Naar het overzicht
van de
KLEINE RAAD




Volledige transcriptie van:

Copie van het verhandelde bij den kleinen raad in de vrije kolonien september 1829


Zaturdag den 5 September 1829

Verschenen voor den raad:

1. Vrouw van Eijsden, van kol 3, verzoekende dat haar man, voor 14 dagen met verlof mogt gaan naar Dordrecht, om datgene bij hare familie op te doen, wat zij voor hare aanstaande kraam noodig had.
Is uitgesteld, omdat de vrouw zelve voor eenige weken derwaards is geweest, en men trachten zal haar, bij die gelegenheid, het noodwendige te verstrekken.

2. Leunissen, van kol 3, verzoekende het ontslag van de kolonie voor zijne dochter Maria.
Hierop wordt de bedenking gemaakt, dat de vader, voor eenigen tijd nog verlenging van diensttijd verzocht en bekomen te hebben, zijne dochter terug is gekomen, thans geene dienst heeft, en er wellicht eenig kwaad kan schuilen.
Is alzoo vooreerst van de hand gewezen.

((NB: Dat 'eenig kwaad' blijkt te kloppen, Maria staat een week later voor de tuchtraad omdat ze zwanger is, zie hier.))


3. Limbroek, van kol. 2, klagende
a. dat de opziener zijnen weer te zwaar werk gaf, zoodat dezelve niet meer dan eenen stooter in drie dagen verdienen kon;
b. dat zijn buurman Range tuinaardappelen verkocht, om daardoor jenever te kopen.
Is besloten deze klagten, op donderdag den 10 dezer maand, te doen onderzoeken door eene kommissie, bestaande uit den President, den Onderdirecteur en Secretaris van dezen Raad.

((NB: Een stooter is volgens mij 2 stuiver, het woord wordt ook gebruikt in de rechtzaak tegen kolonist Sabelis, zie hier.))
 

4. vrouw Range, van kol 2, verlangende voor 14 dagen met verlof te gaan naar Amsterdam, om een bril te koopen.

5. Bade, van kol 1, verlangende voor eenen gelijken tijd naar Amsterdam te gaan, om zijne familie te bezoeken.

6. Poelstra, van kol. 2, alsboven naar Leeuwarden, waar zijne familie woonde, welke hij in 9 jaren niet gezien of gesproken had. -

Is aan alle drie toegestaan onder nadere goedkeuring van den Heer Directeur der kolonien.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door den Heer Direkteur der Kolonien goedgekeurd.

7. van Dalen, van kol 2, klagende dat de boekhouder hem telkens van zijne verdiensten op loopende schuld afhield, ofschoon hij niet eens het benoodigde voor de kleeding kon laten staan; verzoekende alzoo niet op die schuld, maar het noodige op kleeding te laten staan.
Is goedgevonden, dat voorstel goed te keuren en te zorgen, dat daaraan voldaan worde.

8, van Diest, van kol 2, verzoekende voor den tijd van 14 dagen met verlof te gaan naar Braband, om zijn dochters te bezoeken.
Is toegestaan als boven.

9. Pieter Wijnands, ingedeelde bij de wed. Pelt, verzoekende om zijne familie in Dordrecht te mogen bezoeken, hebbende daartoe de toestemming zijner Kommissie.
Is toegestaan als boven.

10. Vrouw Pennings, van kol 1, te kennen gevende dat hare moeder dezen dagen in Schiedam overleden was, verzoekende derwaarts te mogen gaan, om de erfenis te regelen.
Is toegestaan als boven.

(get.) J.H. van Wolda



Zaturdag den 12 September 1829

Verschenen de volgende kolonisten:

1. Vrouw Brinkman, van kol 3, verzoekende om eenige brandstoffen, haar man kon bijna niet werken en hare 5 kinderen lagen ziek aan de mazelen.
De Onderdirekteur van kol 3, afwezend zijnde, neemt de President op zich, hierover met denzelven te spreken.

2. van der Bil, van kol 3, verzoekende vrijboer te worden.
Het is een goed huisgezin, en zijn verzoek zal gebragt worden ter kennis van den Heer Direkteur der kolonien.

In de kantlijn bijgeschreven: De Direkteur zal hieromtrent eerstdaags een voorstel doen aan de Permanente Kommissie.


3. Bernardus Eikens, en
4, Johannes Julsing, ingedeelde weezen op kol 3, verzoekende 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Groningen.
Daar zij geen bewijs van toestemming hunner Sub Kommissie hebben, is dat verlofgaan uitgesteld.

4, Kalbie, van kol 1, verzoekende eenige drooge turfbrand, daar de zijne nog nat en geheel onbruikbaar was.
De onderdirekteur Bosma, belast met de turfgraverij, zal daaromtrent met den wijkmeester en turfbaas heden avond, zoodanige schikkingen, dat deze gebrekkige man, met zijn huisgezin, in dezen gered worden.

((NB: twee maal nummer 4 dus een nummeringsfoutje van de notulist.))

5. van der Korst, van kol 2, verzoekende dat zijne vrouw voor 8 dagen met verlof mogt gaan naar Zwolle, ten einde de goederen te halen, welke hem toebehooren en niet werden opgezonden.
Is toegestaan, onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur der kolonien.

In de kantlijn bijgeschreven: Goedgekeurd door den Heer Direkteur


6. Arents, van kol. 2, klagende dat er bij zijne huisvader Willemse, op zijn bedstede, geene onderlagen waren, verzoekende alzoo dat zijn nachtelijke leger gemaakt mogt worden.
Zal door den Onderdirekteur onderzocht en in de eerste dagen der volgende week, voor zoo verre noodig, in orde gemaakt worden.

7. Vrouw van der Lugt, van kol 1, verlangende voor 14 dagen met verlof te gaan naar Vlaardingen, om hare kinderen te bezoeken.
8. Vrouw Venker, van kol 1, verzoekt om hare zieke, oude moeder in Hasselt wonende, voor eenen gelijken tijd te mogen bezoeken.

Is voor beiden toegestaan, onder goedkeuring als boven.

In de kantlijn bijgeschreven: Als boven.


Eindelijk berigt de commissie, ll zaturdag benoemd tot het onderzoeken der klagten van den kolonist Limbroek, van kol 2, dat zij zich op den gestelden tijd in de kolonie te Doldersum heeft begeven, en de zaken bevonden als volgt:
De tegen elkanderen over wonende buren, Limbroek en Range, hadden geduriglijk kleine oneenigheden en krakeelen met elkanderen.
Range had in het verleden voorjaar eenige aardappelen van den tegenwoordige opziener van Haften geleend, en dezen had hij nu van zijne tuinaardappelen zoo veel wedergegeven.
De opziener had aan den jongen van Limbroek geen ander werk willen geven, dan hij ook aan andere even groote en sterke jongens gegeven had.
De kommissie heeft derhalve
1: De beide buren ten ernstigste tot vrede en eensgezindheid geraden.
2: Limbroek onder het oog gebragt dat de wijkmeester en opziener aan iedereen niet dat werk kunnen geven, wat zij het liefst willen, maar dat zoo wel het een als ander gedaan moet worden.
3: Den lang gediend hebbende Range het schandelijke van het jenever drinken, in het algemeen, onder het oog gebragt
De kommissie vleit zich, hier mede aan het doel van den kleinen raad, beantwoord te hebben.

(get.) J.H. van Wolda, secr.



Zaturdag den 19 September 1829

Verschenen voor den Raad:

1. Jan Kist, van kol. 3, verzoekende dat hem omgewisseld mogte worden eene som van 6.- verdiend in het turfveen, om daarvoor het benoodigde tot de aanstaande kraam zijner vrouw te koopen.

2. Jan Lodewijk, van kol. 3, verzoekende als boven, voor eene som van 15.- waarvoor hij eene klok(??) wilde aankoopen.

3. Klaas Lodewijk, zoon van den tegenwoordigen hoevenaar Lodewijk te Ommerschans, hebbende insgelijks hier in het turfveen gewerkt, en verzoekende dat hem verwisseld zouden worden 8.- die hij aan de Ommerschans niet kan uitgeven.

4. Vrouw Laroe, van kol. 3, verzoekende als boven, voor eene som van 6.- besteed zullende worden tot reisgeld voor haren man, welke verzocht om voor 14 dagen met verlof te gaan naar Serooskerken, waar hij in eenige jaren niet geweest was.

5. De wed. Spruit, van kol. 3, verzoekende de omwisseling van 6.- door haren zoon in het veen verdiend, om daarvoor eenige ponden vet voor den aanstaanden winter aan te koopen.

Daar de Kleine Raad zich overtuigd houdt, dat deze kolonisten het zilvergeld nuttig zullen besteden, zoo is besloten, den Heer Direkteur te verzoeken, dat die omwisseling plaats moge hebben.

In de kantlijn bijgeschreven: De Heer Direkteur belooft aan ieder hunner een briefje te zullen geven voor den algemeenen boekhouder der Kolonie.


6. Boon, van kol. 1, verzoekende dat zijne vrouw voor 8 dagen met verlof mogt gaan naar Amsterdam om haren zoon Kornelis, gereed om naar de West Indien te vertrekken, derwaarts te vergezellen.
De Kleine Raad meent dit verzoek niet te kunnen toestaan, daar de zaak der smederij nog niet is afgedaan: geweigerd.

7. Werf, van kol. 3, verzoekende dat zijne kinderen Gerrit en Johanna voor eenige weken buiten de kolonie te mogen laten dienen of werken.

Is besloten:
a. Den jongen, die reeds menigmaal zonder verlof, aan den weg heeft gewerkt, in de kolonie te houden.
b. Het meisje toe te staan tot aan 1e November eerstkomende, in haren tegenwoordigen dienst te Steenwijkerwold, te laten blijven.

8. Deems, van kol. 2, verzoekende:
a. dat hem het brood verstrekt mogt worden, dat hij tot nu toe genoten had, als hebbende hij verleden week slechts 24 pond oud gewigt ontvangen;
b. dat hem wederom eenen wees mogte worden toegevoegd.

Is besloten:
Deems wekelijks te doen verstrekken 30 ponden brood (het huisgezin bestaat thans uit 4 zielen) en hem, zoodra er een RK wees voorhanden is, daarvan te voorzien.

9. Vrouw Smallenburg, van kol. 1, verzoekende verlenging van verloftijd van hare dochter Alida, wonende nu bijna een half jaar te Vinkeveen, en zoo dat niet kon, dan verlangde zij het ontslag voor dezelve.
Daar de Kleine Raad voor de derde drie maanden geen verlof geven mag, zal het ontslag van dit meisje, bij den Heer Direkteur worden aangevraagd.

(get.) J.H. van Wolda, secr.




Zaturdag den 26 September 1829

Verschenen heden:

1. Zoutebier, van kol 1, verzoekende dat hem opgewisseld mogte worden de som van 4- koloniaal geld, om daarvoor aan te koopen hetgene hij voor de aanstaande kraam zijner vrouw benoodigd had.
Is besloten den Heer Direkteur die omwisseling te verzoeken.

2. Vrouw Nienkemper, van kol 1, verzoekende de vrijheid om hare dochter Seija, oud 18 jaren, voor drie maanden te mogen besteden bij den kuiper te Wapserveen.
Is toegestaan, wijl het huisgezin buiten dien nog genoegzaam haar bestaan kan vinden.

3. de Vries, van kol 3, verzoekende voor 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Medemblik, om zijne familie te bezoeken.
Is om de drukte des werks, uitgesteld tot 1e November aanstaande, waarin de man genoegen nam.

4. Jacobus Loeps, ingedeeld bij IJdema in kol 1, verzoekende, nu hij 6 jaren in de kolonie geweest en nog nimmer met verlof gegaan is, voor 14 of desnoods voor 8 dagen te gaan naar Leyden, als zijnde hij de eenigste wees dier stad, en hebbende aldaar genoegzame familie.
Is toegestaan, onder nadere goedkeuring van den Direkteur der kolonien.

In de kantlijn bijgeschreven: Wordt door den Heer Direkteur goedgekeurd.

5. Kooistra, van kol 1, verzoekende voor 14 dagen met verlof te gaan naar Leeuwarden, om een koopbrief te onderteekenen.
Om de veelvuldige bezigheden is dit verlofgaan uitgesteld tot dat de aardappelen gerooid zullen zijn.

6. Vrouw Slot, van kol 1, verzoekende de vrijheid om haren zoon Klaas, voor eenigen tijd, buiten de kolonie, te Nijensleek, te laten werken.
De kleine raad weigert dit verzoek,
1e Omdat er thans te veel werk is,
2e wijl zijn oudste broeder, na ontslagen te zijn, zich nog lang in de kolonie heeft opgehouden, en
3e wijl de oude Slot niet veel meer verdienen kan, en de andere zoon nog te klein is.

(get.) J.H. van Wolda, secr.


Voor copie conform
De secretaris van den kleinen raad
J.H. van Wolda