Naar het overzicht
van stukken over de CRISIS in 1829





8 augustus 1829: Het ministerie van Binnenlandse Zaken dringt aan op antwoord

Op 8 augustus 1829 stuurt het ministerie de 'Staat der ziekte te Veenhuizen' door naar de permanente commissie. Dat is weer verontrustend en daarom dringt het ministerie aan op een spoedige reactie op het geneeskundig rapport, invnr 98:


ís Gravenhage den 8 augustus 1829

Het onderzoek dat bij mij van den Heer Gouverneur van Drenthe ingekomen verslagen van den Staat der ziekte te Veenhuizen opgemaakt door den geneesheer Sasse heeft mij tot mijn leedwezen doen ontwaren, dat in de eerste en derde gestichten te zamen berekend van den 7e Junij tot den 12 Julij ll. zijn overleden 18 kinderen.

Hieruit schijnt men te kunnen afleiden, eensdeels dat de overplaatsing van het 3e naar het 1e gesticht ditmaal niet dezelfde gunstige gevolgen als vorige malen heeft opgeleverd, en anderdeels, dat de sterfte in het tegenwoordig gunstig jaargetijde niet afneemt, zoo als in de vorige jaren het geval is geweest, en dat men dus over het algemeen in vergelijking met de vroegere jaren, eerder achter dan vooruit gegaan is.

Hoezeer ik wel vooronderstel, dat deze omstandigheden ook UwEd aandacht tot zich getrokken zullen hebben, zoo heb ik echter vermeend, UwEd daar over bij deze te moeten onderhouden, dezelven, naar aanleiding daarvan, opmerkzaam makende op het wenschelijke eener in verhouding van het belang der zaak zoo spoedig mogelijke beantwoording van mijnen brief van den 25 Junij ll. N. 43, gestrekt hebbende ten geleide van de rapporten der gedeputeerden uit de provinciale geneeskundige commissie van Overijssel, Groningen en Drenthe.