Naar het overzicht
van stukken over de CRISIS in 1829





Dat de oorzaken van het kwaad in het gesticht zelve en diens ligging moeten worden gezocht


Op 27 december 1828 stuurt het ministerie van Binnenlandse Zaken een volgend rapport van dokter J.A. van der Sluis door. Zij ziet bevestigd dat alles komt door de ligging van het derde gesticht en dringt erop aan de maatregelen die zijn voorgesteld door Waterstaat Drenthe (zie hier) uit te voeren. Invnr 95:


Ten gevolg op mijnen brief van den 24 dezer, N. 35, geef ik mij de eer bij deze aan UwelEd: te doen geworden een nader bij mij ingekomen verslag van den president der provinciale Commissie van geneeskundig onderzoek en toevoorzigt in Drenthe, met den geleidenden brief van den Heer Gouverneur dier provincie, betreffende de in het 3de gesticht te Veenhuizen ontstane buitengewone ziekte en sterfte.

Dit verslag, waarvan de inhoud mij zeer belangrijk toeschijnt, zal UwelEd. doen zien, dat het getal der lijdenden sedert het vroeger verslag niet is verminderd en dat gemelde deskundige meer en meer bevestigd is in het gevoelen dat de oorzaken van het kwaad in het gesticht zelve en diens ligging moeten worden gezocht; en daar die oorzaken hoofdzakelijk weggenomen schijnen te kunnen worden door de aanwending der door den hoofd Ingenieur van den Waterstaat van Drenthe voorgestelde middelen, zoo vleije ik mij dat door UwelEd: niets verzuimd zal worden om ten deze met den meesten spoed het nodige te verrigten.

Ik zal de bijgaande stukken van UwelEd: terug verwachten, met derzelver antwoord op mijnen hiervoren vermelden brief van den 24 December, onder mededeeling van de consideratien waarvoor dezelve aan UwelEd mogten vatbaar toeschijnen.