Naar het overzicht
van stukken over VEENHUIZEN



Van 1837 tot 1840: Dominee van Rinteln wil per se en wat het ook kosten mag een orgel in zijn kerk, met hulp van Johan Christoffel Schmidt

Over de brandende begeerte van dominee Van Rinteln naar een eigen orgel in de protestantse kerk, heb ik eerder (toen ik nog minder informatie had) een stukje gemaakt op Vele Handen. Hieronder enkele stukken en verwijzingen. Om te beginnen een brief van de predikant rechtstreeks aan de stichter van de koloniŽn en dan minister van de overzeese gebiedsdelen Johannes van den Bosch, invnr 183 de scans 210-211:

Aan Zijne Excellentie den Luit. Gen. Baron van den Bosch enz. enz.

Veenhuizen, 12 Mei 1837

Ik waag het zoo vrij te zijn Uwe Excellentie lastig te vallen met de aanvrage om raad & inlichting; en verkeer in de hoop, dat het niet ten Kwade moge worden geduid, daar ik in deze ook de tolk van den Kerkeraad ben.

Sedert de Roomsch Katholijke Gemeente in het bezit is van een orgel, wordt de begeerte daarnaar bij de Protestantsche Gemeente natuurlijk meer levendig & sterk.
Maar hoe zal zij er aan komen? De Kerkeraad sprak daar over onlangs opzettelijk.

De Gemeente zou zeker daar toe wel wat kunnen, & ook gaarne willen bijdragen, maar zou toch altijd ondersteuning van elders noodig hebben, indien immers het orgel eenigszins overeenkomstig de behoefte & tevens naar het Kerkgebouw geschikt zoude zijn.

Zal men nu echt beproeven, wat wel uit den bestemde Gemeente zou kunnen komen; & als dan pogingen aanwenden, om, wat dan nog mogt ontbreken, van elders, & wel door de Permanente Commissie, of haren invloed te bekomen? Of zou het voegzamer geacht worden eenen anderen weg in te slaan?

Hoe veel zal Uwe Excellenties veel vermogende invloed kunnen te weeg brengen! Hoe gaarne zullen wij dan ook derzelver raad & inlichting vernemen, om er ons naar te gedragen!

Met de meest weegende hoogachting heb ik de eer te zijn

Van Uwe Excellentie
de Zeer Onderdanige Dienaar
K: van Rinteln

Johannes van den Bosch piekert er niet over hierop als minister te reageren. Hij doet de brief bij de overige ingekomen post van de permanente commissie en als commissie wordt er op gereageerd op 2 juni 1837, invnr 461 (daarvan zijn geen scans en het is ook niet lekker leesbaar):

ís Gravenhage, den 2 Junij 1837

DE PERMANENTE COMMISSIE DER MAATSCHAPPIJ VAN WELDADIGHEID

Gelezen den brief van den Heer K. van Rinteln, Predikant bij de Protestantsche Gemeente te Veenhuizen van den 12 dezer ll.

Besluit

daarop te antwoorden als volgt.

Op UWEd missive van den 12 Mei dezer ll., gerigt aan ons Medelid den Baron van den Bosch, hebben wij de eer te antwoorden dat er reeds vroeger ernstig op gedacht is om de Protestantsche Gemeente te Veenhuizen van een orgel te voorzien, en dat er zelfs reeds toezegging van eenige bijdragen te dien einde was verkregen, doch dat men om de aanzienlijke kosten van de zaak heeft moeten afzien,
weshalve wij, daar dit bezwaar thans evenzeer bestaat, van gevoelen zijn dat het thans blijkens UWEd missive weder opgewakkerd verlangen naar een orgel niet wel vervuld zal kunnen worden,
waarom het ons intusschen voorkomt dat de Gemeente te ver kan ??, daar zij boven zoo vele andere protestantsche Gemeenten, der ?? die geene orgel bezitten, het voorregt heeft dat aan hare Godsdienst oefeningen door de muzijk van tijd tot tijd meer luister en indruk kan worden gegeven.

De P.C.

Gedoeld wordt op het muziekcorps van weeskinderen uit het derde gesticht onder leiding van hoofdonderwijzer Albert Schuurman (zie hier), die binnenkort vertrekt, en de kinderkoortjes van het eerste en derde gesticht.
Na de zeperd bij de permanente commissie blijft dominee Kornelis van Rinteln steeds terugkomen op de behoefte van de gemeente aan een orgel. Bijvoorbeeld in het jaarverslag over 1838, invnr 205 de scans 147-149, gedateerd 8 februari 1839, waarin hij schrijft:

De openbare godsdienst wordt bij enkele gelegenheden wel eens veraangenaamd & opgeluisterd door kerkgezangen met, of zonder begeleiding der instumenten, wij betreuren & missen ten deze het vertrek van Schuurmans, schoon de waarnemend onderwijzer de Braak hieromtrent niet weinig ijver en welwillendheid vertoont, terwijl het zanggezelschap op het eerste gesticht, onder de leiding van de ijvervollen & bekwamen Geraets, zich niet alleen goed staande houdt, maar zelfs zoo in getal van sujetten, als in bekwaamheid zichtbaar toeneemt.
De Gemeente blijft echter de behoefte gevoelen aan een geschikt orgel, & hare begeerte daarnaar is zoo algemeen als billijk.

Zoiets doet hij elk jaarverslag. Tot hij in 1840 meent de oplossing gevonden te hebben. In een plan, dat ongetwijfeld oorspronkelijk uit Van Rintelns koker komt, gedateerd 2 februari 1840, invnr 224 de scans 65 en 66, wordt uitgelegd hoe het orgel er kan komen. In samenvatting:

Het initiatief van het plan 'tot daarstelling van een orgel in de Protestantsche kerk der kolonie te Veenhuizen' gaat uit van de drie adjunct-directeuren van de drie gestichten (Jannes Poelman van Veenhuizen-1, Jacob Kluvers van Veenhuizen-2 en Sikke Berends Drijber van Veenhuizen-3). Zij geven opdracht aan de bedelaarskolonist J.C. Schmidt, gevestigd in het tweede gesticht, een orgel te bouwen volgens een begroting die zou zijn bijgevoegd maar er nu niet meer bij zit.
Het mag maximaal 600 gulden kosten. Om dat geld bij elkaar te krijgen zullen de drie adjunct-directeuren een intekenlijst laten rondgaan in hun gesticht en zullen ze alle ambtenaren aanmoedigen om een week salaris te doneren. Bij het tweede gesticht zal een werkplaats worden ingericht waar de orgelmaker aan de slag kan.

De adjunct-directeuren hebben met hun jaarsalaris van 1.000 gulden makkelijk praten, maar de meeste ambtenaren verdienen een derde van dat bedrag en kunnen geen week salaris missen. En wie is de bedelaarskolonist J.C. Schmidt?

Johan Christoffel Schmidt staat samen met zijn vader Johan Pieter Schmidt (1743-1807) op deze site. Ze waren gerenommeerde bouwers van nieuwe orgels en restaurateurs van oudere orgels en worden daarvoor gevraagd in diverse plaatsen in Nederland. Het laatste op die site genoemde werkstuk was in 1838 en daarna moet Johan Christoffel tot armoede zijn vervallen.

Hij wordt op 13 augustus 1839 vanuit Amsterdam het bedelaarsgesticht op de Ommerschans binnengebracht en staat met nummer 64 in het bedelaarsregister toegang 0137.01 invnr 427, klik hier en vul rechtsonder het  scannummer 11 in. Volgens die inschrijving is hij:
Geboren 3 maart 1779
Geboorteplaats ik zag het eerst aan voor 'Girda', maar het zou ook gewoon een onduidelijk geshreven Gouda kunnen zijn.
Geloof Gereformeerd
Lang 1 El 7 palm 3 duim 2 streek (omgerekend 1 meter 73
Haar rosachtig
Oogen blaauw
Neus ordinair (= gewoon)
Mond idem
Kin rond
Merkbare teekenen -- 

Hij wordt op 9 november 1839 overgeplaatst vanut de Ommerschans naar het tweede gesticht te Veenhuizen en dan moet het contact tussen dominee Van Rinteln en Schmidt over de mogelijke bouw van een orgel hebben plaatsgevonden.

Het zou kunnen dat er dan een orgel tot stand komt, maar ik denk het niet. Een van de initiatiefnemers, Jacob Kluvers, wordt later in 1840 ontslagen en dominee Kornelis van Rinteln is dan al met zijn gezondheid aan het sukkelen. In dit verslag van de inspecteur der koloniŽn staat dat de inspecteur in 1840 de paasdienst bezocht bij dominee Van Rinteln, 'wiens zwakke gezondheid hem het uitspreken zijner leerreden moeijelijk maakte'. Kornelis van Rinteln overlijdt 10 oktober 1844.

Johan Christoffel Schmidt wordt als bedelaar op 30 maart 1841 uit het bedelaarsgesticht ontslagen. Daarna komt hij nog een keer het bedelaarsgesticht in. Opgenomen vanuit Steenwijk en dat ligt zo dicht bij de koloniŽn dat het hoogstwaarschijnlijk een vrijwillige opname is. Vermoedelijk is hij ziek, zwak en misselijk. Hij komt aan op 8 juli 1845, en staat in het bedelaarsregister toegang 0137.01 invnr 432, klik hier en vul rechtsonder scannummer 36 in, Hij gaat 12 juli 1845 naar Veenhuizen en overlijdt daar op 25 maart 1846.

Volgens de site van de kerk, zie hier, komt er pas in 1853-1856 een orgel in de protestantse kerk te Veenhuizen. In de daar gepubliceerde krantenberichten is wel sprake van een NIEUW orgel, wat suggereert dat er al iets stond dat bespeeld kon worden, maar daarover heb ik dus geen zekerheid.