden aangevraagd de autorisatie tot aankoop van buiten van het ontbrekende, en zal het aldus geleverde op de 3 maandelijkse rekeningen der leveranciers afzonderlijk moeten voorkomen.

Art 7.
In de koloniėn zullen twee soorten van fictief geld bestaan als Winkelgeld en Broodgeld hetwelk zal zijn van kaartjes volgens nevenstaande modellen.

Winkelkaartjes

Art 8.
 De wekelijksche uitbetaling van de verdiensten zal in het vervolg zodanig worden geregeld dat in de vrije koloniėn tot 10 cents en het overige der verdiensten in broodgeld wordt uitbetaald. De arbeiders kolonisten zullen eerst 15 cents in winkelgeld en het overige hunner verdiensten in broodgeld ontvangen. Aan de bedelaarskolonisten zullen ¾ der verdiensten in broodgeld en ¼ in winkelgeld voldaan worden. De weezen eindelijk zullen al haar verdiensten in winkelgeld erlangen.
De geemployeerden en loonlieden ontvangen wekelijksch F 1,25 aan winkelgeld en het overige hetwelk hun niet in zilver wordt uit ?? in broodgeld dat F 1,25 niet zal te boven gaan.

Art 9.
Voor het winkelgeld zal mede verkrijgbaar zijn wat met broodgeld betaald wordt doch het broodgeld zal niet voor winkelgeld kunnen worden aangenomen.

Art 10.
De winkeliers zijn gehouden de verkochte winkelwaren van vreemde oorsprong uitsluitend met winkelgeld te verantwoorden. Kunnende zij de waren met broodgeld verwerkt mede met winkelgeld voldoen.

Art 11.
Geen zilvergeld zal in het vervolg in de winkels meer worden aangenomen noch zal door de winkeliers kunnen worden gebezigd ter betaling van de ontvangen waren. Zodanige geemployeerden die in kontanten hun tractement ontvangen, kunnen desverkiezende in mindering F 1,25 in winkelgeld en evenzoveel in broodgeld bekomen mits den directeur zulks schriftelijk aanvragende.

Art 12.
De veldwachters der bedelaarsgestichten zullen in het vervolg niet meer gebragt worden op de staten van administratie, maar op die van veldarbeid en wel onder het rubriek buitengewone en verschillenden arbeid, terwijl zij op de maandstaten in het bijzonder zullen voorkomen gelijk andere kolonisten voor zoo verre aan hen winkelgeld is uitbetaald. De bouwlieden, die tot de administratie behooren, zullen alsmede voor het aan hun uitbetaalde gebragt worden onder dezelfde rubriek, vergezeld van bijzondere aanwijzing volgens bijgevoegd model, daar de maandstaat ten doel heeft te doen zien juist hoeveel iedere maand aan winkelgeld kan worden besteed. Voor zoo verre zij in kontanten uitbetaald worden zullen zij op de staten van administratie worden gevoerd.

Art 13.
Bovenstaande bepalingen zullen een aanvang nemen met de maand april aanstaande en zal deze alzo de eerste van het trimester zijn. En zal afschrift dezes aan den Directeur der Koloniėn worden uitgereikt ten fine van informatie en executie.

Aldus gearresteerd door de PC van Weld. te ’s Gravenhage den 10 maart 1826
(get) J. Sluiter

Dit systeem is zo ingewikkeld dat het niet lang kan functioneren. Maar een tijdje heeft het wel gewerkt, want er zijn kaartjes teruggevonden die op bovenstaande gebaseerd zijn, zie deze pagina. Daar staan ook bespiegelingen over waar ze in gebruik waren.

De directeur der koloniėn, Wouter Visser, ziet het niet zo zitten. Hij schrijft op 24 maart 1826, invnr 77 scan 707:

Aangaande het besluit der Permanente Commissie dd 10 dezer neem ik de vrijheid aan te merken, dat daarin bepalingen voorkomen welke, naar mijn inzien, moeijelijkheden in den uitvoering zullen  ondervinden zoo ten aanzien van mijzelven en verder geemploijeerden als der kolonisten, dan daar ik ieder ogenblik in de koloniėn tegemoet zie, den Heer 2e ass. zal ik de eer hebben Z Ed Gestr mijne bedenkingen bij monde mede te delen en inligtingen te vragen, hopende dezelve wel te ontvangen en de zwarigheden uit de weg geruimd te zien in welk geval ik die vermeende zwarigheden niet verder de Perm Comm kennelijk zal maken, tenzij zij zulks mogt verlangen.

Het model waarvan in art 12 van genoemd besluit gesproken wordt heb ik niet bij de stukken getroffen, het zou mij aangenaam zijn hetzelve ten spoedigste te ontvangen.

Blijkbaar lukt het Johannes van den Bosch om de directeur over de streep te trekken en dan wordt het uitgevoerd, zij het met enige vertraging:

Artikel 13 meldt dat het besluit in april 1826 in werking moet treden. Maar uit de administratie van de directeur blijkt dat de broodkaartjes en nieuwe winkelkaartjes pas in mei van de drukker komen, zie hier.