Naar het overzicht
van de
KLEINE RAAD




Volledige transcriptie van:

Copie uit de notulen van den kleinen raad, over de maand April 1829


Zaturdag den 4 April 1829

Verschenen voor den kleinen raad:

1. Van Kaar, ingedeeld bij Smid, kol 1, verzoekende voor 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Koog aan de Zaan.
Hij is bestedeling en moet derhalve vooraf vrijheid hebben en vertoonen van zijn besteder, dat hem gezegd is.

2. Vrouw Heinsbergen, van kol 1, te kennen gevende, dat zij, haar man en de bij haar ingedeelde Franschman, met de Paschen zouden aangenomen worden; verzoekende voor dien tijd eenige kleeding in voorschot op volgende maanden.
Daar de uitgifte van kleeding in de volgende week zal plaats hebben, zoo zal er bij die gelegenheid onderzoek worden gedaan wat er volstrekt benoodigd is en haar dat worden toegevoegd.
 
In de kantlijn bijgeschreven: De Heer Direkteur is er voor dat aan dit huisgezin niet meer gegeven worde, dan er werkelijk is te goed gemaakt, opdat het afleggen van belijdenis geene zaak van koophandel worde.


3. Vrouw Raaphorst, van kol 2, verzoekende de vrijheid om haren voorzoon Teunis van Zon, oud 16 jaren, voor 3 maanden te mogen laten dienen bij den boek Lukas Wilten, te Doldersum, waar hij het noodige boven de kost kon verdienen.

4. Vrouw Elzing, van kol 2, vragende verlof, om hare dochter Wilhelmina Maria, oud 20 jaren, voor 3 maanden te mogen laten dienen te Leyden, waar zij eenen dienst voor haar hadden opgedaan.

5. Beun, van kol 2, verzoekende om zijnen zoon Kasper, met 1 mei aanstaande, voor 3 maanden te mogen laten dienen bij eenen boer, Jannes Krol, te Doldersum.

De kleine raad vindt in het dienen dier jonge lieden geene zwarigheid, daar ze in de huisgezinnen wel gemist kunnen worden; het is hun alzoo, op grond van het besluit der P.K. en onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur der kolonien toegestaan.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door de Heer Direkteur der kolonien toegestaan.

((NB: Het genoemde besluit is van 21 maart 1829: 'Bepalingen nopens het geven van verlof aan kolonisten kinderen en bestedelingen in de vrije kolonien om een middel van bestaan te zoeken', zie hier.))

6. Vrouw Mooi, van kol 2, verzoekende voor 8 dagen haren zieken vader te bezoeken te Sapmeer.

7. Neeltje Dijkshoorn, van kol 1, verzoekende voor 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Delft, om hare familie te bezoeken.

8. Vrouw Kuiters, van kol 2, als boven naar Enkhuizen.

Is toegestaan, onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur der kolonien.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door den Heer Direkteur der kolonien geapprobeerd.


De President berigt den raad, dat de klagte van vrouw Berkenkamp, van kol 3, wegens de afvordering van meer aardappelen, dan zij meende te moeten afgeven, na gedaan onderzoek, is opgeheven en de zaak in orde gebragt.

(get.) J.H. van Wolda, secr.



Zaturdag den 11 april 1829

Verschenen voor den kleinen raad:

1. Berkenkamp, van kol 3, verzoekende voor 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Haarlem, waar eene zijner dochters in het huwelijk zoude bevestigd worden.

Is toegestaan, onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur der kolonien.

In de kantlijn bijgeschreven: Door den Heer Direkteur der kolonien geapprobeerd.

2. Vrouw van den Berg, van kol 1, verzoekende de vrijheid, om hare dochter Annetje, oud 20 jaren, voor drie maanden te mogen laten dienen te Vledder.

3. Vrouw Werf, van kol 1, verzoekende hetzelfde voor haren zoon Gerrit, oud 17 jaren, welke te Enkhuizen eene dienst had gevonden.

4. Wolf, van kol 1, verzoekende de vrijheid om zijnen zoon Evert, oud 20 jaren, voor 3 maanden bij eenen boer te mogen besteden.

Is voor den gevraagden tijd van 3 maanden toegestaan, onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur der kolonien.

In de kantlijn bijgeschreven: Is insgelijks door den Direkteur geapprobeerd.

5. Johanna Emmers, van kol 2,
6. Vrouw Doodhage idem,
7. Vrouw Hoogmoed idem,
8. Vrouw Spoelstra idem,
9. Blokland idem,
10. Vrouw van Dalen idem,
11. Vrouw Schouten idem,
12. Slot, van kol 1.
Verzoekende allen om eenige kleeding wijl de onderdirekteur geweigerd had, bij de opschrijving en uitgifte der kleeding, meer af te geven dan zij tegoed hadden, en het winterweder had niet toegelaten meer voor dat fonds te verdienen.
De kleine raad heeft deze menschen onder het oog gebragt dat de tegenwoordige kleeding eerst afgeloopen en er op nieuw wederom voor het kleedingfonds verdiend moest zijn, voor en aleer er op nieuw kleeding kon uitgegeven worden. Zij zullen derhalve eenigen tijd moeten wachten..

In de kantlijn bijgeschreven: De Heer Direkteur keurt deze handelwijze van den kleinen raad goed, doch verlangt niet te min, dat er nu, door eene kommissie onderzoek gedaan worden:
1e. Waarom die lieden zoo weinig verdiend hebben, Ún
2e. Of er werkelijk behoefte aan kleeding bestaat.
Gemelde kommissie heeft dat onderzoek, ingevolge order van den Heer Direkteur der kolonien, bewerkstelligd en bevonden:
"dat de kolonisten niet meer te goed hebben kunnen maken om den langen winter, en werkelijk behoefte aan eenige kleeding hadden, welke stukken hun door den onderdirecteur verstrekt zullen worden."

(get.) J.H. van Wolda, secr.



Zaturdag den 18 april 1829

Verschenen voor de kleinen raad:

1. Leunissen, van kol 3, verzoekende de vrijheid om zijne dochter Maria, oud 20 jaren, voor 3 maanden te mogen laten dienen te Leeuwarden;

2. Vrouw Dorenbosch, van kol 3, verzoekende als boven, om haren zoon Kornelis, oud 18 jaren, te mogen besteden te Groningen;

3. Nieuwenhoven, van kol 2, verzoekende als boven, om zijnen zoon Kornelis, oud 23 jaren, voor 3 maanden te laten dienen in Dwingeloo;

4. Vrouw Hoffmann, van kol 1, verzoekende om hare dochter Leentje, oud 16 jaren, te Amsterdam, en haren zoon Frederik, oud 19 jaren, te Wapse, voor 3 maanden te mogen laten dienen.

Is toegestaan, onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur der kolonien.

In de kantlijn bijgeschreven: Is geapprobeerd door den Heer Direkteur der kolonien.


5. Vrouw van Eijsden, van kol 3, verzoekende voor 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Dordrecht, om hare familie te bezoeken;

6. Vrouw Snijder, van kol 1, verzoekende als boven om hare familie, te 's Gravenhage, te mogen bezoeken.

Is voor beiden toegestaan, onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur der kolonien.

In de kantlijn bijgeschreven: Als boven

(get.) J.H. van Wolda, secr.



Zaturdag den 25 april 1829

Verschenen voor den kleinen raad:

1. Manenberg, van kol 3, verzoekende dat zijne vrouw voor 14 dagen met verlof mogte gaan naar Haarlem, ten einde de toestemming te geven tot de voltrekking van het huwelijk harer dochter.

2 Vrouw Bolkenstein, van kol 3, en
3. Vrouw Steinmetz, van kol 1, verzoekende voor 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Amsterdam, om hare familien te bezoeken.

4. Vrouw Verbeek, van kol 1, en
5. Vrouw Volkering, van kol 2, verzoekende voor eenen gelijken tijd, hare familien te Rotterdam te mogen bezoeken.

Is toegestaan, onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur der kolonien.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door den Heer Direkteur der kolonien geapprobeerd.


6. Van Jeveren, van kol 1, verzoekende de vrijheid om zijnen zoon Gerrit, oud 17 jaren, voor drie maanden te mogen laten dienen te Steenwijkerwold, waar hij eene goede dienst had gevonden.

7. Adriana de Haan, van kol 1, oud 20 jaren, verzoekende drie maanden te mogen dienen in Steenwijk, hare ouders verlangen dit insgelijks.

Is toegestaan, onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur der kolonien.

In de kantlijn bijgeschreven: Als boven

8. Vrouw Smid, van kol 2, verzoekende de vrijheid om haar zoontje Jan, oud 12 jaren, die verlangde bij eenen boer te dienen, voor drie maanden te mogen besteden Jannes Kool, te Doldersum.
De kleine raad oordeelt, dat dit kind nog te jong is, om te dienen en dat de ouders hem ook niet kunnen missen; derhalve is haar dit verzoek afgeraden en niet toegestaan.

9. Kamstra, van kol 1, verzoekende om eene andere koe; de zijne was te oud en tevens gust.
Hierin zal dit voorjaar voorzien worden.

((NB: gust = niet-drachtig; schraal.))


Nadat er eindelijk geene kolonisten meer voor den raad verschenen, is door den secretaris in het midden gebragt:

a. Het voorstel van den Heer Direkteur der kolonien, dat ieder Onderdirekteur maandelijkse aan dezen raad zoude inzenden, eene lijst, bevattende de namen der jonge kolonisten, welke buiten de kolonien dienstbaar zijn, met vermelding van hun vertrek en, voor zoo ver mogelijk het doel der ouders of voogden, omtrent hun verder dienen of weer te rug komen in de kolonien.
Die lijsten zouden dan telkens met de aanteekeningen van den kleinen raad vergeleken worden, ten einde overigens het dienen der jonge kolonisten te regelen, naar den inhoud van het besluit der Perm. Kommissie.
Hierop is in de kleinen raad besloten, dat die lijsten, elken laatsten zaturdag der maand zullen worden ingezonden; daat het echter heden de laatste is, en er noodzakelijk de hand aan gehouden moet worden, zoo zullen er in de maand Mei eerstkomende twee zulke lijsten worden opgemaakt en ingezonden, en wel op de eerste en laatste zaturdag.

b. Het bij herhaling gedane verzoek van Johanna Christina Emmers, van kol 2, om namelijk met verlof te gaan naar den Haag, ten einde de stukken, benoodigd tot de voltrekking van haar reeds lang voorgenomen huwelijk, te halen, welk verzoek door den kleinen raad telkens is afgewezen, wijl men hope had, dat zij, zonder die reis te doen, gereed zoude geworden zijn, hetgene echter tot hiertoe mislukt is. - Verzoekende alzoo dat deze Emmers met verlof mag gaan naar Den haag.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door den Heer Direkteur der kolonien toegestaan.

(get.) J.H. van Wolda Secr.


Voor eensluidend afschrift
De secretaris van den kleinen raad der vrije kolonien
J.H. van Wolda


In de kantlijn bijgeschreven: Goedgekeurd door de Permanente Kommissie der Maatschappij van Weldadigheid, den 23 Mei 1829, van Konijnenburg, secr.