Naar het overzicht
van de
KLEINE RAAD




Volledige transcriptie van:

Copie van de notulen van het verhandelde door den kleinen raad der vrije kolonien, over de maand October 1829


Zaturdag den 3 October 1829

Verschenen voor den kleinen raad:

1. Götz, van kol 1, verzoekende:
a. verlenging van verloftijd voor zijnen zoon Cornelis Spurij, welke nu 6 maanden gediend heeft bij Delft;
b. de vrijheid om zijne dochter Gerardina Johanna Götz, oud 15 jaren,voor drie maanden te laten dienen te 's Hage, onder bijzonder toezigt van zijnen vader.

Is besloten:
verlenging van verloftijd te weigeren, wijl de tijd verloopen is, en het dienen zijner dochter, onder goedkeuring van den heer Direkteur der kolonien, toe te staan.

In de kantlijn bijgeschreven: Dit besluit is door den Heer Direkteur der kolonien goedgekeurd.

2. Karst Kremer, van kol 3, verzoekende voor 10 dagen met verlof te mogen gaan naar Groningen, waar hij meende iets te kunnen erven.
is om de tegenwoordige drukte des werks uitgesteld

(get.) J.H. van Wolda secr.


Zaturdag den 10 October 1829

Verschenen:

1. Vrouw Winkelhuis, van kol 1, te kennen gevende dat haar zoon Willem, welke bijna drie jaren wegens krankzinnigheid in het buitengasthuis te Amsterdam geweest en nu, volgens verklaring van den geneesheer, geheel hersteld is, bij haar in de kolonie wenschte terug te komen, verzoekende alzoo, dat dezen zoon, die nog tot de kolonie behoort, wederom in haar huis mogt worden opgenomen.
De kleine raad is van gevoelen, dat deze zoon, op het schriftelijk bewijs van den Geneesheer, houdende dat dezelve wederom hersteld is, te rug kan komen, doch zal hierover vooraf den Heer Direkteur der koloniën raadplegen.

In de kantlijn bijgeschreven: De direkteur is ook van dat gevoelen, maar acht het voorzigtig om de moeder eerst zoodanig bewijs te doen verkrijgen en vertoonen, alvorens haar ter afhaling haars zoons te laten gaan.

((NB: Willem Winkelhuis keert 10-11-1829 in de kolonie terug, maar zal daarna helemaal niet genezen blijken en na allerlei toestanden op 01-02-1831 weer naar het buitengasthuis gaan))


2. Zoutebier, van kol 1, verzoekende eenige kleeding voor den bij hen   ingedeelde Prinse, welke dat hoogst noodig had.
Daar de uitgifte van kleeding eerstdaags plaats zal hebben, zoo zal Zoutebier zoo lang moeten wachten.

3. Vrouw Hilkemeijer, van kol 1, verzoekende voor 4 dagen met verlof te gaan naar Amsterdam, tot het bezoeken harer familie, en aan dezelve vertoonen van hare dochter Meintje, die, onder goedkeuring van hare ouders en van de Direkteur der kolonien, aldaar met Mei 1830 dienen zoude.
Is toegestaan, onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur der kolonien.

4. Gerrit de Vroeg, van kol 1, verzoekende voor drie maanden te mogen dienen bij zijnen ouden baas te Steenwijk.
Is in zoo verre toegestaan, wijl dezelve toch dagelijks uitgaat te kleermaken, indien de Heer Direkteur het goed keurt.

5. Vrouw Goosems, van kol 2, verzoekende de vrijheid om hare dochter Geertje, oud 17 jaren, voor drie maanden te mogen besteden bij Jan Geerts, aan de Smildinger Vaart, nabij Meppel.
Is toegestaan, als boven.

6. Leunissen, van kol 3, verzoekende het ontslag van de kolonie voor zijne dochter Maria, sedert 12 september jl toen dezelve voor den Raad van Tucht is te regt gesteld, afwezend.
Men heeft dezen vader gezegd, dat voor zijne dochter geen ontslag kan worden aangevraagd.

((NB: Op die zitting van de tuchtraad was Maria Leunissen wegens onzedelijke omgang verbannen naar de strafkolonie op de Ommerschans, waarop zij - heel verstandig - was gedeserteerd.))

(get.) J.H. van Wolda secr.



Zaturdag den 17 October 1829

Verschenen:

1. Vrouw Kniessenberg, van kol 1, verzoekende voor 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Utrecht, tot het bezoeken van hare familie.
Is toegestaan, onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur der kolonien.

2. Boon, van kol 1, verzoekende de vrijheid, om de voordochter zijner vrouw Aaltje Duinker, oud 18 jaren, voor drie maanden op de proef te mogen laten dienen, bij zijnen broeder Sijme Jans Boon, rietdekker te Oostzaan.
Het meisje kan zeer goed uit het huisgezin gemist worden. Is toegestaan, onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur der kolonien.

3. Vrouw Letterie, van kol 2, verzoekende voor eenige dagen met verlof te gaan naar de Ommerschans, tot het bezoeken van hare ouders.
Is uitgesteld om de aldaar heersende mazelen en roodvonk.

(get.) J.H. van Wolda secr.



Zaturdag den 24 October 1829

Compareerden voor den Raad:

1. De wed. Grollée, verzoekende dat hare dochter Johanna, oud 21 jaren, sedert twee jaren ontslagen van de kolonie, wederom als koloniste mogte worden opgenomen.
De oude Grollée is sedert overleden, en behalve deze hare dochter, die zeer vlijtig voor het huisgezin werkt, is hetzelve zwak aan werkvolk.
De kleine raad zou derhalve gaarne zien, dat het verzoek dezer vrouw kon worden toegestaan en draagt hetzelve mitsdien gunstig voor aan de Permanente Kommissie.

2. van Welsum, van kol 3, verzoekende dat zijne dochter Johanna, oud 28 jaren, sedert 4 jaren ontslagen van de kolonie, wederom als koloniste, ter versterking van het huisgezin harer ouders, andermaal mogte worden aangenomen.
Van Welsum en zijne vrouw zijn oud en zwak, de kleine raad verzoekt alzoo aan de Permanente Kommissie, met den ouden vader, dat den dochter weer als zoodanig moge worden aangenomen. 

((NB: puntje 3a. is in de kantlijn ingevoegd, was blijkbaar eerst door de notulist vergeten))

3a. Vrouw Poot, van kol 1, verzoekende dat haar zoon Jan Bakker, oud 21 jaren, reeds voor drie jaren van de kolonie ontslagen, doch lang aan de gevolgen der koorts hebbende gesukkeld en tegenwoordig te huis, wederom als kolonist mogte worden aangenomen.
Is besloten, dit verzoek gunstig aan de Permanente Kommissie voor te dragen.

3b. Vrouw van Haften, van kol 2, verzoekende dat haar zoon Klaas, oud 32 jaren, welke voor 4 jaren ontslagen is van de kolonie, zonder toestemming zijner ouders en zonder dat zijn ontslag in de stamboeken der kolonien is aangeschreven, wederom als kolonist mogt worden aangenomen; zij hadden dien jongen zoo nodig.
De kleine raad is er voor, indien zulks mogelijk is, dat dit verzoek toegestaan worde, en draagt hetzelve dus mede aan de Permanente Kommissie voor.

4. Zorn, van kol 1, verzoekende dat zijn zoon Jan, oud 25 jaren, die zonder zijne toestemming verleden jaar ontslagen, en nu wederom te huis was, wederom als kolonist mogt worden aangenomen.
De zoon is in het huisgezin benoodigd en daarom voegt de kleine raad deszelfs verzoek ook bij dat van den ouden Zorn en zijnen zoon aan de Permanente Kommissie.

5. Vrouw Smid, van kol 2, verzoekende dat hare dochter Geertje, oud 17 jaren, sedert een jaar buiten de kolonie dienstbaar, en tevens ontslagen, doch nu buiten dienst, wederom als koloniste mogt worden aangenomen.
Besloten gunstig aan de Permanente Kommissie voor te dragen.

6. Meijer, van kol 1, verzoekende verlof om den Heer Heemskerk te helpen verhuizen, naar Utrecht.
Is toegestaan, onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur der kolonien.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door den Direkteur der kolonien goedgekeurd.


6. Walters, van kol 3, verzoekende dat zijne vrouw voor 14 dagen met verlof mogte gaan naar Amsterdam, tot het bezoeken van hare familie.
Dit huisgezin is eerst in het begin van Juli jl. hier aangekomen, weshalve het verzoek nog niet kan worden toegestaan.

(get.) J.H. van Wolda secr.



Zaturdag den 31 October 1829

Verschenen voor de Raad:

1. Vrouw van Eijsden, van kol 3, verzoekende dat haar man voor 14 dagen met verlof mogt gaan naar Dordrecht, tot het bezoeken zijner familie.
Is toegestaan, onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur der kolonien.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door den Direkteur goedgekeurd.


2. Vrouw Meij, van kol 3, verzoekende dat haar man en zoon voor eenen gelijken tijd, met verlof mogten gaan naar Monnikendam, tot het bezoeken hunner familie.
Is toegestaan, als boven, voor den man alléén, kunnende de zoon bij een voortdurend goed gedrag, in het aanstaande voorjaar, ook eens met verlof gaan.

3. Vrouw Hilkemeijer, van kol 1, klagende dat de wijkmeester de Jong haren man geene betaling wilde doen toekomen van het bemesten eener akker, groot ongeveer 200 roeden; hij had 5 getuigen dat de wijkmeester haren man verlof gegeven had, om zijne eigene hoeve te bemesten, doch de vrouw weet van deze getuigen de namen niet op te geven.
Hierop geroepen en gehoord den wijkmeester de Jong; verklarende deze, dat hij niet de uitbetaling van Hilkemeijer zelve, maar die van deszelfs zoon Jan geweigerd had op staat te brengen, wijl deze tegen zijnen wil, het eigene land van Hilkemeijer had bekrooid, in plaats van met de andere ploeg jongens mest te kruijen, dáár de wijkmeester zulks bevolen had.
Eindelijk ook Hilkemeijer gehoord hebbende, verklaarde dezelve dat van het gezegde des wijkmeesters, omtrent het mogen bemesten van ieders eigen land, getuigenis der waarheid konde geven:
de opziener Hendriks;
de kolonist G. Nienkemper,
de kolonist Fahrenkamp,
de kolonist van Kooten en
de kolonist Hendrik Doodhagen,
alle in de 3e wijk van kol 1, waar het geval heeft plaatsgehad, wonende.

De secretaris van dezen raad is uitgenoodigd geworden om in den loop der volgende week, daarnaar onderzoek te doen, en den raad heden over 8 dagen van den uitslag te berigten.

4. David Schouten, van kol 2, verlangende voor 14 dagen met verlof te gaan naar Hoorn, tot het bezoeken van zijnen oom, welke hem uitgenoodigd had, zich met vrouw en kinderen daar neder te zetten en zelf in de lijnbaan te werken, hetgeen ook te voren zijne bezigheid geweest was. Vooraf wilde hij dit behoorlijk onderzoeken.
Is toegestaan, onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur der kolonien.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door den Direkteur goedgekeurd.


5. Vrouw Winkelhuis, van kol 1, vertoonende een certificaat van de Med Doctor Sundorff, houdende dat haar zoon Willem geheel van zijne krankzinnigheid hersteld is; verzoekende alzoo nu de vrijheid om haren zoon van Amsterdam te mogen afhalen.
Is toegestaan, als boven.

In de kantlijn bijgeschreven: Goedgekeurd als boven.

(get.) J.H. van Wolda secr.


Voor copie conform
De secretaris van den kleinen raad
J.H. van Wolda