Naar het overzicht
van stukken over VEENHUIZEN



Gedeeltelijke transcriptie van een notitie over gebrek aan ruimte in Veenhuizen november 1842


Inventarisnummer 267 scan 523 en verder


Ik heb de eer UwEdGeb bij dezen te onderhouden over de zaak der plaats-ruimte in de Gestichten te Veenhuizen, zoo voor individus en huisgezinnen, als voor werkzaamheid en berging.

Bij het 1e Gesticht, is thans, nu de 4 bovenzalen bijna in orde gebragt zijn, nog plaats over, voor 20 meisjes en 100 jongens, welke verhouding, wanneer zulks door de aankomst van meerdere meisjes mogt gevorderd worden, altoos te veranderen zal zijn, door in eene der twee achter-zalen van kleine kinderen, waarin thans alleen jongens zijn, ook eenige meisjes over te brengen, en, daarentegen, zoo veel jongens in zalen voor oudere te doen opklimmen.

In het 2 Gesticht was geen meer plaats dan voor 12 mannen en 16 vrouwen, en waren de plaatsen voor de zieken mede bezet.

()

hier gedeelte niet getranscribeerd

(..)

Ik heb mitsdien de eer UwEdGeb voortestellen, om de zaal, thans tot magazijn van katoen in gebruik en waarin in dit oogenblik slecht eenige weinige balen geborgen zijn, die wel in de fabrijk zelve zullen kunnen geplaatst worden, ten spoedigste bewoonbaar te maken, waartoe ik reeds, wat kleine herstellingen betreft, gemeend heb een begin te moeten maken.

Mogt dan weldra, gelijk te wenschen is, de wintervoorraad katoen aankomen, dan zou dezelve in de oude ziekenzaal (N5) waarin de planken vloer hiertoe bijzonder dienstig is, kunnen geborgen worden.