Naar het overzicht
van stukken over VEENHUIZEN



De directeur doet verslag van zijn bezoek aan Veenhuizen op 18, 19 en 20 februari 1835

Er komen koeien van de Ommerschans zodat Veenhuizen beter in de behoefte aan zuivel zal kunnen voorzien, de fabrieksbaas is met een mes gestoken en een zaalopziener heeft onzedelijke omgang gehad. Aldus het verslag van de directeur gedateerd 21 februari 1835, invnr 156 de scans 372-374.


Frederiksoord, den 21 februarij 1835
   
Ik heb de eer UWEdG verslag te doen van mijn bezoek te Veenhuizen, op den 18e, 19e, en 20e van deze maand.

Bij het 1e Gesticht is de helft van het groenland overmest.

Bij het 3e zou daarmede een begin worden gemaakt. Hier houdt men zich onledig met het omspitten van onderscheidene stukken gronds.

De winterrogge blijft goed voordoen.


Tot eene overneming van nog 64 koeijen van de Ommerschans is het noodige besteld, welke overgang, onder anderen, dit nuttig gevolg zal hebben, dat er in de zomer minder boter van de Ommerschans naar Veenhuizen zal behoeven te worden getransporteerd en Veenhuizen zelve voortaan beter in de behoefte aan zuivel zal kunnen voorzien.

In de volgende maand, wanneer het vleesch van eigen vee zal zijn verbruikt, zullen er nog 10 vette koeijen van de Ommerschans worden overgenomen, die men daar dan nog niet noodig heeft, daar men te Ommerschans tot Mei toe van vleesch en spek is voorzien en er dan spoedig wederom eenig slachtbaar rundvee weezen zal.

Mag het voorjaar eenigzins vruchtbaar zijn, zoodat de klaver matig gelukt, dan twijfel ik niet, of, door de overplaatsing van al de oude guste koeijen, uit de gewone kolonien naar de Ommerschans, zal men, vervolgens, in de behoefte aan vleesch, bij al de gestichten voortaan, wel kunnen voorzien, overeenkomstig eene goede boerenhuishouding.

Over de fabrijkmatige werkzaamheden te Veenhuizen ben ik alleszins tevreden.

De 12 weefgetouwen bij het 1e Gesticht blijven in werking en de daarop geplaatste jongelieden maken goede vorderingen.

Men vervaardigt hier thans reeds in de week, 100 ellen, bij het 2e is het 400, en bij het 3e  200 ellen, dat is tesamen 700 en over 52 weken ruim 36.000 ellen, terwijl er in 1834 maar 27.000 el gemaakt is.

Met de spinnerijen komt men hier ook vooruit, zoodat ik niet twijfel, of de wevers zullen te Veenhuizen dezen zomer wel aan de gang kunnen worden gehouden.


De kortelings aangekomen arbeiderskolonist Dols is bevonden een bekwaam klompenmaker te wezen, die hier uitmuntend te pas komt en met der tijd welligt als baas zal kunnen fungeren.

De te Assen aangekochte partij klompenhout voldoet uitermate. Dezelve kost, met de onkosten, f 750,00 en zal 10.000 volle paren klompen opleveren, zoodat ieder paar aan hout niet meer dan 71/2 cent zal komen te kosten, en er dus 2/3 van de waarde der klompen verdiend en gewonnen zal worden.


De fabrijksbaas S.M. Klunt is den 4e dezer maand door den bedelaars-kolonist Johannes Ploeger, wien hij tevoren over bedrog in het werk had moeten onderhouden, onverhoeds, door eene snede, met een schoenmakersmes, over het aangezigt gewond geraakt, waarvan aan den gewone Regter aangifte is gedaan.


De zaalopziener Schaghen heeft voor eenige tijd, onzedelijken omgang gehad met een kolonist, welke verkeerdheid door hem genoegzaam is bekend geworden, onder anderen blijkbaar uit nevensgevoegden brief.

Diergelijk wangedrag is gewoonlijk met ontslag gestraft geworden, en de zaak met Schaghen rugtbaar geworden zijnde, kan, reeds hierom, niet geheel worden voorbijgegaan.

Van den anderen kant is hij een actief zaalopziener en heeft hij een zeer talrijk huisgezin, hetwelk mededoogen verdient.

Ook geloof  ik dat eene ernstige vermaning reeds van veel invloed op hem zijn zal en heb ik, mitsdien, de eer UwEdG voor te stellen, om genoemde ambtenaar minstens voor 3 weken in zijne dienst geheel te schorsen, met inhouding van zijn salaris voor dengenen, die zoolang zijnen post zal waarnemen.

Met de gezondheid is het aan het 1e Gesticht niet best gesteld, uit hoofde van de menig te zwakke waterzuchtige kindertjes, waarvan er nu en dan nogal eenige komen te sterven.

De Heer Schindler heeft, met het begin dezer maand, zijne dienst aanvaard. Over zijne geschiktheid voor zijne betrekking durf ik mij nog niet uitlaten.

De Heer Amshoff is niet prompt meer in zijne bezoeken, hebbende hij, sedert December jl., slechts twee malen de Gestichten bezocht en sedert lang kwam hij, laat in de avond, door welk verzuim telkens verhindering in den loop van het administrative gedeelte van de dienst ontstaat.

Ik zal Zijne Weledelgeborenen hierover eerlang onderhouden.

De Directeur der Kolonien,
J. van Konijnenburg


NB: De affaire Schaghen komt ook ter sprake op deze pagina.