Naar het overzicht
van stukken over FENNER





Twee besluiten van de Permanente Commissie dd 27 november 1822, houdende het ontslag van den onderdirekteur Fenner, en de in plaats benoeming van den wijkmeester Harloff, benevens verdere bepalingen

Deze besluiten bevinden zich in de doos invnr 960 in het mapje 1822 (daarvan zijn geen scans). Wat in het besluit onderstreept was, is hier vet gemaakt.

De Perm. Komm.,

Overwegende dat het haar gebleken is, dat de onder Direkteur K.F.L. Fenner, van zich heeft kunnen verkrijgen, om zekere zich in het instituut te Ommerschans bevindende bedelaresse M.Th. Roijé, welke ter zake van onwilligheid tot arbeid overeen­komstig de reglementen, op last van den Heer Adjunkt Direkteur G.F.W. Von Hoff in zekere bewaring was gesteld, ten einde haar tot den arbeid te noodzaken, strijdig met den last van gem. zijnen superieur uit die verze­kerde bewaring in zijne woning heeft doen brengen;

Overwegende dat gem. onder Direk­teur Fenner zich al verder niet ontzien heeft om gemelde vrouw door schoppen en slagen te mishandelen en van zijn gezag over den wijkmeester Seil tot voortzetting dier mishan­deling misbruik te maken; overwegende dat een zoodanig gedrag strijdig tegen alle goede orde, tegen de ondergeschiktheid en tegen de stellige voorschriften en het bepaald ver­langen van de Perm. Komm. niet behoort geduld te worden

heeft besloten:

art. 1.
De onder Direkteur Fenner wordt met dezen uit den diens der Maats. van Welda­digheid ontslagen.

art. 2.
De gem. onder Direkteur Fenner, zal de Ommerschans dadelijk immers binnen 2 maal 24 uren, na de mededeeling van dit besluit moeten verlaten.

art. 3.
Dit besluit zal worden medegedeeld aan al de Adjunkt Direkteurs, onder Direk­teurs en wijkmeesters in dienst der M.

art. 4.
De Direkteur wordt belast met de uit­voering van dit besluit, en zal te dien einde extrakt dezes aan denzelve worden uitge­reikt.

Het tweede besluit regelt de vervanging van Fenner:

Overwegende dat de wijkmeester J. Harloff, zich voortdurend door braafheid en ijverige behartiging van het welzijn der kolonisten en de belangen der Maats. onderscheidt;

Over­wegende dat het haar verlangen is aan dien wijkmeester in het bijzonder door bevordering een bewijs van hare tevreden­heid te geven, en tevens aan alle geëmploijeerden bij de M. te doen zien dat de Perm. Komm. genegen is de getrouwe waarneming der hun opgelegde pligten te belonen -

heeft besloten:

art. 1.
Den wijkmeester Harloff wordt bij deze aangesteld tot onder Direkteur in de Ommer­schans en zal die funktie dadelijk aanvaar­den.

art. 2.
De wijkmeester P. Snatz uit kol. no.1, zal overgaan in de wijk tot nu toe aan den onderdirekteur Harloff toevertrouwd.

art. 3.
De wijkmeester Molenkamp, zal bij zijne wijk ook die, welke tot nu toe aan den wijkmeester Snats is toevertrouwd geweest waarnemen.

art. 4.
Dit besluit zal worden medegedeeld aan al de Adjunkt Direkteurs, onder Direk­teurs en wijkmeesters in dienst der M.

art. 5.
De Direkteur wordt belast met de uit­voering van dit besluit, en zal hem daartoe afschrift dezes worden uitgereikt.