Naar het overzicht
van stukken over WATEREN



Januari 1832: Niet de hoeveelheid eten, maar wel de hoedanigheid en het gene de smakelijkheid bevordert

Blijkbaar heeft de directeur der koloniŽn op 19 januari 1832, invnr 121 scan 327, voorgesteld om de kwekelingen te Wateren meer eten te geven dan de weeskinderen in Veenhuizen. Daar gaat de permanente commissie op 24 februari 1832 bij agendapunt N11, invnr 397 (daarvan zijn geen scans) niet mee akkoord:


DE PERMANENTE COMMISSIE

Gehoord het rapport van den Inspecteur der kol. gezonden 27 Jan: ll. N. 19 L op den brief van den Dr der kol van den 19 Jan: ll. N. 113

Besluit,

dien brief houdende in advies, aan den Dr der kol. te schrijven als volgt

Bij brief van den 19 Jan: ll. N. 113 heeft UWEd ons een ontwerp overgelegd tot regeling der voeding voor de kweekelingen te Wateren.

Volgens hetwelke zou aan die Kweekelingen eene grootere hoeveelheid voedsel worden verstrekt dan aan de Kinderen te Veenhuizen.

Intusschen bestaat daartegen bij ons nog al eenige bedenking daar, bij aldien men aan de Kweekelingen te Wateren ten aanzien der voeding, eenig voorregt wil toekennen, zulks naar het ons voorkomt niet in de hoeveelheid maar in de hoedanigheid van het voedsel zou behooren te bestaan.

De Kinderen te Veenhuizen behooren even zoo wel eene genoegzame voeding te erlangen als die te Wateren en wanneer de aan de eerste verstrekte hoeveelheid voldoende is, schijnt het dat bij de laatste, zonder overtolligheid, niet wel meerder kan worden gegeven.

Wij zouden het mitsdien beter oordeelen om de voeding te Wateren, ten aanzien der hoeveelheid, gelijk te stellen met die in de Kindergestichten te Veenhuizen, voor(?) wel genegen zijn ten aanzien der hoedanigheid en het gene de smakelijkheid bevordert aan de Kweekelingen te Wateren eenig voorregt te vergunnen, zullende wij de eer hebben alvorens te dezer zake een besluit te nemen, UWEd. antwoord hierop te gemoet te zien.
De PC.