Naar het overzicht
van stukken over VEENHUIZEN



31 juli 1844: Een groot ongeluk in de stoomspinnerij


Er gebeuren in de stoomspinnerij te Veenhuizen al regelmatig ongelukken met de mensen die er werken, maar in een brief gedateerd 31 juli 1844 en met nummer N2048 meldt de directeur der kolonin aan de permanente commissie dat er dit keer geen gewonden zijn gevallen, maar wel de apparatuur ernstig beschadigd is. De brief bevindt zich in invnr 295 scan 222:


Frederiksoord, den 31 Julij 1844

Met leedwezen moet ik UwHEdG thans rapport maken van een ongeluk, hetwelk heden morgen in de katoenfabrijk te Veenhuizen heeft plaats gehad, en omschreven is, in den brief, waarvan ik de eer heb UwHEdG hiernevens een afschrift te doen toekomen, waarbij ik, kortheidshalve, nog voeg, een copij van het gegeven antwoord, en van den brief, welken ik gemeend heb aan de Heeren Nederburgh, Nering Bgel & Co te moeten schrijven, terwijl ik mij voorneem UwHEdG spoedig te doen kennen, wanneer het mij nuttig voorkwam, in deze omstandigheid een aankoop van garens te doen.

De Directeur der Kolonien
J. van Konijnenburg


Bijgevoegd is een kopie (Copie N409) van een brief van de onderdirecteur der katoenspinnerij, Gerrit Steenbeek, zie voor meer over hem deze pagina, waarin hij de directeur de toedracht meldt, invnr 295 scans 224-225:


Veenhuizen, den 31 Julij 1844

Ik haast mij UwEd het allertreurigste nieuws mede te deelen, dat heden morgen omstreeks n kwartier was, nadat de stoommachine was beginnen te werken, de spinnerij weder door eene nieuwe en ditmaal overgroote ramp is getroffen.

Een groot gedeelte der stoommachine (niet de ketels) is aan stukken geslagen.

De connector of krukstang schijnt het eerst te zijn gebroken, daarvan is het eene einde, dat gene hetwelk aan de kruk is blijven zitten in den grond geraakt, waardoor het in volle werking zijnde drijfwiel zulk eenen plotselingen schok heeft ontvangen, dat daardoor de zware as, waarop het is bevestigd, glad is afgebroken en tevens een gedeelte van het raam, waarop die as rust.

Het andere einde der krukstang is met het Crochet, door de volle werking der stoom op de, door de breuk in de connecter, vrij geworden zuiger met zulk een geweld naar binnen geslagen, dat daardoor de achter deksel der cylinder is vergruischd en tevens door die schok ook het Crochet is aan stukken is geraakt.

De machinist Winkels had juist de machine van smeer voorzien en stond naast dezelve toen het ongeval plaats had, doch heeft geen letsel bekomen.

Ik heb last gegeven van alles in den zelfden stand te laten liggen, teneinde UwEd zelve de zaak zoude kunnen opnemen, zooals ze is, of daaromtrent nadere bevelen zult hebben gegeven.
De Directeur der katoenspinnerij
Voor denzelven
de OnderDirecteur
(get.) G.Steenbeek.


Theo Zelders heeft geprobeerd mij uit te leggen wat er precies gebeurd is en daartoe onderstaande tekening gemaakt. Daarbij schreef hij: 'Ik denk dat met Crochet de koppeling tussen krukas en zuigerstang is bedoeld. De krukas is gebroken en naar beneden op de grond geslagen, waardoor de as van het vliegwiel, dat doordraaide, die halve krukas in de grond wilde boren, maar daardoor zo'n kracht naar boven kreeg te verduren dat de as is gebroken en het frame ("raam") ontzet. De zuiger is door het achterdeksel gedrukt.'




Bij de hierboven genoemde brieven is gevoegd een kopie (Copie N2046) van de brief die directeur Van Konijnenburg diezelfde dag nog aan de onderdirecteur van de katoenspinnerij heeft gestuurd, invnr 295 de scans 224-225:


Frederiksoord, den 31 Julij 1844.

Met leedwezen heb ik het gebeurde met de stoommachine uit uwen brief van heden no.409 vernomen, waarvan ik aan de permanente Commissie kennis geef.

Intusschen zal ik aan de H.H.Nederburg, Nering Bogel & Co te Deventer verzoeken, om zoo mogelijk reeds aanstaande Dingsdagmiddag, of anders een der volgende dagen, een deskundige te Veenhuizen in te zenden, teneinde het gebrokene op te nemen en met mij te handelen over de beste en spoedigste wijze, waarop de machine zou kunnen worden hersteld, tot hoelang ik UwEd verzoek alles te laten zoo als het is.

Voorts verzoek ik morgen mij op te geven den voorraad garens in de verschillende nommers, teneinde daarnaar te berekenen hoelang de weverij alhier, zonder nieuwen aankoop, kan worden gaande gehouden.

Overigens spreekt het vanzelve dat alle thans onnodige werklieden ter beschikking van den Adjunct-Directeur behooren te worden gesteld.
De Directeur der Kolonien,
J. van Konijnenburg.


Ook bijgevoegd is een kopie (Copie N2047) van de brief die directeur Van Konijnenburg ook diezelfde dag nog aan de 'H.H. Nederburg, Nering Bogel & Co te Deventer' heeft gestuurd, invnr 295 scans 225-226:


Frederiksoord, den 31 Julij 1844

Daar wij het ongeluk gehad hebben van eenige deelen der stoommachine van de katoenspinnerij te Veenhuizen, zoo als de krukstang, de as van het drijfwiel, met een gedeelte van het raam, waarop dezelve rust, door een onbekende oorzaak plotseling te zien breken, hetgeen hedenmorgen heeft plaats gehad, zoo verzoek ik UwEd om tegen aanstaande Dingsdag den 6 Augustus des nademiddags, of zoo dien dag niet schikte, op eener der eerstvolgende dagen een deskundige naar Veenhuizen te willen zenden, teneinde zoo wel de mogelijke oorzaak daarvan op te sporen, als ons te dienen van consideratien en advijs aangaande de beste en spoedigste wijze waarop het gebrokene zoude kunnen worden hersteld en om mij inmiddels te doen kennen wanneer die deskundige ter aangewezene plaatse zal zijn, daar ik zelf dan daar mede hoop te wezen, om dadelijk het rapport te erlangen, teneinde ten spoedigste aan de permanente commissie te kunnen schrijven over de maatregelen, welke ten dezer dienen te worden genomen.
De Directeur der Kolonien,
J. van Konijnenburg

Door de permanente commissie is op deze brieven geschreven dat ze het behandelen op 6 Augustus 1844 bij agendapunt N15, maar dat heb ik niet bekeken want ze kunnen in Den Haag toch niets doen dan afwachten. Het vervolg is een brief van de directeur op 9 augustus 1844 met nummer N2125, invnr 295 de scans 402-403:


Frederiksoord, den 9 Augustus 1844

Ten vervolge op mijn brief van den 31e Julij jl. N2047 heb ik de eer UwEdG hiernevens in te zenden een rapport van de fabrijkanten Nedeeburg en Neering Bogel & Co te Deventer, ter bevinding van het gebrokene aan de stoommachine te Veenhuizen, op dien dag met een brief der Directie van de katoenspinnerij van gisteren N413, houdende eenige aanmerkingen dien aangaande, tot welk een en ander ik de vrijheid neem mij te refereren.

Het moge waar zijn dat de meeste stoommachines op ijzeren, in plaats van op houten balken bevestigd worden, het gebeurde zal toch wel aan eene gebrekkige rigting van het werk moeten worden toegeschreven, daar de onvolkomenheid van gang van den beginne af aan is opgemerkt en ook blijken gedragen heeft.

Dit geeft te minder zwarigheid om het werk op dezelfde balken weder te doen oprigten, die, in alle gevallen, nu wel krimpvrij zullen geworden zijn, waartegen de inspecteur dan ook niets had in te brengen, hoewel ik hem opmerkte, dat het gebrokene niet alleen gemaakt, maar alles zoodanig hersteld en gerigt moest worden, dat het werk eenige maanden lang blijken moest vlug en wel te loopen.

Het zou mij niet verwonderen, of liever ik stel vast, dat de moeijelijkheid, om de vereischte snelheid van gang te bekomen, aan dat wringen en werken den verkeerd gerigte deelen der machine is toe te schrijven geweest.

Ik behoef UwZEdG niet onder de aandacht te brengen, hoe wenschelijk het is ten allerspoedigste tot de herstelling te besluiten, daar de 2 maanden, welke men tot dezelve noodig acht eerst van het oogenblik dier bestelling beginnen te loopen, welke bestelling ik UwZEdG advijseren kan bij niemand anders dan de H.H. Nederburg cs, Nering Bogel & Co te doen, dat onmiddellijk door UwZEdG geschiedende, ligtelijk nog een paar dagen zal uitwinnen.

Tevens heb ik de eer UwZEdG voor te stellen, om mede ten eerste uit Engeland te ontbieden:
4000 pond inslag no.14 en
216 stuks (drie pakken ieder van 727 ketting van no.18)
zoo als wij gewoon zijn van de H.H. Bayley te ontvangen.
De voorraad garens is wel genoegzaam zo groot, dat de weverij acht weken kan worden gaande gehouden, nevens aan zou ook alles op zijn en aan goed inslag no.14, voor imitatie katoen, is de meeste behoefte.

De Directeur der Kolonien,
J. van Konijnenburg

Genoemde rapport is er niet bij aangetroffen. Misschien zit het bij de uitgaande post van 12 augustus N13, want dan bespreekt de permanente commissie de zaak. Een lid daarvan heeft op de brief al geschreven: 'Dit loopt goed af.' Dan iets onleesbaars en daarna 'Grote spoed conform.' Blijkbaar komt her hierna goed want in de komende periode zijn er juichende geluiden over de snelheid van de machinerie.