Naar het overzicht
van stukken over WATEREN



Instituteur Kornelis Mulder wil loonsverhoging en hij denkt een aantal argumenten daarvoor te hebben, maar die worden door de directeur vakkundig onderuitgehaald.

De brief van Mulder waarin hij om loonsverhoging vraagt heb ik niet gezien, maar dat geeft niet omdat eerst de directeur en daarna de permanente commissie hem punt voor punt nalopen. Hier de directeur, die op 27 maart 1829 op verzoek van de permanente commissie zijn mening geeft. Deze brief bevindt zich in invnr 96, de scans scans 307-308:

Frederiksoord, 27 Maart 1829

Bij missive der Permanente Kommissie dd. 24 dezer N239 in mijne handen gesteld zijnde afschrift van een rekwest van den Heer Instituteur Mulder te Wateren om daarop bepaaldelijk aangaande hetgeen ten aanzien van zijne voorschotten wordt aangevoerd te berigten, heb ik de eer in voldoening daaraan het volgende aan te merken:

1e dat de werken welke van tijd tot tijd over de opvoed- en landbouwkunde uitkomende, door den Heer Mulder aangekogt, zeeker voor zijn eigen gebruik moeten dienen en dus ook door ZEd zelver worden bekostigt, zoo als ik mij zelve somtijds ook verpligt acht eenig landbouwkundig en ander voor mijne betrekking nuttig werk aan te schaffen, als kunnende dienen om mij, voor mijnen betrekking te bekwamen, en gevolglijk met dien aankoop mijn eigen belang bedoel;

2e de verpligting om rijzigers en vrienden der Maatschappij te ontvangen en inligtingen te geven kunnen zeeker geene kosten veroorzaken, daar toch diezelfde vrienden der Maatschappij welke allen om het belang der zaak komen, zich zeeker gaarne met eene welwillende aanwijzing zullen te vreeden houden, zonder dat dit met het aanbod van spijs of drank, welke kosten zouden kunnen veroorzaken, behoeft gepaard te gaan;

3e dat de kosten der feesten, welke aan de kweekelingen overeenkomstig bestaande bepalingen van den Hr 2e Ass. zouden worden gegeven, doch waarvan ik nimmer iets vernomen heb, boven de daartoe aangewezen fondsen, kunnen worden in rekening gebragt, eene als andere geauth. uitgaven; waarbij het alleen zoude noodig zijn die feesten zoo wel als het maximum der kosten van dezelve naauwkeuriger te bepalen, indien men die steeds als noodig beschouwt;

4e zoo ook kunnen de uitgaven voor buitengewone ziektenkost aan den enkelde kweekelingen, welke zoo iets als eens mogten noodig hebben, gevoeglijk in uitgaven worden geleeden;

5e ad idem met de voorschotten bij het halen van goederen met wagen en paarden; dat zich overigens hoofdzakelijk, men mag zeggen uitsluitend, tot Frederiksoord behoord te bepalen, en waarop dan geene kosten hoegenaamd kunnen vallen.

En hiermede vermeen ik aan het verlangen der Permanente Kommissie in deezen te hebben voldaan.
Ik heb de eer te zijn,
de Direkteur der Kolonien,
Visser.

Zo, afgehandeld. De permanente commissie moet dit advies dan nog op zo vriendelijk mogelijke wijze aan Mulder overbrengen. Dat gebeurt bij brief van 9 mei 1829, invnr 364 (van de uitgaande post zijn geen scans):

ís Gravenhage, den 9 Mei 1829

Wij hebben uw verzoekschrift van den 26 Februarij JL op zijn tijd ontvangen, en ofschoon hetzelve door ons rijpelijk is overwogen hebben wij niet kunnen besluiten om daaraan, immers voor alsnog, een gunstig gevolg te geven.

Intusschen moeten wij hierbij voegen, dat wij ongaarne UwEd langer kosten zouden zien dragen, welke als niet aan uwe betrekking eigenlijk verknocht, ook niet ten uwen laste behooren te komen en waarvan wij, zoo dit vroeger het geval mogt zijn geweest, steeds onkundig waren.

Dien ten gevolge verzoeken wij UwEd om voortaan wanneer, volgens een bestaand gebruik, aan Uwe kweekelingen een Feestje zal moeten worden gegeven en de daartoe bestemde bijzondere penningen ontoereikende mogten zijn, het daaraan ontbrekende, bij een gemotiveerd voorstel aan den Heer Direkteur der KoloniŽn te willen aanvragen,

voorts, om het bijzondere ziekenvoedsel, het welk van tijd tot tijd voor de zieken mogt benoodigd zijn in rekening te brengen,

zoo mede de kosten die op het doen afhalen van goederen te Frederiksoord mogten vallen en vroeger door UwEd zelven zouden zijn gedragen;

terwijl wij aangaande het tweede punt, waarop Uw verzoek gegrond is, UwEd moeten aanmerken, dat vreemdelingen welke het Instituut komen bezigtigen zich, naar ons inzien, steeds behooren te bevredigen met eene bloote bereidvaardige aanwijzing van het geen zij tot het doel hunner komst kunnen hebben gesteld, zonder daarbij eenige kosten te willen veroorzaken;

zullende overigens, de laatst bijgebragte redegeving inzonderheid een onderwerp van ons aandenken aan Uw verzoek blijven, gedurende wij zullen gadeslaan, of de dienst van het Gesticht door de ingevoerde bezuinigingen geen nadeel wordt toegebragt en of dezelve de nieuw voorgestelde zonder eenig bezwaar gedoogt.
De P. K. van W
Namens Dezelve

De wens van Kornelis Mulder om meer te gaan verdienen zal pas in vervulling gaan als hij Wateren verlaat en adjunct-directeur van de Ommerschans wordt.