Naar het overzicht
van de
KLEINE RAAD




Volledige transcriptie van:

Copie uit de notulen van het verhandelde in den kleinen raad der vrije kolonien, september 1828



Zaturdag den 6 september 1828

Compareerden voor den kleinen raad:

1. Evenblij, van kol 1, verzoekende voor 14 dagen met verlof te gaan naar Amsterdam, om zijne familie te bezoeken;

2. Eckhard, van kol 1, verlangende 4 dagen met verlof te gaan naar Visvliet, prov. Groningen, met hetzelfde doel.
Zijn goede kolonisten.
Vraagt 2e om een bed, daar zij, hoewel 7 zielen sterk zijnde, te Veenhuizen, van waar zij onlangs overgekomen zijn, slechts van twee bedden voorzien waren.

Het verlofgaan dezer beide kolonisten, is, onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur der kolonien, toegestaan, terwijl de toestand van Ekhards beddegoed nader onderzocht en overlegd zal worden.

In de kantlijn bijgeschreven: Het verlofgaan van Evenblij voor 14 en dat van Ekhardt voor 4 dagen is door den Heer Direkteur geapprobeerd.


3. Le Loux, van kol 1, wijk 3, verzoekende zijnen hoed, die hem te klein was, voor eenen grooteren te verruilen.
Deze hoed, als zijnde nog niet gedragen, is dadelijk bij den boekhouder verruild geworden.

(was get.) J.H. van Wolda Secr.


Zaturdag den 13 september 1828

Verzochten om gedurende 14 dagen hunne familien te bezoeken, de navolgende kolonisten, als:

1. Vrouw Bagchus, van kol 1, Vlaardingen;
2. Vrouw Brinkman, van kol 1, Groningen;
3. Vrouw de Kruiff, van kol 2, Utrecht.
De laatstgemelde verzoekt tevens wat meer voor het huisgezin te ontvangen, zij had É 2.75 op de kleeding moeten laten staan, en van de som, ad É 1.01, die op de betaalstaat van het huisgezin was uitgetrokken, had de wijkmeester afgehouden 20 centen voor een mand en 6 centen voor den doctor, derhalve had zij voor het huisgezin 75 centen ontvangen.
De oudste dezes huizes is dienstbaar bij den Heer Pastoor, alzoo meent de raad, dat deze uitbetaling behoorlijk is geregeld.

Het verlof der drie opgenoemde huisvrouwen is, onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur, toegestaan.

In de kantlijn bijgeschreven: Is geapprobeerd door den Heer Direkteur der kolonien.


4. Johanna van Henden, van kol 3, naar Amsterdam,
5. Hermanus van der Geer, ingedeeld bij van der Lugt in kol 1, naar Vlaardingen.
Twee jongelingen die ?? kunnen werken. Dit verlofgaan is uitgesteld tot dat het beter ?? kan worden..

6. Vrouw Doodhage, van kol 2, verzoekende 3 maanden verlof voor hare dochter Catharina, oud 15 jaren, om bij hare familie op Texel breijen en naaijen te leren.
Bij meerderheid van stemmen is dit verzoek door den kleinen raad, onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur der kolonien, toegestaan.

In de kantlijn bijgeschreven: Daar dit meisje dat werk in de kolonie ook kan leren & nog te jong is, is dit verzoek door den Heer Direkteur afgekeurd.


7. Vrouw Mommers, van kol 2, verzoekende hare koe wederom te rug, die haar afgenomen en bij den wijkmeester geplaatst was, omdat deze zonder behoorlijk opzigt, in de brem geloopen had.
Nadat haar het schadelijke en nadeelige van zoodanige handelwijze onder het oog was gebragt, is haar beloofd te zullen beproeven wat daaraan te doen was.

8. Vrouw Goossems, van kol 2, verzoekende een paar schoenen en een kruiwagenrad.
De onderdirekteur zal dit opnemen en naar mate zijner bevinding hierin trachten te voorzien.

9. Vrouw Schouten, van kol 1, wijk 3, verzoekende 14 dagen verlof voor haren man, om zijne familie te Alkmaar en Hoorn te bezoeken.
Is uitgesteld, omdat de man zijne zaken algemeen niet beter in orde had.

10. Johannes Cijfers,
11. Gerrit Runia en
12. A. SchaŽffer, ingedeelde weezen bij den huisverzorger Horst in kol 2, verzoekende alle om eenige kleedingstukken, die zij volstrekt noodig hadden. -
Heden 8 dagen zijn de onderdirekteur van kol 2 en de secretaris van dezen raad derwaards gegaan, ten einde de toestand der kleeding enz op te nemen, en hebben toen bevonden dat het er te onrein was, om nieuwe kleeding te geven; is beloofd hier alles schoon te maken waarna zij dan het noodige ontvangen zouden.
Is goedgevonden dat de huisvader en de weezen, heden avond bij den onderdirekteur zouden komen om den kleding te ontvangen.

In de kantlijn bijgeschreven: De Heer Direkteur der kolonien in aanmerking nemende dat het huisgezin van Horst, algemeen wel van behoorlijk werkvolk voorzien is, geeft last dat de onderdirekteur van kol 2 Horst voor de raad van toezigt neme, om te onderzoeken:
1. Waarom hier de weezen niet behoorlijk gekleed zijn.
2. Waarom er de noodzakelijke zindelijkheid en reinheid niet in acht genomen worden.


13. Vrouw Wormeer, van kol 2, klagende dat hare koe geen melk gaf, en verzoekende daarom, dat haar, voor het kalven harer koe, niets voor de kleeding mogt worden afgehouden en dus zoo veel meer uitbetalen.
Haar is beloofd, dat, zoo zij meer verdienden, er ook meer voor haar huisgezin zoude worden uitbetaald.

In de kantlijn bijgeschreven: De Heer Direkteur merkt hierbij aan, dat Wormeer en zijne vrouw, slechts met hun tweeŽn zijn, en doorgaans wekelijks 50 centen ontvangen, en naar hunne tegenwoordige verdiensten niet meer uitbetaald worden mag.


14. Mailly, van kol 2, verzoekende insgelijks dat zijn huisgezin wekelijks meer mogte worden uitbetaald.
Hen is beloofd, dat, zoo er door het huisgezin meerder verdiend werd, hem ook meerder zoude worden uitbetaald.

In de kantlijn bijgeschreven: De Heer Direkteur merkt hierop aan, dat Mailly, gedurende de verleden week, in zijne eigene boekweit gewerkt heeft, buiten zijne hoef, waarvan de voordeelen voor hem zelven zijn, en hem zoodanige arbeid derhalve niet uitbetaald kan worden.

15. Hendericus Nieuwenhuis, zoon van den kolonist Nieuwenhuis van kol 1, verzoekende een verlofpas voor drie maanden om anderen te mogen dienen.
Bij meerderheid van stemmen, is hem dit verzoek, onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur, toegestaan.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door den Heer Direkteur geaccordeerd.


16. Gerrit Franke, oud 25 jaren, zoon van den kolonist Franke, kol 1, verzoekende zijn ontslag van de kolonie.
De raad heeft hem gezegd, dat zijn verzoek in de notulen was ingeschreven.

(get.) J.H. van Wolda secr.



Zaturdag den 20 september 1828

Verschenen voor den kleinen raad:

1. Vrouw Winkelhuis, van kol 1, verzoekende voor 14 dagen met verlof te mogen gaan naar Amsterdam, om haren zoon te bezoeken:
2. Vrouw van Hemert, van kol 1, idem naar Zaltbommel, om hare ouders te bezoeken.
Is aan beiden toegestaan, onder nadere goedkeuring van den heer Direkteur.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door den Heer Direkteur geapprobeerd.


3. Vrouw van Eijsden, van kol 3, verzoekende dat haar man voor 14 dagen met verlof mogte gaan naar Dordrecht, om zijne familie te bezoeken.
Daar deze man heden zomer in den turf heeft gewerkt, en deze nog niet is afgedaan, zoo heeft de raad dit verlofgaan eenigen tijd moeten uiitstellen.

4. Vrouw Deems, van kol 2, verzoekende wat minder op kleeding te laten staan, en wat meer voor het huisgezin te ontvangen. Hier is verdiend É 3.28, dat verdeeld is, als volgt: adm fonds 35, kleeding 170, loopende schuld 45 en 't huisgezin 78 cent, van welke laatste post, voor den Doctor is afgetrokken 6 centen, alzoo had de vrouw 72 centen ontvangen.
Bij het nazien van haar boekje, is gebleken, dat zij over het geheel genomen, voor 6 zielen, wekelijks minder dan de bepaalde som van 25 centen voor ieder ziel, op het kleedingfonds betaald hebben. Dit is de vrouw onder het oog gebragt.

5. Smid, van kol 3, verzoekende als winkelier geplaatst te worden voor Poulie, ofte eenen winkel in zijn eigen huis te Willemsoord te mogen hebben.
De kleine raad mag en kan hierover niet beschikken, maar heeft zijn verzoek in deze notulen inge??.

6. Benjamins, van kol 1, voor eenige dagen van Amsterdam alhier aangekomen, verzoekende van zijn tegenwoordige hoef no 99 eene betere en liefst op no 76, die onbewoond is, verplaatst te worden; - verlangt ten 2e het dubbelde van sommige huismeubelen, als een steenen pot, vorken lepels enz omdat de andere Joden dat ook ontvangen hadden.
Het verplaatsen naar eene andere hoef is buiten den kleinen raad en wat de uitgifte van dubbelde huismeubelen betreft, men zal onderzoek doen of de andere joden dat ontvangen hebben, zoo ja, ook hem hetzelfde verstrekken.

In de kantlijn bijgeschreven: De Heer Direkteur zoude over het verplaatsen van Benjamins naar eene andere hoef, nog eens nadenken.
 

7. Vrouw Elsing, van kol 2, vragende het noodige verlof om hare dochter, welke bij dr. Muller gewoond heeft, te mogen laten dienen bij den Heer Montanus, winkelier in kol 2.
De leden van de raad maken daarin geene zwarigheid, geven er hunne toestemming aan, onder nadere approbatie van den Heer Direkteur der koloniŽn.

In de kantlijn bijgeschreven: Wordt door den Heer Direkteur toegelaten.


8. D. Willigen, van kol 3, verzoekende dat zijn dochtertje met verlof mag gaan naar Vlaardingen, in gezelschap van vrouw Starrenberg, die zulks voor 14 dagen reeds toegestaan is.
Is, onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur, toegestaan, mits de vader voor een ander geschikt vrouwmens in de huishouding zorge, ten genoege van den onderdirecteur.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door den Heer Direkteur geapprobeerd.


9. Doornbos, van kol 2, verzoekende dat zijne dochter van het landwerk mag verschoond worden, daar zijne oude vrouw te zwak werd, het huiswerk meer waar te nemen.
De vrouw heeft eenige malen beroerten gehad en is werkelijk zwak. Onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur is hem dit toegestaan.

10. Mommers, van kol 2, verzoekende dat hem zijne koe mogt worden wedergegeven, die hem op last van den Heer Direkteur der kolonien ontnomen was, omdat dezelve in de brem geloopen had.
De kleine raad vertrouwt, dat deze lieden voortaan beter op de koe zullen doen passen, hebben hem het belangrijke daarvan onder het oog gebragt, en stellen alzoo de Heer Direkteur der kolonien voor, om Mommers, de koe weder te geven.

In de kantlijn bijgeschreven: Het verzoek van Dornbosch en Mommers is door den Heer Direkteur toegestaan.

(get.) J.H. van Wolda Secr.



Zaturdag den 27 september 1828

Is in den kleinen raad ontvangen eenen brief van B. Oosterhoff, ingedeeld bij Visser in kol 1, geplaatst als schrijver op het bureau van den Heer Heemskerk, verzoekende voor eenige dagen met verlof te gaan naar Deventer, om familiezaken waar te nemen..
Aangezien deze Oosterhoff eenmaal gedeserteerd is geweest, geen consent van zijnen broeder heeft, die hem hier besteed heeft, en tevens zoo het ons voorkomt, geene toestemming van den Heer Heemskerk heeft, zoo is dit verzoek door den kleinen raad afgekeurd.

Hierop doet de onderdirekteur Faaken het verzoek voor de wed Hopman, van kol 1, of deze voor 14 dagen met verlof mogt gaan naar Amersfoort, waar zij, sedert hare aankomst in de kolonien 1820 niet was geweest. De dochter van De Kruif, die ziek geweest was, en anders niet werken kon, zoude hier de huishouding zoo lang waarnemen.
Is toegestaan, onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur der kolonien.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door den Heer Direkteur geaccordeerd.

Verschenen voor den raad:

1. Van Eijsden, van kol 3, verzoekende voor 14 dagen met verlof te gaan naar Dordrecht om zijne familie te bezoeken.
Is niet toegestaan, omdat er nog te veel werk voor dezen man is; hij zal dus eenigen tijd wachten.

2. Kok, van kol 3, idem naar Rotterdam, is adsistent bij den boekhouder Schuurman, welke verklaard heeft, denzelve 14 dagen te kunnen missen. Is toegestaan, onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur der kolonien.

In de kantlijn bijgeschreven: Is door den Heer Direkteur geaccordeerd.


3. Van der Hoef, van kol 1, vragende hoe de heeren het met hem voorhadden, met het brood.
Van dit huisgezin wordt wekelijks 18 oude ponden brood ingehouden, omdat hier pl. minus 2Ĺ Nederl. mud rogge is te kort gekomen, minder dan de tax waarop hij was aangeslagen. Gedurende het rog dorschen is van der Hoef ziek geweest, hij weet er derhalve zelf niet van, doch er wordt verondersteld, dat de vrouw de zaak in dezen niet eerlijk behandeld zal hebben, zonder dat hiervan echter eenig bewijs voorhanden is.
De raad heeft over deze zaak nagedacht, en onder nadere goedkeuring van den Heer Direkteur bepaald, dat dit huisgezin voortaan wekelijks 9 oude ponden brood zal worden gekort, bedragende in een jaar 468 pond.

4. De Vos, van kol 1, verzoekende om een hemd voor zijne vrouw en een paar klompen voor hemzelven, de vrouw had maar een hemd, en hij had geene klompen.
De klompen zijn hem dadelijk verstrekt, en het gevraagde hemd zal hem bij de aanstaande kleeding opschrijving geworden.

5. Jan Bakker, van kol 1, te kennen gevende, dat hij zijn volle huisraad als bedgoed, enz. niet ontvangen had.
Toen dit huisgezin in de kolonie aankwam, bestond het uit man, vrouw en kind, naderhand zijn hier twee kinderen bijgeplaatst, dus bestaat het nu uit 5 zielen.
Omdat dit huisgezin dubbeld bedgoed ontvangen heeft, meent de raad, dat hier tegenwoordig nog bedgoed genoeg aanwezend is, dus is dit verzoek niet ingewilligd.

6. Vrouw Nieuwenhoven, van kol 2, klagende dat haar deze week 6 pond brood was afgehouden, verzoekende haar brood te rug, ofte zoo dit niet kon, dan haar ontslag van de kolonie.
Daar dit huisgezin, dat algemeen niet zeer te vreden is, uit 5 zielen bestaat en nu nog 36 pond brood wekelijks geniet, meent de raad dat er geen brood meer gegeven mag worden. Dit is haar gezegd, met kennisgeving, dat zij zich ter bekoming van hun ontslag van de kolonie, vervoegen konden bij de subkommissie der stad Leyden, van waar zij afkomstig zijn.

7. Hermanus van der Geer, ingedeeld bij van der Lugt, verzoekende voor 14 dagen met verlof te gaan naar Vlaardingen; hij was in 4 jaren niet daar geweest; de jongen werkt vlijtig.

8. Kooistra van kol 1, verzoekende voor gelijken tijd met verlof te gaan naar Dokkum om eenig geld te halen.

Het verlofgaan dezer beide lieden is uitgesteld tot 18 October 1828.

In de kantlijn bijgeschreven: De Heer Direkteur zoude liever zien, dat hun verlofgaan tot de maand November, om de veelvuldige werkzaamheden, wierde uitgesteld.


9. De wed van den Bosch, van kol 1, verzoekende een paar schoenen voor het bij haar ingedeelde meisje
Daar het spoedig tijd is, om de kleeding op te schrijven en uit te geven, zoo zal zij zoo lang wachten

10. Vrouw Schouten, van kol 1, wijk 3, verzoekende een 14 daagsch verlof voor haren man, om te gaan naar Alkmaar ten einde zijne familie te bezoeken.
Is uitgesteld om de drukte.

11. Trijntje Tjebbes, van kol 2, verzoekende verlof voor haren zoon Jan Bakker, voor 14 dagen, naar Texel.
Is uitgesteld, omdat de moeder onlangs van Texel is te rug gekomen.

12. Vrouw van der Wulp, van kol 1, verzoekende om schoenmakersgaren, zonder hetwelk haar man geene schoenen kon maken.
De onderdirekteur Schuurer zal hiervan kennis geven aan den Heer Brouwer, Adjunkt Direkteur van de fabrijk, daar men meent dat het gevraagde garen gesponnen en gereed is.

Is voorts in den raad overwogen:

1: Dat door het overlijden van den kolonist Jan Sierps, in kol 3, twee weesmeiden van het Hogeveen  en een jongen van Dordrecht, tot hiertoe aldaar ingedeeld, verplaatst moeten worden, en is goedgevonden dezelve te verdeelen als volgt:
a. Jantien Koops bij de wed Symons;
b. Katrina Hendriks bij de weduwe de Wilge;
c. Willem Zwang bij van Bruchem..

Dat door het van verlof achterblijven van de wed Broekman, huisverzorgster van Schiedam, in kol 3, doch van welke stad er geene weezen meer zijn, als zijnde Kornelis van Loenen, die met haar naar Schiedam is gegaan, mede van dat verlof is achtergebleven, de volgende hier overgeblevene weezen dienen verplaatst te worden, en wordt door den raad voorgesteld, dezelve in te deelen, als hierbij is aangewezen:
a. Johannes van Lanten en
b. Frans Tubijn, bij de wed Jan Snoek;
c. Hendrik Smits bij Jan Kist;
d. Nicolaas Hombroek, bij Engels;
e. Elisabeth Jansen bij Hanenberg.

In de kantlijn bijgeschreven: De verplaatsing der overgeblevenen in deze beide huisgezinnen is door den Heer Direkteur der kolonien goedgekeurd.

(get.) J.H. van Wolda Secr.


Voor eensluidend afschrift
De secretaris van den kleinen raad der vrije kolonien
J.H. van Wolda


In de kantlijn bijgeschreven: Goedgekeurd door de Permanente Kommissie van Weldadigheid, den 23 October 1828, J. van Konijnenburg, secr.