Naar het overzicht
van stukken over VEENHUIZEN



Een relatief kort verslag van het bezoek van de directeur aan Veenhuizen in april 1843


inventarisnummer 277 de scans 184 en 185


Frederiksoord, 20 April 1843

Ik heb de eer UwEdGeb. ditmaal een zeer kort verslag van mijn op den 13e en 14e dezer maand te Veenhuizen gedaan bezoek, te geven. De vorige keer heb ik, daarentegen, aan de H. H. Hoofdambtenaren breedvoeriger kunnen zijn.

De Winter Rogge staat vrij wel en heeft van den winter niets geleden.
De Zomer Rogge is gezaaid en komt reeds op.
De Winter Rogge op stoppelbrem gezaaid is in dit voorjaar overgierd geworden voor zoo verre dit noodig en daartoe genoegzaam specie voorhanden was.

De Aardappelen zijn reeds voor de helft gepoot en kunnen zeer vroeg geheel in den grond komen, behalve op die stukken nieuw land, waartoe aangekochte mest noodig is, die bijna niet aankomt.
Slechts 3 pramen, voor f 150:- was er in het geheel nog maar ontvangen.

De bemesting en beaarding van het groenland loopt ten einde.

Met het zaaijen van haver en gerst kan een begin worden gemaakt; maar komt er geen meer mest, dan zal de voorgenomen oppervlakte niet geheel kunnen worden bezaaid.

De werkzaamheden van ontginning worden steeds voortgezet.

Het turf-graven zou verleden maandag een begin nemen zijnde het bezwaar omtrent de borgstelling opgeheven. Doordien het in de laatste dagen koud weder geweest is, is er eigenlijk nog geen tijd verloren. Met 200 man zal dit werk worden ondernomen.-

Het vee is in den besten staat; maar het voeder kan slechts tot eenige weinige dagen in Mei reiken, zoodat er misschien nog 2 ladingen hooi, -de eenige , - zullen moeten gekocht worden.

De gewone fabrijkmatige werkzaamheden worden goed voortgezet, doch de Zakken-weverij staat thans stil; doch het bestelde garen is dagelijks te verwachten.-

In de katoen-Spinnerij zou het mede wel gaan, ware het laatst ontvangen katoen van de H. H. Salomonson, niet slecht bevonden, waarover ik UwEdGeb. reeds onderhouden heb.

In deze maand zijn er zeer veel bedelaars-kolonisten ontslagen en ook het ontslag der weezen, naar aanleiding van de Jaarlijksche voordragt, heeft een aanvang genomen.

De Zaal-opziener P. J. van der Poel, aangesteld bij UwEdGeb. Resolutie van den 2e Augustus jl. N. 29, heeft zich, in den laatsten tijd, doen kennen, als zich aan misbruik van sterken drank schuldig te maken, die alzoo niet kan worden behouden.
Het is een bedelaars-kolonist, gelijk UwEdGeb: bekend is, die dus weÍr zal moeten aftreden en daar ik, onder de gewone kolonisten, geen geschikte personen van de R. C. Godsdienst, daartoe weet, zoo heb ik de eer UwEdGeb: daartoe voor te dragen: H. J. A. MorriŽn, schrijver bij zijn Vader, den boekhouder van Kolonie N. 2, die ik daarvoor niet ongeschikt zou oordeelen, en wiens plaats als schrijver ligtelijk te vervullen zal wezen.

De Directeur der KoloniŽn
J  van Konijnenburg