Naar het overzicht
van stukken over VEENHUIZEN



Een verslag van de viering van Koningsdag 24 augustus 1834 in de kolonie Veenhuizen

Dit verslag is gemaakt door een onbekende en bevindt zich in invnr 150, vul rechtsonder het scannummer 304 in. Onder het verslag is tussen haakjes geschreven 'Geplaatst in de Groninger Courant van 29 augustus, no.69'. Uit het verslag wordt geciteerd op de pagina's 247-249 van De kinderkolonie, hier de volledige tekst:


Bezoek te Veenhuizen, den 24 augustus

Voor den echten Nederlander kan het niet anders dan aangenaam`zijn te aanschouwen, hoe men in de kolonie Veenhuizen des Konings jaardag viert. Ik bevond mij aldaar op dien dag & mogt alzoo daar van getuige zijn. Een kort verslag daaromtrent moge niet geheel & al der aandacht onwaardig worden geacht.

Even voor dat de openbare godsdienst een aanvang nam, zag men de vele veteranen, die zich aldaar bevinden, in grand tenu, met slaande trom zich naar hunne bedehuizen begeven. Bij het inkomen in het kerkgebouw voor de Protestantsche eeredienst, waar ik mij juist ook bevind, werden deze oude krijgslieden verwelkomd met het aanheffen van een doelmatig militair stuk, heerlijk uitgevoerd door het zeer wel bezette orkest, het welk zich reeds in hetzelve bevond. Het gebouw kon de schare maar naauwelijks bevatten.

Het scheen mij toe, dat er zich ook een aantal vreemdelingen bevonden.

Bij het inkomen van den predikant met eenige Heeren van de Directie der onderscheidene gestichten, liet zich een bijzonder goed koorgezang hooren, met eenige instrumenten begeleid. Naar aanleiding van Ezra VI:10 werden wij door den Leeraar herinnerd aan het hooge aanbelang van den verjaardag onzes Konings, & den aandrang, welken Nederland moet gevoelen, om, ook in deze omstandigheden bijzonder, voor Hoogstdeszelfs leven enz. te bidden, maar hij stelde ons daarbij ook voor, wat wij met dat gebed moeten vereenigen, & hij vergat tevens niet ons te zeggen waarvoor men zich bij de vrolijke viering des Konings jaardag te wachten had.

Ook tot de krijgslieden, die tegenwoordig waren, werd de rede afzonderlijk gerigt & hun een hartig woord toegesproken. De leerrede werd nog tweemaal door koorgezang, met instrumenten begeleid, afgewisseld; terwijl dadelijk na het uitspreken van den zegen het vol orkest zich nog eens voortreffelijk liet hooren.

Ik bezocht de drie Gestichten, welke te Veenhuizen zijn, & zag in het eerste & derde de zalen der weezen, van het eene einde tot het andere behangen met fraaije kroonen, guirlandes & allerlei andere versierselen, alles het werk der weezen. Ik mocht waarlijk hunnen smaak zoo wel als hunne buitengewone inspanning bewonderen, welke zij in het vervaardigen van dat alles hadden aan den dag gelegd. De jongens hadden er zich blijkbaar op toegelegd, om in hun werk de meisjes te overtreffen.

In het tweede Gesticht viel het oog op de fraaije kroonen & andere versierselen, buiten aan de zalen der binnenkolonisten & elders aangebragt door de onderscheidene bewoners van dat Gesticht. De eerepoorten, kroonen & verdere versierselen, voor de wooningen van de Heeren Adjunctdirecteur en Kapitein der veteranen gesteld, moesten door fraaijheid en smaak de aandacht trekken.

De gansche namiddag & avond waren aan betamende vrolijkheid van onderscheiden aard gewijd. Op het plein, binnen het eerste Gesticht, hoorde ik de zeer schoone muzijk, welke zich aldaar bevindt, & die zich des avonds in eene der zalen bij afwisseling liet hooren. Het was een lust om te zien, hoe de weezen zich zoo in als buiten de zalen vermaakten.

Op het tweede & derde Gesticht hadden, tot bevordering der algemeene vreugde, onderscheidene wedspelen plaats, als: sprietloopen, aaltrekken, in den zak loopen en dergelijke meer. De binnenkolonisten van het tweede Gesticht vermaakten zich evenzeer als de veteranen & andere bewoners.

Op al de Gestichten werd fraai & algemeen geillumineerd, ook wat de zalen betreft.

Op het derde Gesticht was eene zeer ruime, met smaak ingerigte tent opgeslagen, in welke zich het Korps muzijkanten van dat Gesticht bij afwisseling liet hooren; de uitvoering der onderscheidene stukken liet niets te wenschen overig. In die tent bevonden zich de Heeren van de Directie & eenige anderen, alsmede de vier Heeren Geestelijken der beide Godsdiensten, Protestantsche & RoomschKatholijke, welke, naar het mij toeschijnt, zoo met elkanderen, als met de Directie, in de meest wenschelijke harmonie leven.

Behalve eene zeer groote menigte zoogenaamde zwermen of voetzoekers, met welke men zich den ganschen avond vermaakte, werden ook voor die tent onderscheidene zeer fraaije vuurwerken afgestoken; ook op het tweede Gesticht had zulks plaats, zoo wel als het branden van pek- of teertonnen. De vrolijkheid was algemeen & duurde tot zeer laat in den avond, zonder dat eenige de minste ongeregeldheid of onwelvoegelijkheid heeft plaats gehad: het was aangename uitspanning, zonder uitspatting. Elk was te vreden over den gevierden verjaardag van den algemeen & teregt beminden & hooggeschatten vorst.

Ik was verheugd mij juist dien dag in de Kolonie te bevinden & getuige van al het gebeurde te zijn. Zoo des Konings verjaardag te vieren, dat moet, zeide ik bij mij zelven, het echte Nederlandsche hart regt goed doen.