Naar het overzicht
van stukken over FENNER





Fenner gaat maart 1820 op de Ommerschans wonen, maar blijkt al snel 'zeer bepaalde instructies' nodig te hebben

Na zijn aanstelling als onderdirecteur, zie hier, blijkt Fenner elders wonen, maar het is niet bekend waar precies. Op 7 januari 1820, invnr 54 scan 18, schrijft de directeur der koloniŽn dan aan de permanente commissie:

Ik heb een brief van de Heer Fenner ontvangen, houdende ver≠zoek om aan de Permanen≠te Kommissie voortestellen, of hij met february aanstaande het onder-Direc≠teurshuis aan de schans zou mogen betrek≠ken. Ik leg genoemde brief hier bij over, en verzoek de Kommissie zo goed te willen zijn, mij hare bepalin≠gen te doen kennen.

Blijkbaar wordt dat goedgevonden en mag Fenner met zijn dochter op de Ommerschans wonen. Later, zie hier, noemt Fenner 22 maart 1820 als datum dat ze op de schans komen. Hij is dan de hoogste functionaris ter plaatse.
Maar In een brief dd 22 mei 1820, invnr 55 scans 418-421, schrijft de directeur:

Ik geloof echter dat zeer bepaalde instructies voor de Heer Fenner dienstig zijn zullen. Dewijl het mij toescheen dat hij niet altijd gelukkig is in de keusen van zijn middelen, waar door hij zijne anders niet kwade bedoelingen, zoekt te berei≠ken, en gewoon is zijne gevoelens altijd voor de beste te houden.
Ik heb uit dien hoofden den arbeid slegts langzaam doen gaande houden, tot bij de komst van den 2 assessor alles zal nader zijn geregeld. Ik heb het getal werklieden, op 2 timmerlieden, 6 metselaars en 4 voor den landbouw en lopende werk be≠paald. Onder laatsgenoemde zijn 2 jongens en den bouw≠meester begrepen. Laatsgenoemde heeft mij zeer wel voldaan. Hij was met zijne manschappen bezig een mistbult van slootaar≠de, plaggen etc. te maken. Hij beklaagde zich, dikwijls tot geheel verkeerde arbeid geroepen te worden. Ik heb daarin mede eene bepaling gemaakt.

Ook Johannes van den Bosch vindt het nodig dat Fenner een superieur boven zich krijgt en half augustus wordt Wouter Visser aangesteld als adjunct-directeur van de Ommerschans. Kort daarop, 22 augustus 1820, noteert de permanente commissie in het brievenboek, invnr 19, een ontvangen brief van:

Den Direkteur B. vd Bosch. Berigt den tegen≠woordigen toestand der gronden en gebou≠wen aan den Ommerschans. Berigt gunstig omtrent de bekwaamheden van de H.H. Visser en Fenner.