Naar het overzicht
van Veenhuizense weeskinderen





Ontslagvoordracht 1836: twee die uitvliegen en eentje die nog niet gaat

De 'Voordragt tot ontslag van Weezen enz 1836' gaat op 18 januari 1836 de deur uit. Dat is mooi op tijd, dan kan het ministerie van Binnenlandse Zaken op tijd de plaatsen van herkomst polsen of die het ook zien zitten en dan kunnen al in het voorjaar van 1836 de ontslagenen op zoek gaan naar een baantje. Het klad van de voordracht bevindt zich in invnr 1433.

Om een indruk te geven pik ik er drie uit van een bladzijde waarvan ik toevallig een fotootje heb. De genoemde wezenregisters zijn bereikbaar op de manier als bovenaan de bladzijde beschreven wordt.

Franciscus Dianicus van Kessel heeft het weesnummer 200 in de wezenregisters met invnr 1571, 1410, 1411 en 1412. In eerste instantie wordt genoteerd dat hij is geboren in 1817, maar later wordt daarvan gemaakt 22 november 1815. Hij had dus ook in 1835 al voor onslag in aanmerking kunnen komen.
Hij is op 21 augustus 1824 vanuit het dan gesloten Aalmoezeniersweeshuis in Amsterdam in de kolonie gekomen. Designatienummer 3/95. Volgens deze lijst en deze lijst woont hij in 1829 in het derde gesticht.
Het advies in de voordracht over hem luidt: 'Is tamelijk geschikt tot het ontslag, hetwelk hij verlangt wanneer hij eene dienst zou bekomen hebben, waaraan zou kunnen worden voldaan.'
Franciscus Dianicus van Kessel verlaat op 5 april 1836 Veenhuizen.

Jan van der Ham heeft het weesnummer 201 in de wezenregisters met invnr 1571, 1410, 1411 en 1412. Hij is volgens de kolonieadministratie geboren op 18 juni 1815 en had dus ook het vorige jaar al voor ontslag in aanmerking kunnen komen.
Hij is ook op 21 augustus 1824 vanuit het Aalmoezeniershuis in Amsterdam in het kindergesticht gekomen. Designatienummer 3/96.
Het advies in de voordracht over hem luidt: 'Blijft nog onberekend om zelf in zijn onderhoud te voorzien, doch hij verlangt het ontslag, en dat zal hem, bij eene op handen zijnde meerderjarigheid bezwaarlijk kunnen worden geweigerd.'
Hoewel de directie het dus niet zo ziet zitten gaat het ontslag door en op 8 juni 1836 verlaat Jan van der Ham Veenhuizen.


● Thomas Ewold (die ook voorkomt als Eewold) heeft het weesnummer 206 in de wezenregisters met invnr 1571, 1410, 1411 en 1412. Hij is een vondeling die op 1 augustus 1816 werd gevonden in Amsterdam op de IJgracht tussen de Foeliestraat en het Schippersgrachtje.
Net als de twee voorgaanden is hij op 21 augustus 1824 vanuit Amsterdam in Veenhuizen gekomen. Designatienummer 3/42.

Hij is kwekeling in het Instituut voor Landbouwkundige Opvoeding in Wateren. In het register van kwekelingen 1832-1835 met invnr 1584 (helaas nog niet gedigitaliseerd) staat hij met kwekelingennummer 53. Dat nummer was eerst toegekend aan Cornelis Hendrik Lammersen (geboren Den Haag 15 september 1813) en dis is op 2 april 1833 ontslagen, zodat aangenomen mag worden dat Thomas Ewold ergens april of mei 1833 in Wateren is opgenomen. Hij zit er in ieder geval in september 1830, zie deze scan en in juni 1834, zie deze scan en ook deze scan.

Het advies in de voordracht over hem luidt: 'Kweekeling in het Instituut te Wateren die allezins voor zijn onderhoud berekend is. Hij zal waarschijnlijk als milicien in dienst worden gesteld daar hij thans de maat schijnt te hebben. Het ontslag kan dus buiten aanmerking blijven ook omdat hij nog geen lidmaat is.'
Uit een doorgestreepte aantekening blijkt dat hij het jaar ervoor nog niet de gewenste lengte (1.57 meter) had om in dienst te gaan, maar nu wel lang genoeg is. Aangetekend wordt dat op 18 april 1836 besloten wordt het ontslag nog uit te stellen, maar van de militaire dienst is verder geen sprake.

Wel staat in het kwekelingenregister 1836-1847 met invnr 1582 (ook niet gedigitaliseerd) dat hij uit Wateren weggaat. 'Ewold naar Veenhuizen 3 den 10 December 1836' staat daar.

Dus staat hij ook op de ontslagvoordracht voor 1837. Daar wordt gemeld: 'Kan in zijn onderhoud wel voorzien doch verlangt nog niet te worden ontslagen daar hij het uitzicht heeft op eene betrekking in de KoloniŽn.'

Dat wordt iets specifieker beschreven in de ontslaglijst van Wateren voor 1837: 'Is goed ontwikkeld en is in het schoolonderwijs wel gevorderd. gereformeerd lidmaat, is schrijver bij den boekhouder aan 't 3e gesticht'.
En dat hoopt hij te blijven doen, blijkens de nominatieve lijst van alle jongeren die in 1837 twintig jaar of meer zijn die de directie van het eerste gesticht voorafgaand aan de ontslagvoordracht heeft gemaakt. Daar staat: 'Kan in zijn onderhoud voorzien, doch zal het ontslag niet gaarne hebben. Is schrijver bij de boekhouder van het 3e gesticht; verlangt in deze betrekking te blijven'.

Dat blijkt echter niet door te gaan. En dus staat hij ook weer op de ontslagvoordracht voor 1838. En blijkens het advies wil hij nu wel weg: 'Verzoekt verlof om naar Amsterdam te gaan om een middel van bestaan te zoeken. Hij is geschikt voor zijn onderhoud en zou dus voorwaardelijk kunnen worden ontslagen.'

Thomas Ewold verlaat het kindergesticht met ontslag op 28 april 1838 maar gaat niet naar Amsterdam maar naar Assen. Zie voor zijn verdere leven en loopbaan dit artikel elders van zijn nakomeling en naamgenoot Tom Eewold.