Naar het overzicht
van stukken over VEENHUIZEN



Bij het in juli 1826 overbrengen van bedelaars van de Ommerschans naar Veenhuizen lopen er nog al veel weg door het lakse personeel van de Ommerschans


Onderstaande fragment is uit een brief van de directeur der koloniŽn van 28 juli 1826, invnr 80 scans 345-349. Mooi is 'de ongelukkige afdwaling van den weg in den nagt', ze zijn dus gewoon verdwaald met dat transport:


Het grote getal deserteurs in de vorige maand te Veenhuizen had ook mijn aandacht tot zich getrokken, en heb dientengevolge den Heer Harloff daarover onderhouden;

Zijne Edele dat de met het overbrengen der bedelaars naar Veenhuizen belastte zaalopzieners Mulder  en Vorman zich zoo verregaand slegt van hunnen pligt hadden gekweeten dat de veldwagter Blatter bijna genoodzaakt was geweest hun met geweld daartoe te brengen,

hetgeen gevoegd bij de ongelukkige afdwaling van den weg in den nagt, de ontvlugting gemakkelijk had gemaakt;

terwijl de vrouw met haar vier kinderen van de gelegenheid de overplaatsing op den wal des nagts had gebruik gemaakt en was ontvlugt.

Voorts beklaagt zich de Heer Harloff zeer, over de weinige adsistentie die Zijne Edele vorderend van deszelfs ondergeschikt geŽmployeerden, welk zoo door ziekte als ongeschiktheid of kwaden wil, verre zijn van hunne pligten behoorlijk te vervullen; dezelven zijn voornamenlijk de Onderdirecteur Van Midlum, de zaalopzieners Drees, Donniger, Seijl en de provisioneel aangestelden  Vorman, allen bij Zijne Hoogedelgestrenge den Heer 2e Assessor nader bekend.