Bronnen van hoofdstuk negenpdf

Je kunt hieronder de verantwoording bekijken of de pdf hiernaast openen en desgewenst ophalen.


Potentieel onzedelijke ingedeelden, pagina 273
Een voorbeeld van een besluit waarin wordt opgetreden tegen het stapelen van straffen is dat van 26 juni 1847 N12, invnr 984. Te lezen op
http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Tucht/Reglementen4.html#18470626

Een andere en meer uitgebreide is die van 29 november 1847 N7, ook invnr 984, te lezen op
http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Tucht/Reglementen4.html#18471129

Een derde is van 7 februari 1848 N1. Ook invnr 984, welk invnr bestaat uit een mapjes met besluiten per jaar.
http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Tucht/Reglementen4.html#18480207

De gezangboeken worden in bescherming genomen bij besluit van 17 september 1847 N9, invnr 984. Dit besluit staat op
http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Besluiten/18470917Psalmboeken.html

De orde bij het binnentreden van de kerken is een besluit van 18 april 1849 N4, invnr 984. Hier te lezen:
http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Besluiten/18490418Kerkrust.html

Het besluit over drank na de correspondentie met de Vereniging tot Afschaffing enzv is van 17 mei 1847 N12, invnr 984. Te lezen op:
http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Besluiten/18470517Drank.html

Jacomina Ponssen, ook wel in de boeken als Jacobina, is geboren 5 jan 1819. De betreffende jongeman is Arie Harmsen, geboren 8 april 1824. Hij komt 14 maart 1842 in de kolonie aan, op een contract tussen de Maatschappij en het bestuur van het Nieuwe Weeshuis der Nederlands Hervormde Gemeente te Amsterdam, en krijgt nummer 1042B, invnr 1389 bij 1042.
De zaak tegen hem en Jacomina komt voor de raad van politie en tucht van 23 januari 1845. Het zittingsverslag komt nog op de site. Je kunt hier checken of het er al op staat:
http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Tucht/1VK/0000VK.html

Het besluit erover van de permanente commissie is van 21 februari 1845 N11, invnr 983.

Een maand na de zitting wordt Arie Harmsen overgeplaatst naar een andere hoeve, invnr 1362 hoeve 72. Hij gaat naar de strafkolonie 11 maart 1845. Jacomina gaat naar de strafkolonie op 14 maart 1845, invnr 1362 hoeve 80. Jacomina's moeder, de weduwe Ponssen, moet ook mee. Zij overlijdt in de strafkolonie 28 juni 1847, invnr 1585 folio 6.
Arie Harmsen wordt volgens invnr 1585 folio 7 al op 23 maart 1845 (na 12 dagen strafkolonie!) ontslagen en vertrekt van de kolonie. Jacomina wordt volgens invnr 1586 folio 2 vrijgelaten 7 juli 1849 en verlaat ook de kolonie.



Te veel gedruisch, pagina 275
Een overzicht van materiaal over het onderwijs staat op
http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Onderwijs/index.html

Zie over het overlijden van Jan Hessels van Wolda ook de beschrijvig die Reinier van Nispen er van geeft in De kinderkolonie blz 311-312.

De functieverandering van adjunct-directeur voor het onderwijs naar opziener der scholen blijkt uit folio 92 van invnr 998.

Over het ouderlijk gezin van Jan Hendrik Geraets zie het file van zijn vader, die in de begintijd als Gerards door het leven ging:
http://www.deproefkolonie.nl/extra-informatie/de-proefkolonisten/anthonie-gerards-proefkolonist/

Citaten komen uit de regelmatige schoolrapportages van Geraets en met name:
- Rapport schoolopziener Geraets 12 juni 1848,  bevindt zich bij uitgaande post permanente commissie 28-07-1848 N3, invnr 616. Geen transcriptie, alleen samenvattende opmerkingen:
http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Onderwijs/1848Verslag.html
- Rapport schoolopziener Geraets 30 december 1848, bevindt zich bij uitgaande post permanente commissie 19 februari 849 invnr 631.

Het besluit brei- en naaischolen op te richten is van 15 februari 1845 N18, invnr 983.


Tusschentijds ontslag of terugplaatsing, pagina 276
Het aantal bewoners van de strafkolonie blijkt uit de registers van strafkolonisten. Voor deze periode betreft dat invnr 1585 dat van 1836 tot 1947 loopt en invnr 1586 dat van 1848 tot 1860 gaat. Foto's van de registers met transcripties van namen en gegevens staan op http://www.bonmama.nl/oswals.php



Slegte galgebrok, pagina 278
Eerst gaat de halfzus van Willem Godwald bij de permanente commissie langs, met als gevolg dat die op 29 mei 1847 N6 besluit de directeur te schrijven dat hij Willem een standje moet geven, invnr 593.
Op 2 juni 1847 reageert directeur Jan van Konijnenburg daar op in een brief aan de permanente commissie, waarbij hij de brief van Willems halfzus meestuurt, invnr 338.
Op 14 juni 1847 onder puntje N4 bespreekt de permanente commissie dit en besluit ze de brief van de directeur voor notificatie, kennisgeving, aan te nemen, invnr 594.

Al deze stukken staan op
http://www.schackmann/proefkolonie/Personen/Godwald.html



Alles moet de majoor hebben, pagina 280
De kwestie van de éénbenige bedelaar komt ter sprake in een brief van directeur Van Konijnenburg dd 14 november 1837, invnr 188.
De anonieme brief met klachten van een ex-bedelaarskolonist komt uit Amsterdam en is gedateerd 10 november 1843. Directeur Van Konijnenburg gaat erachteraan en rapporteert daarover op 30 december 1843, waarbij hij de brief met klachten meestuurt, zodat beiden zich bevinden in invnr 286. De permanente commissie behandelt de kwestie op 20 februari 1844 onder agendapunt 8, invnr 549.
De genoemde hoeveelheden koffie, chicoreij en melk komen uit een besluit van de permanente commissie dd 27 november 1849 N21. Na te lezen op
http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Besluiten/18491127Waterhuisjes.html

Het spekdubbeltje is gebaseerd op een besluit van de permanente commissie 14 januari 1831 N15, invnr 969.

De berekende hoeveelheid vlees voor een bedelaar is gebaseerd op de huishoudelijke bepalingen: voor twee zalen van veertig bedelaars is er 10 pond rundvlees in de soep: dus 10 pond voor 80 bedelaars = 1 pond rundvlees voor 8 bedelaars = 62,5 gram per bedelaar. Zie de huishoudelijke bepalingen artikel 18:
http://debedelaarskolonie.nl/9-2/stukken-over-de-ommerschans-2/18221211-huishoudelijke-bepalingen/




Onthaald op goede wijn, pagina 281
Over de kwestie wordt verhaald in een brief van directeur Van Konijnenburg aan de permanente commissie dd 1 november 1849. Daarbij stuurt hij een brief mee die hij heeft ontvangen van de adjunct-directeur van de Ommerschans Adrianus Hulst, gedateerd 29 oktober 1849. Dat is een maandag, dus de dronkenschap moet zich hebben afgespeeld op vrijdag 26 oktober.
De brief staat op de agenda van de permanente commissie van 7 november 1849 onder agendapunt N11 en men besluit: Dominee Ruitenschild om spoedig rapport.
Op 12 november doet Ruitenschild rapport en gaat onder agendapunt N6 een brief uit waarin Hoogstra geschorst wordt. Alle stukken bevinden zich op die datum, dus 12 november 1849 onder nummer 6, invnr 655.

Alles valt na te lezen op
http://schackmann.nl/proefkolonie/Onderwijs/1849Hoogstra.html



De kapelaan-maagdenschenner, pagina 283
Veel materiaal over de zaak van de 'maagdenschender' is mij toegespeeld door Ineke Roerdink uit Groenlo. Tot dat materiaal behoort:
- een artikel van H.G. Nijman in Grols Verleden, een uitgave van de Oudheidkundige Vereniging Groenlo, jaargang 1 nummer 1, april 2001, blz 12 en verder
- Het proces tegen de Groenlose kapelaan Gepkens (1846), uit Justitiae sacrum. Zeven eeuwen rechtspraak in Arnhem door P.G. Aalbers, juni 1998, blz 153-157.
- Een artikel uit de Nationale Bibliotheek in Luxemburg.
- Belangrijke verklaring uit geloofwaardige bronnen voortgevloeid tot staving der onschuld van den Weleerwaarden Heer C. Gepkens, K.P. en Kapellaan te Groenlo, door het Hof van Gelderland ter dood veroordeeld, een kerkelijk document uit 1846 (Christiaan Gepkens is de naam van de kapelaan in dit verhaal).
- Krantenartikelen zoals de Leeuwarder Courant van 5, 9 en 16 maart 1847 en 13 juli 1847.
- Een levensschets van H. I. Swaving (de bij de zaak betrokken kantonrechter), in het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse letterkunde.
- Rechtbankverslagen van de zaak tegen de kapelaan.

In de kolonie komt Maria Wiechrink op 15 januari 1850 aan. Op 14 december 1855 trouwt ze met de weduwnaar Bernardus van Limbeek. Ze overlijdt op 24 juni 1862.


 
Toen ik de poort in kwam toen hoorden ik haar al schrewe, pagina 285
Het verhaal is gebaseerd op een brief van directeur Van Konijnenburg, waarbij hij vraagt om verlof voor vrouw Venker en de twee brieven meestuurt die zij ontvangen heeft. Van Konijnenburgs brief is gedateerd 24 november 1846 en bevindt zich met de twee meegezonden brieven in invnr 329. De permanente commissie beslist erover 28 november 1846 agendapunt N2, invnr 586.

De echtgenoot van Jansje Venker heet Huibregt Groen, geboren 11 september 1809 als zoon van Cars Groen en Cornelia Cordia.



Zinsverbijstering, pagina 287
Over de zusjes Van Welsum en hun echtgenoten Jaspers en Smal komt een aparte pagina op de site.



De invaliditeit van den oude vrouw, pagina 289
Over de opvolging van Christiaan Willem Harbrecht door zijn zoon Willem zijn de volgende stukken:
- 31 maart 1853 Brief van de subcommissie Amsterdam dat ze een rekwest van Harbrecht hebben gehad, bevindt zich bij utgaande post permanente commissie 6 mei 1853 N3, invnr 751.
- 12 april 1853 Uitgaande post permanente commissie 12 april 1853 N2, invnr 748: ze besluiten advies aan de directeur te vragen.
- 26 april 1853 Brief van directeur (N1147) aan de permanente commissie met zijn advies, met bijvoeging van het advies van adjunct-directeur der vrije koloniën Coenraad Hulst, alles bevindt zich bij utgaande post permanente commissie 6 mei 1853 N3, invnr 751.
- 3 mei 1853 Uitgaande post permanente commissie: ze houden het in advies, 3 mei 1853 N24, invnr 751.
- 6 mei 1853 Uitgaande post permanente commissie 6 mei 1853 N3, invnr 751: ze schrijven aan Amsterdam of die het goed vinden.
- 14 mei 1853 Brief van Amsterdam dat ze het goed vinden, bevindt zich bij uitgaande post permanente commissie 26 mei 1853 N9, invnr 753.
- 26 mei 1853 Uitgaande post permanente commissie dat ze toestemming geven, 26 mei 1853 N9, invnr 753.



Om eens te weten of u allen nog in het leven zijn, pagina 291
De in de eerste alinea genoemde broer van Willem van der Dooze's schoonvader is Meindert Zandwijk die in 1858 terugkomt en een hoeve in de kolonie krijgt.

Hendrik van Helden is volgens de kolonieadministratie geboren 5 oktober 1815 te Leiden. Volgens wiewaswie op de Houtmarkt, wijk 5 no 998. Zijn vader was Carel van Helden en zijn moeder Judik Neuteboom.
In die kolonieadministratie heet die moeder Frederika Neuteboom die in haar tweede huwelijk getrouwd is met Simon Kruijt. Het gezin is op 11 juni 1829 geplaatst in Wilhelminaoord.

Hendrik van Helden wordt bij hen ingeschreven op 13 september 1830, invnr 1354 hoeve 51. Hetzelfde invnr, maar dan bij hoeve 68 die het gezin eerst bewoont, meldt dat 'Kruijt het hoofd des gezins te Leyden is overleden 17 september 1833'.

Hendrik gaat in militaire dienst op 30 april 1835. Tijdens zijn diensttijd zijn volgens invnr 1355 hoeve 51 de 'weduwe Kruijt en kinderen gedeserteerd 3 juny 1837'.

Hendrik van Helden trouwt, 24 jaar oud, op 2 juli 1840 met Johanna Elsing. Zowel het huwelijk als de geboortes van hun kinderen vinden allemaal plaats in Noordwolde.

De in het verhaal geciteerde brief is van 7 februari 1855. Hij is voor mij gevonden door Bep Kastelijns bij Erfgoed Leiden en omstreken, toegang 0053, archief van de Leidsche Subcommissie der Maatschappij van Weldadigheid, invnr 38, stukken ingekomen bij de secretaris-thesaurier 1818-1886 -> 1854.

Hendrik van Helden overlijdt 13 augustus 1859 op 44-jarige leeftijd. Zijn dochter Johanna van Helden trouwt 31 juli 1874 met de onderdirecteur Dominicus Doom.



Dankbaarheid, pagina 293
Informatie over Leonardus Biemans staat op de site van de proefkolonie:
http://www.deproefkolonie.nl/extra-informatie/de-proefkolonisten/leonardus-biemans-proefkolonist/



Kom jongens, nu maar dadelijk aan het aardappels jassen, pagina 295
Het verhaal over de veldwachter van Smilde komt uit het zittingsverslag van de raad van tucht voor weeskinderen bij het eerste gesticht van 20 december 1858. Dit verslag komt nog op de site. Je kunt hier checken of het er al op staat:
http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Tucht/VH1/0000VH1.html

De uitbraak van ontucht bij met name het tweede gesticht komt uit een brief van directeur van  7 december 1858 en de reactie van de gecommitteerde erop van 14 december 1858, allebei in invnr 902 uitgaande post 14 december 1858 N1.

Terzijde: Of de uitspattingen bij het tweede gesticht ook daar hebben plaatsgehad is de vraag want dat gebouw is een groot deel van het jaar buiten gebruik geweest. In maart 1858 is het afgefikt. De brand is waarschijnlijk begonnen op de zaal waar schurflijders behandeld worden, waar altijd ‘sterk wordt gestookt en in welker nabijheid stroo te droogen lag’. Door de felle wind heeft het vuur zich sneller verspreid dan er geblust kon worden. Gelukkig is alles verzekerd en inmiddels is het gesticht weer opgebouwd.
Bron: jaarverslag 1858, invnr 991.

Over de kleding van bedelaars:
- Het besluit om veelvluchters onder de bedelaars helemaal in rood te kleden, is van 4 juni 1825 en bevindt zich in invnr 963 en invnr 988. Zie voor de tekst van het besluit:
http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Besluiten/1825_06_04Veelvluchters.html
- 16 juni 1841: Bepaling uit welke stoffen de desertiepakken en noppen dekens zullen worden vervaardigd, invnr 979.
- 18 October 1844 N12: Bepaling omtrent de straf voor bedelaarskolonisten, die ten tweede male door den Raad van tucht wegens overtreding schuldig worden bevonden. Hier te lezen: http://schackmann.nl/proefkolonie/Tucht/Reglementen4.html#18441018



Het einde van de strafkolonie, pagina 297
Stukken over de overname van Veenhuizen en Ommerschans door het Rijk, zoals de 'Akte van Scheiding' en de wet ter eindregeling, bevinden zich in de invnrs 13, 14 en 15.

Catharina Bärenfanger vraagt vanuit de vrije koloniën overgebracht te worden naar de Ommerschans bij de zitting van de raad van politie en tucht van 1 november 1828. Het verslag van die zitting staat op de site:
http://www.schackmann.nl/proefkolonie/Tucht/1VK/1828VK/18281101bVK.html
Onderaan dat verslag staat een verwijzing naar een gezin waar zij moeilijkheden mee had toen ze er ingedeeld was en daar staat ook enige informatie over haar broer.