Naar het overzicht
van stukken over VEENHUIZEN





Veenhuizen-verslag september 1828; order, proprieteit, landbouw en gezondheidszorg


Onderstaande verslag van directeur der koloniën Wouter Visser is gedateerd vrijdag 19 september 1828, draagt het nummer N427A en bevindt zich in invnr 93.


Der Permanente Kommissie heb ik het genoegen aangaande mijne bevinding dezer dagen te Veenhuizen kortelijk te rapporteeren, dat de order en propriéteit benevens het brood, zich als gewoonelijk in de beste staat bevonden,

dat de gezondheid der kinderen aan het 1e Gestigt minder volkomen doch altijd in één zeer goede staat was;

aan het 2e Etablissement waren als naar gewoonte eenige zieken, aan zoodanige bewoners als van die van dat gestigt eigen, en stierven daarvan naar diezelfde evenredigheid, het sterkere gedeelte dier bevolking was zeer gezond,

eindelijk aan het 3de Gestigt is het getal der Hospitaals bevolking over het algemeen één weinig toegenomen, zijnde gisteren 52 in getal, doch geene dadelijk gevaarlijke onder dezelve,

het geheel der overledene in deze maand is vijf, zijnde de gestorven, als ik mij wel herinner op den 3, 6, 9, 13 en 15.

Zo dat dit al weder geen het minste bewijs voor dadelijke besmetting opleverd.


Het inzamelen der boekweit aan beide Gestigten wierd met kragt doorgezet, en scheen veel meer te zullen opleveren, dan men tijdens het verblijf des Heere Mr Faber van Riemsdijk aldaar, verwagte - immers indien de laatgezaaide met het tegenwoordige gunstige weder nog wat bijkomt; de Heer Poelman heeft van de eerstgezaaide reeds 500 N mud gedorschen, -

Ook de aardappel schijnen meer aan mijne verwagting dan aan die van den Heer Poelman op bovenbedoelde tijdstip te zullen beantwoorden.

De Heer Drijber heeft zich door aankoop van het nodige Hooij voor de winter uit Mastenbroek tegen redelijke prijzen, door elkander gerekend op f 5,50 per 1000 halve Ned. ponden, voorzien; terwijl de Heer Poelman van meening is beter kwaliteit van de Kuinre of Genemuiden voor weinig hogere prijzen te kunnen bekomen, en hoewel ik dit zeer betwijfel, heb ik ZijnEd geauthoriseerd daarvan gebruik te maken.

De kool en knolgewassen zijn zoals wij vreesde minder gunstig uitgevallen.

integendeel beviel mij de jonge klaver in de rogge stoppels thans nog beter als bij ons laatste verblijf te Veenhz.
Het is er ver vandaan om die met de Ommerschans of gewoone koloniën gelijk te kunnen stellen, doch heeft zij op de meeste plaatsen de grond bezet, met één goede gezonde kleur, zodat zij met eene behoorlijke bemesting in den winter, voor het aanstaande voorjaar één goed uitzigt opend.

Verder heb ik tengevolge mijn verzoek aan de Heer Med: Doctor Sassen te Groningen gedaan, ZijnWelEd te Veenhuizen aangetroffen en over de bewuste zaak gesproken; met dat gevolg dat ZijnEd: de post van Geneesheer enz te Veenh wil aanvaarden op één tractement van f 1000,- jaarlijks, en vrije wooning (van fourage voor één paard is niet gesproken) zonder meer, en verder zich gaarne te onderwerpen aan alle bepalingen voorkomende in het besluit der Perm Komm betrekkelijk de geneeskundige dienst;

waarop ik van mijne zijde belooft heb, dat ter kennisse van de Perm Komm te zullen brengen, en ZEd haar besluit zoo spoedig mogelijk meede te deelen, kunnende de Heer Sassen, ingeval hetzelve goed keurend zijn mogt, desnoods binnen één maand in de Koloniën zijn;

dit bovenstaande aan het verligt oordeel der Perm Komm onderwerpende, neem ik de vrijheid er bij te voegen, dat mij het onderhoud met meergen Heer Sassen zeer goed heeft voldaan, terwijl de Heer Poelman en Heerspink beide getuigde, dat ZEd van één zeer goed zedelijk gedrag is, en ééne goede naam te Groningen heeft, betrekkelijk zijne geneeskundige bekwaamheid; zijnde hij nu onlangs gehuwd met de schoonzuster van den Heer Apothecar van Rooijen te Groningen; aangenaam zal het mij wezen, spoedig het besluit der Permanente Komm in deze te vernemen.

Ik maak van deze gelegenheid gebruik de Perm Komm te verzoeken mij ook hare intentie te willen mededeelen, betrekkelijk de geneeskundige dienst te Ommerschans na het vertrek des Heeren Hanson op de 1o October aanstaande, wijl het mij uit de oproeping in de Haarlemsche Courant gebleken is, dat nog geen opvolger is benoemd.

Ik voor mij zie geen ander middel dan onze toevlugt te nemen tot van Steenwijk, in tijd van nood toch houd men zich aan één stroo halm vast, gelukkig dat de Heer Harloff op den 24e dezer kan schrijven "De zieken worden dagelijks minder, en ik herinner mij niet de bevolking sedert lange zoo gezond gekend te hebben."

Ingesloten drie brieven gisteren avond aangekomen welke ik veronderstel dat zo veele verzoeken om den post van Algemeene Winkelier zullen bevatten; ik hoop dat daaronder eene van één geschikt persoon zal zijn, wijl wij de post gaarne spoedig vervuld zagen, en er onder de tegenwoordige geemploijeerden, geene gevonden wordt, welke ik daartoe kan voordragen.
Ik heb de eer te zijn
De Direkteur der Kolonien
Visser

Naar aanleiding van deze brief besluit de permanente commissie om dokter Sasse (directeur Visser is de enige die een 'n' achter zijn naam plakt) in de plaats van geneesheer Limes aan te stellen en Douwe van Steenwijk de Ommerschans te laten waarnemen. Zie verder de geneeskunde-pagina.