Naar het overzicht
van stukken over WATEREN



juni 1823: Johannes van den Bosch stuurt het bestek van het te bouwen Instituut en vindt per se dat het nog dit jaar tot stand moet komen

Onderstaande begeleidende brief dd 22 juni 1823 bevindt zich in invnr 65, de in de brief genoemde bestek en tekeningen zijn niet bewaard gebleven. Voor zover ik weet, er kan natuurlijk altijd nog iets opduiken uit een duister hoekje van het archief.

Frederiksoord den 22 juny 1823

WelEdele Heeren!

Ik heb de eer UWelEd: hier nevens voorteleggen de plans en bestekken voor het instituut van opvoeding.

UWelEd. zulk daar uit ontwaren dat in plaats van de geraamde som van ƒ5000- het zelve gezet zal kunnen worden voor ƒ3450-, terwijl eenig gebouwen te Klein Wateren, thans onbewoond, zullen kunnen opleveren ƒ536-, zo dat als dan de geheele onkosten zal bedragen ƒ2614-.

Ik vleije mij dat noch meerdere besparingen in het project van dit instituut mogelijk zullen zijn.

Ik meen ook te moeten adviseren van dit gebouw nog dit jaar te zetten,

voor eerst om dat wij in het aanstaande jaar 4 a 5000 menschen te vestigen zullen hebben, en de inspanning van alle kragten nodig zullen zijn om dit doel te bereiken,

ten 2den om dat een bedelaars instituut op de afstand van een uur van hetzelve zal moeten worden gebouwd, en de constructie van twee zulke gebouwen op deeze afstand van elkander ten uiterste bezwaarlijk is, voor twee onderscheiden aanneemers, terwijl de beide gebouwen te gelijk alleen door een groot aanneemer zouden kunnen worden aangenomen, en deeze zijn zeer duur.

3e Omdat de ledig staande gebouwen van dag tot dag in waarde verminde­ren, en niet zeldzaam door schaapherder en ander in de nabuur­schap komende personen gesloopt, en de materialen ontvoerd worden, dat inzon­derheids des nagts moeijelijk te beletten is.

4e Omdat de steenen, schulp en juif(?) om kalk te brengen voorhan­den zijn, en alle deze materialen zoo in kwaliteit als kwantiteit merkelijk verminderen door dezelve te laten liggen.

5. Is het noodzakelijk dat wij in dit jaar al dat geene volvoeren wat noch verricht kan worden, ten einde in het aanstaande jaar bij de gewigtige ophanden zijnde uitbreiding de handen ruim te hebben.

Bij alle deze drangredenen eindelijk meen ik noch deze te moeten voegen, dat zulk een instituut uit zijne aard slechts langzaam ten volle tot stand komt, dat het zelve dit jaar uitgesteld wordende, ook het volgende denkelijk niet zal kunnen worden gebouwd, en dus de Maatschappij noch lang zal verstoken zijn om daar van de vruchten te genieten en

eindelijk dat het uit de aangelegendheden van het werk dat de Direkteur en ik te verrich­ten hebben voegzamer uitkomt dit gebouw in dit, dan in het volgende jaar te bouwen.

Mogt in alle deze drangredenen de Permanente Kommissie van gewigt genoeg voorkomen, om nog dit jaar het gebouw te zetten, dan proponeer ik dadelijk die uitbesteeding in de Haarlemsche Courant te plaat­sen tegen den 13e van de andere maand, en de teekeningen en bestekken terug te zenden, en die bij Schuttelaar te Frederiksoord ter visie te leggen.

Wij zullen het dan doen adverteren te Leeuwarden, Groningen en Assen.

Een spoedige decisie op deze punten is van te meer belang daar dezelve van invloed zijn moet op de reegeling van de overige werkzaamhe­den.

Met betuiging van hoogachting heb ik de eer te zijn

UWEd DWDienaar
J. van den Bosch